De stenen man

De stenen manOp deze mooie herfstdag kijk ik het verdiepte bospad in, dat door de gevangenen is uitgegraven. Aan het eind hiervan is een aarden wand, waar een monument voor staat van een man, gekleed in kampkleren. Een hand is gebald ten teken van de machteloze woede, de andere hand geopend omdat er altijd hoop is.

Deze 350 meter lange schietbaan is onderdeel van kamp Amersfoort, gelegen in de bossen aan de zuidkant van Amersfoort. Het kamp deed dienst als doorvoerkamp naar de vernietigingskampen in de 2e Wereldoorlog. Sommigen hadden zelfs de hoop niet om te ontsnappen tijdens het transport. Ze werden meegenomen naar deze schietbaan om hier geëxecuteerd te worden.

Terwijl ik het pad in loop, probeer ik me voor te stellen wat de gevangenen – lopend tussen het vuurpeloton – gedacht moeten hebben.

een zachte wind draagt
de geur van herfstbladeren,
een hond rent voorbij

Uit: Vuursteen herfst 2017

Zonneschijn

zonneschijn verlicht
haar handjes op de ruiten
haar afwezigheid

Nico van Dam

Als ik voor het raam te kijken, peins ik er niet over om met mijn handen aan het raam te komen. ook omdat ik weet dat er dan iemand aan de slag moet om het weer schoon te maken.

Hoe anders is dat bij kinderen. Ze hebben iets gezien en willen dit bekijken, ontdekken. En dat doen ze dan ook voluit – zonder aan eventuele consequenties te denken.
En dan komt het vreemde, er volgt geen reprimande. Sterker nog, ze wordt gemist. Ze had gerust nog meer afdrukken op de ruit mogen maken.

Dankzij deze haiku zal de dichter altijd aan dit moment kunnen terugdenken, ook al is zijn kleindochter volwassen en misschien zelf moeder.
Een prachtige haiku!

Tuingasten – Huismus

Tuingasten - Huismus

Ze zijn overal en altijd met z’n allen.
Met z’n allen op straat, schuimend tussen de klinkers. Roefroef de vleugeltjes. Met z’n allen naar een achtertuin, misschien is daar wat brood gestrooid. Roefroef de vleugeltjes. Met z’n allen ruziezoekend in het warme zand of gauw een boom in, want er loert een kat. Roefroef de vleugeltjes. Met z’n allen in de dakgoot, graag onder de pannen en ‘s avonds vroeg weer onder zeil.

 

Uit: Ruim duizend dagen werk van Koos van Zomeren
Foto: Henk van der Werff

Winterslaap

In het voorjaar ontdoe ik de tuin van bladeren die de hele winter zijn blijven liggen voor de vogels en insecten. Meestal begint in deze periode de keizerskroon te groeien, juist op tijd om de eerste actieve mollen op afstand te houden met zijn geur.

In de opstaande rand achterin onze tuin staat een beeld op een houten boomstronk, waar altijd veel bladeren omheen blijven liggen, ook dit jaar weer. Als ik er aan toe ben om ze op te ruimen, grijp ik in de bladeren en voel iets heftig steken in mijn hand, die ik van schrik direct terugtrek.

Onder de bladeren hoor ik een diepe zucht. Nieuwsgierig geworden verwijder ik voorzichtig wat bladeren en zie een egel liggen die nog in winterslaap is.

eerste lentedag
het schuiven van tuinstoelen
op zoek naar de zon