Bessenbandzweefvlieg – Syrphus ribesii

Bessenbandzweefvlieg - Syrphus ribesii

 

Sierletter Zweefvliegen komen in grote aantallen voor in onze tuin. Om ze te herkennen voor ik er een foto van maak is ondoenlijk omdat ze soms erg weinig verschillen, dus maak ik uit veiligheid een foto van alle zweefvliegen zodat ik ze op de computer goed kan vergelijken.

Ook bij deze zweefvlieg was het lastig om te determineren. Het verschil met andere soorten zit vooral hierin:

Van andere Syrrphus-soorten te onderscheiden door combinatie van onbehaarde ogen en zeer kleine haartjes op top van buitenzijde van achterdij. Vrouwtje bovendien te herkennen aan gele achterdij.

Probeer dat maar eens uit te zoeken bij een dier van 9-13mm terwijl je door een camera kijkt en probeert deze zo goed mogelijk vast te leggen.

 

 

In het Verkade plaatjesalbum De bonte wei beschrijft Jac.P. Thijsse de Bessenbandzweefvlieg op de volgende manier:

Bessenbandzweefvlieg - Syrphus ribesii

De larve van de bessenzweefvlieg treft het beter. De oude vlieg zoekt een plant op, die vol met bladluizen zit en legt dan zijn eitje midden tusschen de sapzuigers. Als dan de larve uit ’t ei komt, heeft hij dadelijk zijn voedsel bij de hand, want ’t is zijn natuur dat hij zich voedt met bladluizen. Met zijn achterlijf houdt hij zich vast aan ’t blad, met zijn kaken grijpt hij één voor één de bladluizen, die tamelijk wel niets merken van ’t onheil, dat hen bedreigt, zuigt ze uit, gooit de leege huiden weg en begint dan van voren af aan.

 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

In Baan’s plaatjesalbum Nederlandsche Insecten komt één zweefvlieg voor:

Bessenbandzweefvlieg - Syrphus ribesii

Zweefvlieg (Syrphus ribesii).
Het komt herhaaldelijk voor, dat wij plotseling een vlieg in de lucht zien blijven “staan”; dat is dan een “zweefvlieg” of “staande vlieg”. Men kan ze zoo herhaaldelijk boven de bloemen zien staan. De afgebeelde is een zeer gewone; sprieten, pooten en buik van het achterlijf rood geel; lengte 13 mm. De eieren worden gelegd op de bladeren; de larven zijn bekend als uitzuigsters van bladluizen, behooren dus tot de nuttige dieren. het valt niet moeilijk deze larven aan het werk te zien. larven van andere zweefvliegen leven in modder en andere stoffen en behooren dus tot de opruimers. omdat de zweefvliegen gaarne honing snoepen, en dus veel de bloemen bezoeken, bevorderen ze in hooge mate de kruisbestuiving.