d’Olle Grieze

Onze jongens wilden graag een keer mijn geboorteplaats zien en daarom lopen we nu op de Grote Markt in Groningen. Na wat winkels bekeken te hebben willen ze eigenlijk ook wel d’Olle Grieze beklimmen, buiten Groningen ook wel bekend als de Martinitoren. Ik waarschuw ze nog dat het flink klimmen is in de 97 meter hoge toren, maar dat weerhoudt ze niet. Ikzelf ben ook nog nooit naar boven geweest, dus beklimmen we even later de driehonderdelf uitgesleten traptreden.

Halverwege begint de jongste te zuchten. Het zijn ook wel hoge treden voor zijn korte jongensbeentjes. Hij dacht aan de buitenkant dat het makkelijker zou zijn. De oudste, die er zelf ook moeite mee heeft, zegt met enige spijt in zijn stem: we moeten wel doorgaan, we hebben het zelf gewild”.

d’Olle Grieze
ik wijs over daken heen
mijn geboortehuis aan

Voorjaarszon

kaarsrecht ligt hij daar
iemand vouwde zijn handen
toen hij al weg was

een kringeltje rook stijgt op
van een gedoofde miskaars

kaarsen walmen na
op weg naar de uitgang
nog even omkijken

hoog, het kruisbeeld
voor de glas-in-loodramen
in de voorjaarszon

met diepe teugen zuigt hij
zijn longen vol buitenlucht

aan de overkant
een ooievaar van karton
in de voortuin

Nico van Dam (1,3,5)
Henk van der Werff (2,4,6)

De lege plek

het nadruppelen
van gindse regenwolken
de geur van nat bos

aan alle kale twijgen
hangen nu parels van licht

de beukenstammen,
nat glimmen ze in zonlicht
dat naar voorjaar neigt

daar liggen ze dan:
in moten op een stapel
met daarop een naam

even aarzelt de vogel
bij de lege plek, vliegt dan door

de regen is weg
vogels zijn gevlogen
alleen stilte bleef

Henk van der Werff (1,3,5)
Nico van Dam (2,4,6)