Schubbige Bundelzwam – Pholiota squarrosa

Schubbige bundelzwam - Pholiota squarrosa

 

 

Schubbige bundelzwam - Pholiota squarrosa

 

 

In het boek De paddenstoelen van Nederland wordt de Schubbige Bundelzwam op de volgende manier beschreven:

Pholotia squarrosa (Müll.) afgeleid van squarrosus of sparrig.

Syn.: Agaricus squamosus-Bull.; Agaricus floccosis-Schaeff.

De hoed is vleezig, gevuld, onderaan iets dunner en krom, boven den ring wit geelachtig en glad, daaronder eenkleurig met den hoed en met bruine naar buiten omgebogen schubben bedekt, 8 a 12 cM. lang en 1 à 1,5 cM. dik.

De ring is vlokkig, staat dicht bij den hoed en verdwijnt spoedig.

De plaatjes zijn talrijk, smal, bleek wanneer zij jong zijn, dan olijfkleurig en eindelijk roestkleurig, scherp aan den rand, afgerond bij den steel en iets afloopend.

Het vleesch is geel, stevig in de jeugd, onaangenaam van reuk en smakeloos.

In zomer en winter zodevormend aan den voet en op wortels van kwijnende boomen te vinden, maar niet overal.

 

 

In het verkade plaatjesalbum Paddenstoelen schrijft Jac.P. Thijsse iets over de levensduur:

Schubbige bundelzwam - Pholiota squarrosa

Hoe lang leven paddenstoelen? Er is een mooie warm geelbruine ruige zwam, die dikwijls groespgewijs aan boomstronken groeit, dat is de Schubbige Bundelzwam. Die vond ik eens reusachtig groot op een ouden dennestronk, grooter dan waar de boeken van gewagen. Die hield ik dus hoog in eere. Hij werd met rust gelaten, alleen met veel zorg gefotografeerd en gemeten. Eenige jaren achtereen konden wij ons in den aanblik van telkens nieuwe reuzen verheugen, maar in het vijfde jaar bleef hij weg en sedert is hij niet weer verschenen.