Holenduif – Colúmba óénas
![]()
![]()
![]()
![]()
In het Verkade plaatjesalbum Blonde duinen wordt de kleine boschduif, zoals hij daar genoemd wordt, op de volgende manier door Jac. P. Thijsse beschreven:
![]()
Behalve aan eenden verleenen de konijnengaten ook gastvrijheid aan tapuiten, steenuiltjes en kleine boschduiven. De tapuiten hebben hun nest met de blauwe eitjes voorin ’t konijnenhol, zelden verder dan een halven meter het hol in, maar steenuilen en boschduiven gaan dieper. Je ontdekt ze ook alweer aan de sporen voor aan de ingang van het hol. Ik ga geen konijnenhol voorbij of ik kijk alijd eventjes heel oplettend naar het zand aan den ingang en als ik daar gekriewel van vogelvoetjes zie, dan weet ik al gauw, hoe laat het is. En wanneer er een stuk of wat groene erwten in ’t zand liggen, dan bestaat er niet de minste twijfel of daar huist een kleine boschduif.
![]()
In het plaatjesalbum Hoe heet die vogel zijn jammer genoeg een aantal bladzijden afgescheurd. Daarom maar een klein stukje tekst. De afbeelding is gelukkig nog intact:
![]()
Volksnamen: Steenduif; Blauwduifje; Blauwe Boschduif; Kleine Boschduif
Bijna geheel blauwgrijs, hals met groene en purperen metaalglanzen, vleugeldekveeren en kleine slagpennen licht aschgrauw, op den vleugel afgebroken, zwarte dwarsbanden. Borst met wijnrooden glans, staart leikleurig, eindzoom bijna zwart. Iris bruin, snavel roodachtig, punt meer geelachtig, pooten rood.
![]()
In het determineerboekje Zien is kennen! wordt de Holenduif op de volgende manier beschreven:
![]()
Volksnamen: Kleine Boschduif, Blauwe Boschduif, Steenduif, Blaudouke, Lytse Houtdou
Volwassen kleed: Zie afbeelding. Geheel blauwgrijs, aan de borst violet, in de nek groen glanzend. Vleugels met zwarte dwarsbanden.
Jeugdkleed: Als volwassen kleed, echter zonder glanzen.
Broedgegevens: April (soms nog vroeger) tot eind-September, ook nog wel in October. In de regel 2 glanzend-witte, doorschijnende eieren. Broedduur ± 16 dagen. Twee, soms drie broedsels per jaar. Broedvogel van Europa en West-Azië
Nadere bijzonderheden: Vrij algemeene broedvogel, de laatste jaren talrijker. Broedde vroeger alleen in holle boomen, thans ook in konijnenholen, dichte klimop en soms zelfs in een open boomnest. Duidelijk kleiner dan de Houtduif, veel sneller vleugelslag, geen wit op de vleugels en geen witte nekvlekken. Vertoont zich in steden (tot nog toe) minder vrijmoedig dan deze. De roep is minder luid dan van de Houtduif en eentoniger. De jongen worden, evenals bij de andere duiven, bijna kaal geboren, door de ouders (zowel mannetje als vrouwtje) uit de krop gevoerd en vliegen na ongeveer 3 weken uit.