Morte d’Arthur: boek II
Als koning Arthur in Londen is, hoort hij van een ridder dat koning Rience uit Noord-Wales een troepenmacht op de been heeft gebracht en onderweg naar hem is. Koning Arthur besluit zijn eigen mensen bij elkaar te roepen, zodat ze samen koning Rience tegemoet kunnen treden.
Wanneer koning Arthur met zijn mannen bij elkaar zit, komt er een dame binnen die een boodschap bij zich heeft van de Dame van het Meer. Zij doet haar mantel af en dan zien de mannen een prachtig zwaard. Zij vertelt dat zij is gekomen om te kijken of er een dappere en zuivere ridder aan het hof is. Alleen een ridder die hieraan voldoet, kan haar van het zwaard bevrijden. Ze vertelt dat ze eerder al bij het hof van koning Rience is geweest, maar daar was geen ridder die hier goed genoeg voor was.
Koning Arthur stelt voor dat iedereen het probeert. Hij zal zelf het goede voorbeeld geven door het spits af te bijten, maar hij krijgt het zwaard niet los. Daarna mogen de andere ridders het proberen, maar niemand is goed genoeg om het zwaard los te krijgen.
Juist als de dame teleurgesteld het hof wil verlaten, komt een arme ridder uit Northumberland, Balin genaamd, naar voren. Hij vraagt of hij het ook mag proberen, maar de vrouw twijfelt als ze de arme ridder ziet en vraagt hem waarom hij denkt dat het hem wel zal lukken, als al die andere goede ridders die aanwezig zijn het niet is gelukt. Balin antwoordt dat dapperheid en een rein geweten in de mens zelf zitten en niet in zijn uitdossing. Na dit antwoord krijgt Balin toestemming om het te proberen en met het grootste gemak bevrijdt hij de dame van het zwaard.
De opluchting aan het hof is groot dat het iemand van het hof van koning Arthur is gelukt dit zwaard te trekken en Balin wordt overstelpt met complimenten. De dame vraagt hierna het zwaard terug, maar Balin weigert dit te geven. De dame waarschuwt dat het zwaard hem ongeluk zal brengen. Hij zal er de man mee ombrengen die hem het liefst is. Wanneer Balin blijft volharden in zijn weigering, verlaat de dame bedroefd het hof. Hierna wil ook Balin vertrekken, om avonturen te zoeken, maar koning Arthur vraagt hem om te blijven. Balin wil toch vertrekken, om met zijn nieuwe zwaard in naam van koning Arthur goede daden te volbrengen, waarna hij zijn paard gaat zadelen.
Terwijl Balin zijn paard aan het zadelen is, komt de Vrouwe van het Meer haar opwachting maken aan het hof. Zij vraagt koning Arthur of hij zijn belofte aan haar nog weet, die hij gedaan heeft toen hij Excalibur, zijn zwaard, van haar ontving. Koning Arthur antwoordt dat hij weet dat hij een wens van haar zal vervullen. Dan vraagt de Vrouwe van het Meer om het hoofd van de ridder die het zwaard heeft getrokken, en van de Vrouwe die het zwaard is komen brengen. Arthur weigert dit, omdat de mensen aan het hof bescherming van hem genieten.
Balin, die net wil vertrekken, ziet de Vrouwe van het Meer bij koning Arthur staan en herkent de vrouw die zijn moeder heeft gedood. Hij is al drie jaar naar haar op zoek om haar te doden. Hij twijfelt dan ook geen moment, gaat naar binnen en slaat het hoofd van de Vrouwe van het Meer af. Koning Arthur is woest, omdat ook zij onder zijn bescherming stond, waarna Balin uitlegt dat ze vele goede ridders en zijn moeder heeft gedood. Koning Arthur is niet te vermurwen en stuurt Balin weg van zijn hof.
Balin neemt het hoofd van zijn slachtoffer en verlaat het hof. Buitengekomen geeft hij het hoofd aan zijn schildknaap en zegt hem naar Northumberland te rijden en daar aan zijn vrienden het hoofd te tonen en te zeggen dat Balin de dood van zijn moeder heeft gewroken. De schildknaap vraagt of Balin het niet erg vindt dat hij is verbannen van het hof, maar Balin antwoordt dat als hij koning Rience kan overwinnen, hij weer in genade zal worden aangenomen door koning Arthur, waarna hij op pad gaat.
Aan het hof is ook ridder Lanceor uit Ierland, die jaloers is op Balin, omdat het hem wel is gelukt het zwaard te trekken. Als hij koning Arthur zo boos ziet, vraagt hij of hij achter Balin aan mag gaan om deze daad te wreken, wat koning Arthur hem toestaat.
Na het vertrek van Lanceor komt Merlijn binnen en krijgt hij het hele verhaal te horen. Merlijn vertelt dan dat de dame die het zwaard bij zich had een verraadster was. Zij had een minnaar en als ze op een nacht met hem in de tuin is, komt de broer van deze vrouw langs, betrapt hen en doodt de minnaar. Hierna is de vrouw naar de Dame van het Meer gegaan, om te vragen of zij kan helpen een moedige ridder te vinden, die de dood van haar minnaar kan wreken. Zij steelt daarom het zwaard van de Dame van het Meer, maar heeft niet verwacht dat Balin het zwaard zelf wilde houden. Ondanks dat het zwaard veel goeds voor Arthur zal opleveren, zal het de eigenaar vernietigen.
Inmiddels heeft Lanceor Balin bereikt en daagt hij hem uit voor een duel, dat Balin accepteert. Al tijdens de eerste stoot met de lans weet hij Lanceor te doden. Bedroefd omdat hij op deze manier bij het hof van koning Arthur moet vertrekken, staat Balin bij het lichaam van Lanceor te treuren, als hij hoefgetrappel hoort en een vrouw te paard ziet naderen.
Als de vrouw ziet dat Lanceor dood is, valt ze flauw. Als ze weer bijkomt, zegt ze dat ze de geliefde is van Lanceor. Ze pakt het zwaard van Lanceor en doodt zichzelf daarmee. Balin is verdrietig dat dit het gevolg is van zijn daden aan het hof. Even later hoort hij weer iemand aankomen. Het blijkt zijn jongere broer Balan te zijn. Hij vertelt hem het hele verhaal en samen besluiten ze om koning Rience op te zoeken en hem in naam van koning Arthur te verslaan.
Balin pakt het zwaard van Lanceor en hoort weer een paard naderen. Het is een gezant van het hof, die zegt dat Balin het hof veel schade heeft toegebracht. Als ze in gesprek zijn, nadert ook koning Mark van Cornwall. Deze laatste vraagt wat er aan de hand is en nadat hij het hele verhaal heeft gehoord, besluit hij om beide geliefden te laten begraven. Hij laat een tombe aanleggen, waar beide geliefden in worden gelegd. Even later komt ook Merlijn, die voorspelt dat bij deze tombe twee machtige ridders elkaar zullen treffen: Lancelot en Tristan. Hij verwijt Balin dat hij de dood van het meisje niet heeft weten te voorkomen en voorspelt hem dat hij drie koninkrijken in het verdriet zal storten, waarna hij verdwijnt.
Hierna verlaten de mannen elkaar en gaan ze hun eigen weg. Na een tijdje komt Balin een oude man tegen, die vraagt wie ze zijn. Balan antwoordt dat de man ziet dat Balin twee zwaarden bij zich heeft en dat hij dus de ridder met de twee zwaarden is. Dan vraagt de man waar ze heen gaan, maar hier geven beide ridders geen antwoord op. Als de oude man zegt dat ze op weg zijn naar koning Rience, weten ze dat ze Merlijn voor zich hebben. Merlijn zegt dat ze goede daden zullen doen, als ze bereid zijn naar hem te luisteren.
Merlijn zegt dat ze zich aan de zijkant van een weg moeten schuilhouden, waarvan hij weet dat koning Rience daar langs zal komen. ’s Nachts horen ze een aantal mannen naderen en herkennen ze de koning. Ze verwonden hem en verslaan de mannen die bij hem zijn, totdat deze op de vlucht slaan. Ze besluiten koning Rience naar koning Arthur te brengen en leveren de gewonde koning af bij de poort, waarna ze weer vertrekken.
Wanneer koning Arthur aan de verslagen koning vraagt wie hem heeft overwonnen, zegt deze dat het de ridder met de twee zwaarden is, met zijn broer. Koning Arthur heeft geen idee wie dit zijn, maar Merlijn weet te vertellen dat het Balin en Balan zijn geweest. Koning Arthur wil achter de ridders aan om hen te bedanken, maar Merlijn zegt dat koning Nero, de broer van koning Rience naar hem onderweg is, om hem te bevrijden.
Het gevecht tussen de koningen vindt al snel plaats. Koning Nero heeft een overmacht aan mannen, maar moet toch in koning Arthur zijn meerdere erkennen, omdat Merlijn koning Lot, een metgezel van koning Nero, met een spreuk onder controle houdt. Iedere ridder van koning Arthur verslaat menig vijand, maar de ridder met de twee zwaarden en zijn broer overtreffen iedereen en schakelen veel vijanden uit.
Als er een ridder naar koning Lot gaat en hem vraagt waarom hij niet meevecht, verbreekt Merlijn de spreuk, zodat koning Lot mee kan vechten. Hij heeft gewacht, omdat hij wist dat anders de overmacht voor koning Arthur te groot zou zijn en hij gedood zou worden. Nu al veel tegenstanders verslagen zijn, kan Merlijn hem mee laten vechten, in de wetenschap dat het nu de dood van koning Lot zal worden.
De reden dat koning Lot aan de zijde van koning Nero vecht, ondanks dat zijn zonen Gawain, Agravain, Gaheris en Gareth bij koning Arthur vechten, is dat koning Arthur met zijn vrouw heeft geslapen en bij haar Mordred heeft verwekt. In het gevecht treft koning Lot koning Pellinor en deze laatste weet koning Lot te doden, waarna de overgebleven tegenstanders vluchten en de strijd over is. Koning Lot krijgt van koning Arthur een mooie begrafenis, waar veel mensen bij aanwezig zijn.
Later, als koning Arthur in zijn tent zit, passeert een ridder, die zijn zorgen beweent. Koning Arthur vraagt hem naar de reden, maar de man passeert hem en gaat verder. Als Balin langskomt, vraagt de koning hem deze man op te zoeken en hem voor te geleiden, zodat koning Arthur naar de reden van zijn wanhoop kan vragen. Balin gaat op zoek en komt de man in het gezelschap van zijn vriendin tegen. Hij vraagt de ridder mee te komen, die dit alleen doet als Balin voor zijn veiligheid instaat, wat deze beloofd.
Als ze bij koning Arthur aankomen, wordt de onbekende ridder dodelijk verwond door een speer, die door een onzichtbare ridder wordt geworpen. De gewonde ridder zegt dat hij door Garlon, een ridder die zich onzichtbaar kan maken, is gedood. Hij zegt tegen Balin dat hij met zijn vriendin verder moet trekken, om zijn jeeste te volbrengen en om de ridder te wreken, wat Balin belooft.
Wanneer Balin met de vrouw vertrekt, komen ze al snel een ridder tegen, die vraagt naar de reden van hun zorgen. Als Balin hem dit vertelt, besluit de ridder met hen mee te gaan. Maar voor ze veel verder zijn, komt de onzichtbare Garlon en doodt de ridder. Nadat Balin de ridder heeft begraven, rijdt hij met de vrouw verder, tot ze bij een kasteel komen. Ze worden welkom geheten, maar als ze naar binnen gaan, valt de poort achter de rug van de vrouw neer en omsingelen de ridders uit het kasteel haar.
Balin, die buiten staat, weet tegen de muur op te klimmen en zo het kasteel binnen te komen. Als hij zijn zwaard trekt, schrikken de mannen en zeggen dat ze geen kwaad in de zin hebben, maar dat het de gewoonte is van het kasteel dat een maagd een deel van haar bloed zal afstaan, dat nodig is om de Vrouwe van het kasteel te genezen. Als de metgezel van Balin dit hoort, zegt ze dat ze dit gewoon hadden kunnen vragen en geeft ze hen vrijwillig het bloed dat ze willen hebben, maar het geneest de Vrouwe van het kasteel niet. Ze verblijven die nacht in het kasteel en gaan de volgende morgen uitgerust verder.
Na een paar dagen vinden ze onderdak in een kasteel, waar Balin tijdens de lunch gekreun hoort. Als hij de kasteelheer ernaar vraagt, blijkt het zijn zoon te zijn, die door een onzichtbare ridder gewond is geraakt. De kasteelheer weet echter de naam van deze ridder niet, anders kon hij achter hem achternagaan. Hierna vertelt Balin dat hij op zoek is naar deze onzichtbare ridder en dat de man Garlon heet. De kasteelheer weet te vertellen dat de broer van Garlon, koning Pellam van Listinoise, in de buurt woont en binnen een paar dagen een toernooi geeft, waar Garlon vast deel aan zal nemen. Balin besluit samen met zijn metgezel naar dit toernooi te gaan en om daar de doden en gewonden die Garlon op zijn geweten heeft, te wreken.
Als ze bij het kasteel van koning Pellam aankomen, worden ze goed ontvangen en al snel lopen ze door het kasteel. Als Balin aan iemand vraagt wie Garlon is, wordt deze hem aangewezen. Garlon ziet dat ze het over hem hebben en geeft Balin een klap in het gezicht, zeggende dat hij zich met zijn eigen zaken moet bemoeien. Hierop trekt Balin zijn zwaard en zegt dat hij zich met zijn eigen zaken bemoeit, omdat hij wraak komt nemen en hij slaat Garlon het hoofd af
Koning Pellam ziet het gebeuren en wil Balin doden en gooit zijn wapen naar hem, dat door Balin wordt opgevangen met zijn zwaard, dat in twee stukken breekt. Balin is dan zonder wapens en moet vluchten. Hij rent kamer in, kamer uit, op zoek naar een wapen, tot hij in een kamer komt met rijke versieringen. In een bed ligt iemand en bij dit bed staat op een gouden tafel een speer, die Balin pakt en direct naar koning Pellam gooit. Op het moment dat die geraakt wordt, stort het kasteel in en ligt Balin onder het puin.
Na drie dagen komt Merlijn hem verlossen en vertelt hij dat koning Pellam gewond is en pas geneest als Galahad hem komt verlossen als deze op zoek is naar de Graal. Ook zegt Merlijn dat de speer die Balin gebruikt heeft, dezelfde speer is als waarmee Jezus aan het kruis is gestoken. Hierna verlaat Balin de ruïne en ziet hij dat de landen waar hij doorheen trekt volkomen verwoest zijn. Nu begrijpt hij de voorspelling van Merlijn, dat er drie koninkrijken in het verdriet worden gestort.
Hij rijdt acht dagen door een verlaten en verwoest land, waarna de omgeving beter wordt en al snel ziet hij een paard staan, waarvan de berijder treurig onder een boom zit. Hij vraagt de man waarom hij zo bedroefd is, waarop deze antwoordt dat hij er net een beetje overheen is, maar dat Balin hem er juist weer aan herinnert. Als Balin doorrijdt, hoort hij even later de man klagen dat zijn vriendin niet op hun afspraak is gekomen en dat ze hem in de steek heeft gelaten. De man pakt zijn zwaard en wil zelfmoord plegen, maar Balin weet dit te voorkomen.
Balin belooft de ridder dat ze samen naar het meisje op zoek gaan, om te kijken waarom ze niet is komen opdagen. Onderweg naar het kasteel vertelt de man dat hij Garnish of the Mount heet en dat hij als arme jongen door de kasteelheer is opgenomen en daar ridder is geworden en dat hij verliefd is geworden op de dochter van de kasteelheer.
Als ze bij het kasteel aankomen, zegt Balin dat hij naar binnen zal gaan om het meisje te zoeken. Hij doorzoekt daar alle kamers en uiteindelijk ziet hij haar liggen in de tuin met een andere ridder. Balin gaat terug en vertelt hoe hij de geliefde van Garnish heeft aangetroffen. Garnish gaat naar ze toe, pakt zijn zwaard en onthoofdt beide minnaars. Dan draait hij zich om naar Balin en verwijt hem dat hij hem in deze moeilijkheden heeft gebracht, waarna hij zich op zijn zwaard stort.
Hierna rijdt Balin bedroefd verder en na drie dagen komt hij bij een kruis waarop staat, dat een ridder die alleen is niet door mag rijden naar het kasteel dat in de verte opdoemt. Een oude man komt naar hem toe en zegt dat hij beter op zijn schreden kan terugkeren, waarna de man verdwijnt. Even later hoort Balin de hoorns van een jacht en denkt bij zichzelf dat deze hoorns voor hem gelden, dat hij de prooi is.
Al snel komen er allerlei mensen naar hem toe om hem te begroeten en nemen hem mee het kasteel in, waar hij een warm welkom krijgt. Na een tijdje zegt de kasteelvrouw dat het gebruikelijk is dat een mannelijke bezoeker een duel uit moet vechten op een eiland, waar een andere ridder op hem wacht. Balin vindt dit een vreemd gebruik, maar stemt in met het duel. Een aanwezige ridder stelt voor om van schild te ruilen, omdat dat van Balin maar een kleine is en die van hem een stuk groter, wat Balin accepteert.
Op weg naar het eiland ziet hij uit een ander kasteel ook een ridder komen, die volledig in het rood is gekleed. De rode ridder kijkt goed naar zijn opponent, want hij komt hem zeer bekend voor, ook vanwege de twee zwaarden, maar het schild dat deze ridder bij zich draagt is hem onbekend. Beide mannen beginnen het gevecht en er worden rake klappen aan beide zijden uitgedeeld. Als na een paar uur vechten de rode ridder op adem wil komen vanwege zijn verwondingen, vraagt de eveneens zwaargewonde Balin naar zijn naam. De rode ridder antwoordt dat hij Balan, de broer van Balin, de ridder met de twee zwaarden is.
Dan zegt Balin ook zijn naam en zegt dat op het kasteel dat hem heeft gestuurd is verteld dat op het eiland een ridder woont, die het eiland niet wil afstaan aan de bewoners van het kasteel en dat hij als voorbijganger voor hen moest duelleren. Als vervolgens de bewoners van beide kastelen naar de zwaargewonde ridders toekomen, vragen deze, of ze bij elkaar begraven kunnen worden, omdat ze uit dezelfde moeder zijn geboren. Hierna sterft Balan en een paar uur later Balin.
Bronnen
Sir Thomas Malory – de Morte d’Arthur
