Enid
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.
Dit is een samenvatting van het verhaal van Geraint (Erec) en Enid (Enide) in de versie van Alfred Lord Tennyson, die de legenden over koning Arthur en de ridders van de ronde tafel halverwege de 19e eeuw nieuw leven heeft ingeblazen door ze in dichtvorm te herschrijven.
Het verhaal
Dit is het verhaal van Geraint, vorst van Devon en een van de ridders van de ronde tafel van koning Arthur. Hij is getrouwd met Enid, de dochter van Yniol. Geraint heeft Enid in verarmde toestand gevonden en meegenomen naar het hof van koning Arthur, waar koningin Guinevere haar – vanwege een belofte – heeft gekleed in rijke kleren en waar beiden een gelukkig leven leiden.
Op het moment dat de roddels over de verhouding tussen koningin Guinevere en Lancelot beginnen, besluit Geraint om van het hof te vertrekken, om te voorkomen dat ook Enid een minnaar zal krijgen. Hij vraagt koning Arthur toestemming om naar huis terug te keren, om daar – zo zegt hij – zijn land te zuiveren van het gespuis. Arthur geeft zijn toestemming, waarna Geraint en Enid naar huis vertrekken.
Terug in Devon vergeet Geraint zijn belofte aan de koning en wijdt zich helemaal aan Enid. Zij ziet dit met lede ogen aan, omdat Geraint achter zijn rug om door iedereen uitgelachen wordt. Hij behaalt geen roem en eer in gevechten, maar gaat volledig op in zijn vrouw. Enid hoort dit geroddel en wil hem waarschuwen, maar weet niet goed hoe ze dit het beste kan aanpakken.
Op een morgen wordt ze wakker en ziet haar man liggen, Zij wordt verdrietig en zegt halfluid, dat het haar schuld is, dat hij zo beschimpt wordt. Zij zou willen dat hij zijn goede naam weer terugkrijgt, ook al zou dat voor haar betekenen dat hij misschien gewond of verminkt terugkomt. Zij denkt dat ze geen goede vrouw is, door hem aan huis te binden, zij vreest geen trouwe echtgenoot voor hem te zijn.
Geraint is inmiddels wakker geworden en hoort alleen het laatste gedeelte en denkt daardoor dat zij een minnaar heeft en wordt jaloers. Hij springt uit bed en sommeert een schildknaap om zijn paard in gereedheid te brengen en zegt tegen haar dat ze haar oudste kleren aan moet doen, omdat ze op pad gaan. Zij vraagt wat er aan de hand is, maar hij verbiedt haar te spreken. Enid besluit de jurk aan te doen, waarin hij haar voor de eerste keer heeft gezien.

Een jaar eerder

Ook dit jaar geeft koning Arthur een feest op Carleon. Er komt een man de hal binnen, die een wit hert in de bossen heeft zien lopen, waarop koning Arthur direct een jachtpartij organiseert. De volgende dag gaat iedereen vroeg op pad, maar koningin Guinevere mist de groep, omdat ze ligt te dromen van Lancelot. Ze vertrekt daardoor later samen met een hofdame en blijft op een heuveltje staan luisteren of ze iets van de jacht hoort. Ze hoort een paard naderen, wat Geraint blijkt te zijn. Hij zegt alleen de jacht te willen zien en hoeft er niet aan deel te nemen.
Terwijl ze wachten en opletten of ze iets van de jacht horen, passeert er een onbekende ridder in het gezelschap van een dame en een dwerg. Koningin Guinevere zend haar hofdame om naar de naam van de ridder te vragen, maar wanneer deze de dwerg naar de naam van de ridder vraagt, weigert hij die te geven. Als de hofdame vervolgens de naam aan de ridder zelf wil vragen, belet de dwerg haar dit door haar met zijn zweep te slaan.
Hierna gaat Geraint naar de dwerg, maar ook hij krijgt geen antwoord en wordt met de zweep geslagen als hij naar de ridder wil rijden en omdat hij wil niet met de dwerg in gevecht wil gaan rijdt hij terug naar de koningin. Hij belooft haar het onrecht dat de hofdame is aangedaan te wreken, ondanks dat hij ongewapend is. Guinevere neemt afscheid van hem en zegt hem, dat mocht hij de liefde op zijn pad tegenkomen, hij zijn haar als eerste bij haar moet brengen. Zij wil haar dan in de mooiste kleren steken, wat haar afkomst ook moge zijn.
Hierna vertrekt Geraint en volgt het spoor van het drietal tot hij in een lange straat komt, die door een kleine stad loopt. Aan de ene kant van de straat ligt een vesting, sterk en net klaar, terwijl aan de andere kant een oud bouwvallig slot staat. Hij volgt het drietal verder de stad in, waar een grote bedrijvigheid heerst. Hij probeert ergens onderdak te vinden, maar alle herbergen zijn vol. Hij vraagt aan een smidsknecht waarom iedereen zo druk is en er nergens meer plaats is in de herbergen. Deze antwoordt alleen “de Sperwer”. Geraint vraagt iemand anders wat er aan de hand is, maar krijgt hetzelfde antwoord. Als hij dan boos wordt zegt de man hem dat er de volgende dag een toernooi zal zijn en dat er nog veel wapens gemaakt moeten worden. De enige plaats waar hij nog een slaapplaats voor de nacht kan vinden is bij het vervallen slot.

Geraint gaat naar het vervallen slot en wordt hier welkom geheten door graaf Yniol. Deze excuseert zich voor de slechte omstandigheden van het slot, waarop Geraint zegt dat hem dit niet uitmaakt, zolang hij maar geen sperwers hoeft te eten.
Zijn gastheer vraagt hem om geen grapjes over de sperwer te maken, omdat die de oorzaak is van zijn ongeluk. Als Geraint het binnenhof betreedt, ziet hij dat het kasteel er nog erger aan toe is, dan hij dacht.
Terwijl hij op het binnenhof staat, hoort Geraint een meisje zingen. Hij is direct verliefd op deze stem, die aan Enid, het enige kind van Yniol, toebehoort. Als het lied uit is, gaan beide mannen naar binnen, waar zij Enid en haar moeder aantreffen. Yniol vraagt Enid het paard van hun gast te verzorgen en in de stad eten en drinken in te kopen, zodat zij een feestmaal kunnen houden. Wanneer ze terug is, gaat ze het eten klaarmaken. Terwijl ze hier mee bezig is, kijkt Geraint naar haar en begint steeds verliefder te worden.
Na het eten vraagt Geraint wie of wat de Sperwer is. Mocht het dezelfde persoon zijn die koningin Guinevere heeft beledigd dan mag Yniol de naam niet noemen, omdat Geraint deze uit de mond van de man zelf wil horen. Ook vraagt hij of er wapens voor hem zijn, omdat hij overhaast is vertrokken.
Yniol vermoedde al, dat Geraint een van de ridders van de ronde tafel is. Hij heeft het al regelmatig met zijn dochter over zijn daden gehad. Het meisje kent alleen de ridders uit de buurt en die zijn geen goed voorbeeld. Eerst was er Lemours, die voortdurend dronken was, hierna kwam de Sperwer, een neef van Yniol. Nadat Yniol hem de hand van zijn dochter heeft geweigerd, heeft de Sperwer laster over Yniol verspreid en zijn dienaars omgekocht. Op de avond voor de verjaardag van Enid heeft hij een oproer in de stad veroorzaakt en hierbij het kasteel van Yniol verwoest en hem zijn graafschap ontstolen, waarna hij de nieuwe vesting heeft laten bouwen.
Na dit verhaal herhaald Geraint zijn vraag of de graaf wapens voor hem heeft, zodat hij de Sperwer uit kan dagen. Er zijn alleen oude en roestige wapens, maar hij mag deze gebruiken als hij wil. De volgende dag zal er een steekspel zijn en als Geraint de Sperwer uit wil dagen, kan hij dat de volgende manier doen: in het weiland staan twee gaffels, waarover een zilveren roede wordt gelegd. Hierop wordt een gouden sperwer geplaatst. Dit is de prijs voor de allermooiste vrouw. Hierover moet strijd worden geleverd met de Sperwer, die hier zijn naam aan ontleent, omdat hij dit duel nog nooit heeft verloren. Als Geraint hem uit wil dagen, moet hij wel in het gezelschap zijn van een dame. Geraint vraagt hij of hij namens Enid deze strijd aan mag gaan en als hij deze tweekamp wint, wil hij graag met haar trouwen. Yniol is blij met dit aanbod en vraagt aan zijn vrouw of zij het goede nieuws aan Enid wil vertellen.
Als Enid het nieuws hoort, is ze blij en vereerd en na een lange slapeloze nacht staat zij de volgende morgen met haar moeder op het toernooiveld. Even later arriveren ook Geraint – met de roestige wapens – en Yniol. Een tijdje later komen ook de ridders uit de stad en plaatsen de gouden sperwer op zijn zilveren roede. Als de Sperwer vervolgens de trofee aan zijn dame aan wil bieden, belet Geraint hem dit, omdat zijn dame meer recht heeft op deze prijs.
De Sperwer ontsteekt in woede en een duel is het gevolg. Dit gevecht gaat gelijk op, tot Enid Geraint herinnert aan het onrecht dat Guinevere is aangedaan. Hierdoor verdubbelt de kracht van Geraint en weet hij de Sperwer op de grond te werken. Hij zet zijn voet op de borst en vraagt hem naar zijn naam, waarop de Sperwer antwoordt dat hij Edyrn, de zoon van Nudd is. Hierna zegt Geraint, dat Edyrn naar het hof van koning Arthur moet gaan, om aan koningin Guinevere vergeving te vragen voor de zweepslag aan haar hofdame, wat hij belooft te doen.
Geraint zegt tegen Yniol, dat hij op de derde dag na de tweekamp met Enid naar het hof van koning Arthur wil vertekken, om daar te kunnen trouwen. Als Enid die ochtend wakker wordt, ziet ze haar oude jurk hangen en bedenkt dat het geen pas heeft om hierin aan het hof van de koning te verschijnen en te trouwen. Ze bedenkt dat ze Geraint vroeger met meer stijl had kunnen ontvangen, voordat Edyrn alles geroofd had. Ook heeft ze een prachtige jurk verloren, die ze drie jaar daarvoor gekregen heeft. Denkend aan de oude tijd valt ze weer in slaap.
Als ze even later wakker wordt gemaakt, ziet ze haar moeder staan met een jurk, die ze herkent als de mooie jurk die ze is kwijtgeraakt. Haar moeder zegt dat ze met deze jurk tenminste voor de koningin zal kunnen verschijnen. Na de overwinning van Geraint is Yniol weer de beheerder van de stad en hebben ze al veel spullen teruggekregen, waaronder de jurk. Enid trekt de jurk aan, die haar prachtig staat.
Als ze in deze jurk naar Geraint gaat, vraagt hij echter of ze haar oude jurk weer aan wil trekken. Teleurgesteld trekt Enid haar jurk uit en is haar moeder boos. Geraint merkt dit en legt haar uit waarom hij dit doet. Hij zegt dat koningin Guinevere hem bij zijn vertrek heeft beloofd zijn toekomstige vrouw mooi aan te kleden. Hij zegt ook, dat als Enid van de pracht af kan zien tot ze bij het hof zijn, hij zeker is van haar trouw en liefde. Na deze uitleg begrijpen de vrouwen beter waarom hij dit wil, waarna Geraint, Enid en Yniol naar het hof van koning Arthur vertrekken.
Na de komst van Yniol heeft Guinevere al uit staan kijken naar de komst van Geraint en als ze hem met zijn gezelschap aan ziet komen, gaat ze hen tegemoet om ze te verwelkomen. Enid wordt, zoals beloofd, in het mooiste bruidskleed getooid waarna er een feest van zang en dans losbarst, die eindigt in de huwelijksvoltrekking door de heilige Dubric.

Dit alles overdenkt Enid een jaar later, als ze weer haar oude jurk aantrekt. Even later gaan ze op weg. Geraint zegt dat ze voor hem uit moet rijden, omdat hij bang is, dat hij haar anders voortdurend verwijten zal maken. Ook verbiedt hij haar om tegen hem te praten. Als ze weg willen rijden, gooit Geraint ook zijn geldbuidel naar de schildknaap, die op het bordes hen na staat te kijken, hij wil deze beproeving in soberheid volbrengen.
Als ze bij een wildernis komen moeten ze stapvoets rijden, waardoor ze beiden in gepeins verzinken. Enid vraagt zich af wat ze heeft misdaan, terwijl Geraint zich afvraagt waar hij het aan te danken heeft dat Enid hem ontrouw is geweest.

Na enige tijd ziet Enid drie ridders en hoort ze samen overleggen, dat ze de ridder, die daar zo moedeloos aan komt rijden zullen overvallen om hem zijn paard en vrouw afhandig te maken. Enid besluit, ondanks het verbod om te spreken, toch Geraint te waarschuwen. Hij is boos op haar dat ze dit verbod heeft gebroken, maar moet het gevecht aangaan. Hij weet de rovers te doden, waarna hij Enid opdraagt om de drie paarden van de rovers voort te drijven, waarna ze verder gaan.
Terwijl ze voortrijden, heeft Geraint medelijden met Enid, die hij voor zich ziet zwoegen met de paarden. Hij wil wel met haar praten, maar is bang dat hij haar iets aan zal doen, als blijkt dat ze hem echt ontrouw is geweest. Als ze bij een woud komen, ziet Enid opnieuw drie ridders staan, van wie er een erg groot en fors is en ook zij willen hen overvallen. Enid besluit toch weer om Geraint te waarschuwen en weer is hij ontstemd. De grote ridder komt op hem af, maar omdat hij gewaarschuwd is, weet Geraint de ridder met de eerste lansstoot te doden, waarna zijn kameraden op de vlucht slaan. Geraint gaat hen achterna en weet ook hen te doden. Ook de paarden van deze ridders moet Enid onder haar hoede nemen, waarna ze hun weg vervolgen.
Als ze het woud uitrijden, ziet Geraint een jongen, die eten naar een aantal maaiers brengt. Hij vraagt de jongen of zij ook iets van het eten mogen hebben, waarna de jongen hen iets geeft. Enid krijgt niets door haar keel, terwijl Geraint, diep in gedachten, alles opeet. Geraint geeft de jongen als beloning één van de paarden en deze is hier zo blij mee, dat hij dit aan zijn meester wil vertellen zodat deze dan Geraint kan ontvangen. Maar Geraint wil nooit meer een slot te betreden en vraagt de jongen dit niet te doen, maar als hij een slaapplaats voor de nacht kan regelen zou hij dit op prijs stellen. Als een tijdje later de jongen terugkomt met het bericht dat hij een onderkomen voor hen heeft gevonden in een herberg, gaan beiden met hem mee. Tijdens de afwezigheid van de jongen en hun verblijf in de herberg, spreken Geraint en Enid niet met elkaar.
Na een tijdje horen ze op straat een hoop rumoer en wordt de deur van hun herberg met een klap opengegooid. Het is graaf Lemours, die vroeger zelf ooit naar de hand van Enid had gevraagd. Hij ziet haar en blijft haar aanstaren. Lemours vraagt aan Geraint, of hij met haar mag praten en als deze toestemming geeft, loopt hij naar haar toe en vraagt hoe het met haar gaat. Het verbaast hem, dat ze daar zonder bedienden is en ook haar huwelijk lijkt hem geen succes. Hij zegt dat hij nog steeds van haar houdt en als zij dit wil, zal hij Geraint gevangen nemen. Enid denkt na en vraagt hem om haar de volgende morgen vroeg te komen bevrijden. Lemours vertrekt dan, met de belofte dat hij er de volgende morgen zal zijn.
Als Enid en Geraint weer samen zijn, bedenkt Enid hoe ze Geraint kan waarschuwen voor wat er de volgende morgen gebeuren gaat. Als ze een plan heeft, slaapt Geraint al. Ze legt in ieder geval zijn wapens klaar, maar valt dan zelf ook, vermoeid door de lange dagen, in slaap. De volgende morgen schrikt ze wakker door de haan en als ze vervolgens de uitrusting van Geraint controleert, valt zijn helm, waardoor hij wakker wordt.
Zij verteld hem dan alles van de vorige avond, waarop Geraint zich door haar laat aankleden. Hij betaald de waard met vijf paarden en vertrekt dan met Enid, terwijl hij haar opnieuw verbied om tegen hem te praten. Ze verlaten snel het grondgebied van graaf Lemours en komen in het land van een andere woeste graaf, Doorm geheten, die door zijn leenheren de Stier wordt genoemd.

Terwijl ze voortrijden, merkt Enid dat Geraint dichter bij haar in de buurt rijdt, dan de vorige dagen en is hier blij om. Even later hoort ze hoefgetrappel, maar Geraint lijkt niets te horen. Ze wijst naar de stofwolk, die hij dan ook ziet. Ze stoppen en al snel verschijnt Lemours, die met gestrekte lans op Geraint afstormt. Die weet hem met de eerste lansstoot uit het zadel te werken, waarna hij op de grond blijft liggen. Vervolgens stormt een van de andere mannen op hem af. Ook deze ridder weet hij tegen de grond te werken, waarna hij naar de overgebleven ridders gaat. Als ze hem zien naderen, slaan ze op de vlucht, Lemours achterlatend. De paarden van de twee overwonnen mannen slaan ook op de vlucht en Geraint vraagt zich af wat hij als buit mee moet nemen. Hij vraagt Enid of ze de wapens van de mannen mee zullen nemen, maar zij wijst dit af, waarna ze doorrijden.
Geraint was in het gevecht zonder het te merken gewond geraakt. Terwijl hij onder zijn pantser bloedt, rijden ze verder. Verderop, in een bocht valt hij van zijn paard en blijft liggen. Enid komt naar hem toe en vindt al snel de wond, die zij met haar hoofdsluier verbindt. Als dit is gebeurt, overvalt de wanhoop haar en begint ze te huilen.

Terwijl ze daar bij Geraint zit, passeren diverse mensen hen, maar niemand stopt om te helpen. Als er een ridder in volle vaart voorbij komt, vlucht het paard van Enid. Rond het middaguur verschijnt graaf Doorm met een leger. Hij vraagt haar of Geraint dood is, waarop zij zegt dat hij nog leeft en ze vraagt hem om haar te helpen Geraint uit de volle zon te dragen, zodat hij beter op kan knappen. Doorm zegt tegen zijn mannen, dat ze Geraint naar zijn kasteel moeten brengen. Als hij blijft leven, kan hij een van zijn ridders worden. Sterft hij, dan zullen ze hem begraven. Geraint wordt door twee mannen naar het slot gebracht, waar ze hem op een bank neerleggen. Enid blijft bij hem zitten en al huilende verzorgt ze hem. Geraint merkt dit en is verbaasd, terwijl hij zich bewusteloos houdt.
Als het avond wordt, komt graaf Doorm, met buit beladen, van zijn strooptocht terug. Hij gooit de buit neer en met zijn mannen valt hij op het eten aan. Als ze verzadigd zijn, ziet Doorm Enid zitten en zegt tegen haar dat ze ook moet eten. Hij ziet dan ook haar schoonheid en zegt dat hij met haar wil trouwen. Enid antwoord, dat, zolang Geraint nog leeft, zij met rust gelaten wil worden. Zij zegt dit zo zacht dat hij het niet hoort, maar als ze het herhaalt, dan zegt hij dat dit antwoord ingegeven is door een lege maag. Hij geeft haat eten en drinken, maar ze weigert en zegt dat ze pas weer eet, als ze dit samen met Geraint kan doen.

Graaf Doorm wordt boos en zegt dat Geraint haar niet waardig is, door haar in die lompen te laten lopen. Een van zijn vrouwen komt dan met mooie kleding naar haar toe, maar ze weigert dit aan te trekken, omdat Geraint haar ooit heeft liefgehad in deze kleren. Ze zal de kleren ook pas weer uittrekken, als hij haar dit beveelt. De graaf is woest om dit antwoord en slaat haar zacht met de vlakke hand in het gezicht. Enid geeft een harde schreeuw van angst, waarop Geraint zijn zwaard grijpt en in één slag het hoofd van de graaf afslaat. De mannen van de graaf schrikken en vluchten, omdat ze denken dat Geraint uit de dood is opgestaan, waarop Enid en Geraint samen achterblijven.
Geraint zegt tegen Enid dat hij spijt heeft van zijn gedrag en dat hij nooit meer zal twijfelen aan haar trouw. Zij is verbluft dat hij weer bij zijn positieven is, maar al gauw is ze weer bij zinnen en zegt dat hij moet vluchten op zijn paard, de enige die er nog is. Geraint zegt dat hij alleen wil vertrekken, als dit samen met haar is en zo vertrekken ze, innig verstrengeld op een paard.
Als ze bij de poort van het slot komen, zien ze een ridder van het hof van koning Arthur met gestrekte lans op zich afkomen. Enid, die bang is dat de wonden van Geraint weer zullen gaan bloeden bij een confrontatie, en roept naar de ridder om hen niets te doen. Dan blijkt de ridder Edyrn te zijn, die haar stem herkent. Hij zegt dat hij hen niets zal aandoen en zeker Geraint niet, die hem weer op het goede pad heeft gebracht. Hij zegt dat koning Arthur hem naar het kasteel heeft gezonden om Doorm de kans te geven om zich weer onder diens gezag te stellen.

Geraint zegt dat graaf Doorm dood is en dat diens macht is gebroken en wijst naar de vluchtende mensen uit het slot. Edyrn vraagt hem of hij zelf zijn verhaal aan Arthur wil vertellen. Geraint aarzelt, want hij is niet trots op zijn laatste avonturen, maar na enig aandringen gaan ze beiden mee.
Onderweg naar koning Arthur is Enid niet gerust over de begeleiding van Edyrn. Hij merkt het en zegt dat ze gerust kunnen zijn. Hij is door zijn verblijf aan het hof van koning Arthur een ander en beter mens geworden, die ze kunnen vertrouwen.
Als ze bij de legerplaats van Arthur aankomen, komt deze hen zelf begroeten. Hij spreekt even met Edyrn en komt dan naar hen toe en tilt Enid van het paard en wijst haar een tent, waar ze zich kan opknappen. Hierna gaat hij naar Geraint en zegt tegen hem, dat hij, toen Geraint de vorige keer zijn hof verliet, beledigd was. Later begreep hij het en is toen zelf op pad gegaan om het gespuis uit zijn land te verdrijven. Hij zegt ook dat hij blij is, dat hij Edyrn een kans heeft gegeven om zijn leven te beteren – meestal krijgen dit soort mensen geen tweede kans.
Na dit gesprek laat Geraint zich verzorgen door de arts en Enid en knapt hij langzaam op, terwijl Arthur verder zijn land doortrekt om orde op zaken te stellen. Als ze weer in Caerleon aankomen, begroet de koningin Enid en kleedt haar weer op koninklijke wijze.
Nadat ze een tijd aan het hof zijn gebleven, vertrekken ze weer naar hun eigen land, waar ze samen wijs regeren. Geraint krijgt als bijnaam “de dappere” van zijn volk, maar Enid krijgt de bijnaam “de goede”. Zo leven zij tevreden op het slot, waar ook hun kinderen opgroeien. Op hoge leeftijd overlijdt Geraint eervol in een oorlog tegen heidense volken uit het Noorden.
Bronnen:
