Morte d’Arthur: boek I
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.
Ten tijde van de regeerperiode van Uther Pendragon is hij in oorlog met de machtige hertog van Tintagel uit Cornwall. Bemiddelaars zorgen dat de hertog en zijn vrouw Igraine worden uitgenodigd bij de koning, waar zij zich met elkaar verzoenen.
Uther Pendragon wordt verliefd op Igraine en wil bij haar slapen, maar zij wijst hem af. Tegen haar man vertelt ze wat de koning wil, waarop ze besluiten om direct, midden in de nacht, naar huis te vertrekken zonder iemand in te lichten.
Uther Pendragon is woest en roept zijn raad bij elkaar. Er wordt besloten dat de hertog en zijn vrouw teruggehaald moeten worden. De hertog en zijn vrouw weigeren dit, waarna Uther Pendragon een troepenmacht samenstelt. De hertog laat twee kastelen klaarmaken voor een belegering: Tintagel, waar Igraine zal blijven, en Terrabil, waar hij zelf zijn intrek zal nemen.
De belegering van Terrabil begint en veel mannen vinden er de dood, maar Uther Pendragon wordt ziek van frustratie en verliefdheid, omdat hij Igraine mist. Ulfius, een van zijn trouwe mannen, vraagt wat er scheelt. Als hij de frustratie van Uther Pendragon hoort, besluit hij Merlijn op te zoeken. Al snel treft hij Merlijn in het bos, maar Merlijn vraagt wel een passende beloning.
Wanneer Merlijn bij Uther komt, zegt hij dat hij die nacht bij Igraine kan slapen, maar het kind dat hij deze nacht zal verwekken, moet hij na de geboorte aan Merlijn overhandigen. Uther Pendragon stemt hiermee in, waarna ze naar het kasteel gaan waar Igraine verblijft. Uther Pendragon krijgt van Merlijn het uiterlijk van de hertog van Cornwall, waardoor ze zonder problemen het kasteel kunnen binnenkomen en Igraine hem niet zal weigeren.
De hertog van Tintagel ziet hoe de koning wegrijdt van zijn kamp en besluit een uitval te doen, waarbij hij wordt gedood. Uther Pendragon slaapt drie uur na de dood van de hertog bij Igraine. ’s Morgens vroeg verlaten ze het paleis voordat de dood van de hertog bekend is.
Na de dood van de hertog vindt er een verzoening plaats en trouwt Igraine met Uther Pendragon. Koning Lot trouwt met Morgause, die de moeder van Gawain wordt, en koning Nauntres huwt met Elaine. De derde zus, Morgan de fee, wordt in een nonnenklooster op school gedaan, waar ze meesteres wordt in de zwarte kunst. Later zal zij trouwen met koning Uriens, die de vader wordt van heer Uwein.

Als Igraine een half jaar zwanger is, vraagt Uther haar wie de vader is. Igraine verteld hem beschaamt dat er de nacht dat de hertog van Tintagel de dood vond een man bij haar is gekomen die op de hertog leek en met haar heeft geslapen. Later hoorde zij dat de hertog op dat moment al dood was en de man die bij haar was dus iemand anders geweest moet zijn.
Uther bekend haar dat hij degene was die bij haar was die nacht, met het uiterlijk van de hertog, waarna hij haar zijn kant van het verhaal verteld.
Later spreekt Merlijn met Uther over het kind. Merlijn vraagt Uther om Sir Ector te vragen.de opvoeding van het kind op zich te nemen. Sir Ector stemt hiermee in en op de nacht dat het kind wordt geboren, haalt Merlijn de jongen op, en brengt het naar Sir Ector en zijn vrouw, die het laat dopen en op advies van Merlijn de naam Arthur geeft.
Binnen twee jaar wordt koning Uther getroffen door een ernstige ziekte, terwijl er een oorlog tegen hem is begonnen door de noordelijke legers. Merlijn adviseert hem in een draagstoel op een paard deel te nemen aan de gevechten, om zo leiding te geven en om als voorbeeld te dienen voor zijn mannen. Mede hierdoor weet zijn leger de vijand te verslaan.
Hierna ligt koning Uther nog drie dagen ziek op bed, waarna hij overlijdt.
In de periode die hierop volgt versterken veel edelen hun legers, en velen denken de nieuwe koning te kunnen worden. Na een tijd gaat Merlijn naar de aartsbisschop van Canterbury en raadt hem aan alle edelen met Kerstmis naar Londen te laten komen, omdat Jezus, die op die dag is geboren, door middel van een wonder zal tonen wie de nieuwe koning zal worden.
Als iedereen na de kerstmis naar buiten gaat, zien ze daar een grote vierkante steen, met daarop een aambeeld van staal, met daarin een zwaard gestoken. Rondom dit zwaard is de tekst te lezen dat wie dit zwaard uit het aambeeld trekt, bij recht en geboorte de koning is van heel Engeland.
Nadat alle missen zijn opgedragen, proberen veel edelen het zwaard uit het aambeeld te trekken, maar niemand slaagt hierin. Op nieuwjaarsdag worden er steekspelen gehouden. Ook Sir Ector, met zijn zoon Keye en zijn pleegzoon Arthur, is hierbij aanwezig. Wanneer Keye, die aan de spelen wil meedoen, ontdekt dat hij zijn zwaard is vergeten, vraagt hij aan Arthur deze voor hem te gaan halen. Arthur ziet dat iedereen weg is en alles is afgesloten, en besluit naar het aambeeld te rijden en dat zwaard te pakken. Nadat hij het zwaard heeft bemachtigd, rijdt hij naar Keye en geeft hem het zwaard.
Keye herkent het zwaard direct, rijdt ermee naar zijn vader en zegt dat hij de koning van het land moet worden. Sir Ector rijdt direct met beide jongens naar de kerk en laat Keye met zijn hand op de bijbel vertellen hoe hij aan het zwaard is gekomen. Keye bekent dan dat Arthur het aan hem heeft gegeven.
Sir Ector stelt dezelfde vraag aan Arthur, die hem vertelt dat hij het zwaard van Keye niet heeft kunnen vinden en daarom dit zwaard heeft gepakt. Sir Ector laat Arthur het zwaard weer in de steen steken en probeert het er dan zelf uit te halen, wat mislukt.
Nadat het hem niet is gelukt het zwaard uit het aambeeld te halen, vraagt Sir Ector aan Keye om het te proberen, maar ook hem lukt het niet. Hierna vraagt Sir Ector of Arthur het wil proberen, waarna deze het zwaard moeiteloos uit het aambeeld trekt.
Hierop knielen Sir Ector en Keye voor een verbaasde Arthur, die hen vraagt waarom ze dit doen. Sir Ector vertelt Arthur hoe hij bij hem en zijn vrouw in huis is gekomen en dat hij nu begrijpt dat Arthur van hoge afkomst is. Hij vraagt of Arthur hem één gunst wil verlenen als hij koning is, en dat is dat zijn zoon Keye hofmaarschalk van Arthur kan worden. Arthur belooft het en dat Keye dit zal blijven doen zolang zij leven.
Daarna gaan ze naar de aartsbisschop en vertellen dat het zwaard door Arthur uit het aambeeld is gehaald. Op Driekoningen is iedereen weer aanwezig, maar weer lukt het alleen Arthur het zwaard eruit te trekken. De edelen zijn verbolgen dat een jonge knaap hun koning zal worden. Daarna proberen ze het met Maria Lichtmis en met Pasen nogmaals, maar het lukt niemand, buiten Arthur, om het zwaard los te trekken.
Hierna besluit de aartsbisschop Arthur te laten bewaken door de beste ridders tot het Paasfeest.
Met Pinksteren proberen de aanwezige koningen en edelen nogmaals het zwaard uit het aambeeld te trekken, maar ook dit keer is Arthur de enige die hierin slaagt, waarna hij tot koning wordt gekroond.
Ten overstaan van burgers en edelen zweert Arthur een waarachtig koning te zijn, waarna hij direct allerlei geschillen moet beoordelen, die zijn ontstaan in de periode dat er geen koning was. Hierna benoemt hij Keye tot zijn hofmaarschalk; heer Boudewijn van Bretagne wordt zijn maarschalk; heer Ulfius opperkamerheer en heet Bratias wordt landvoogd om het noorden te bewaken.
Nadat de rust is weergekeerd, organiseert Arthur tijdens de Pinksterdagen een feest in de stad Carleon. Veel koningen en edelen komen hiernaartoe. Arthur denkt dat ze hem eer komen bewijzen en stuurt hen geschenken, maar deze worden geweigerd. Veel edelen zijn nog altijd verbolgen dat een jonge, baardeloze knaap koning is geworden.
Koning Arthur krijgt het advies zich met zijn mannen in een toren terug te trekken, waarna een beleg begint. Na vijftien dagen komt Merlijn en is iedereen blij dat hij er is. De belegeraars vragen hem hoe het kan dat zo’n onervaren jongen koning is geworden. Maar Merlijn antwoord dat hij als zoon van Uther en Igraine de enige rechtmatige koning van het land is. Dan stellen ze voor dat Arthur naar buiten komt om met hen te overleggen. Merlijn zegt tegen Arthur dat hij hen als een koning tegemoet moet treden.
Koning Arthur gaat naar buiten en staat de mannen te woord en verlangt van ze dat ze zich overgeven, maar dat wordt geweigerd. Merlijn zegt dat ze een oorlog tegen koning Arthur zullen verliezen, maar ze geloven hem niet. Merlijn adviseert koning Arthur een uitval te doen. Tijdens het daaropvolgende gevecht doden koning Arthur en de zijnen veel tegenstanders, en op het moment dat hij Excalibur, zijn zwaard uit het aambeeld, gaat gebruiken, weet hij nog meer tegenstanders te overwinnen. De burgers van Carleon kiezen de kant van koning Arthur, waarna de weerspannige koningen op de vlucht slaan.
Als de rust is weergekeerd, roept koning Arthur zijn raad bij elkaar en overleggen ze in aanwezigheid van Merlijn hoe ze een leger kunnen opbouwen dat het tegen deze koningen kan opnemen. Merlijn adviseert de hulp van koning Ban van Benwick en zijn broer, koning Bors van Gallië, om hulp te vragen.
Ulfius en Bratias worden naar deze koningen gestuurd. Zij willen koning Arthur graag helpen in zijn strijd en beloven snel te komen. Ze worden door koning Arthur welkom geheten, en tijdens het daaropvolgende toernooi horen ze van de tegenstand waar koning Arthur mee te maken heeft, waarna ze een groot leger laten overkomen. Merlijn brengt deze mannen naar het woud van Bedegraine.
Daar weten verkenners van koning Arthur te achterhalen wat de route van hun tegenstander is en vallen ze hen ’s nachts aan. Hierna ontstaat een lange en felle strijd, waarbij aan beide kanten grote verliezen worden geleden. Uiteindelijk grijpt Merlijn in en sommeert koning Arthur te stoppen met de gevechten. Zijn tegenstanders zullen hem de komende drie jaar niet meer lastigvallen, omdat hun koninkrijken vanuit het noorden worden aangevallen en ze daar nodig zijn. Nadat koning Arthur zijn bondgenoten koning Ban en koning Bors bedankt heeft en veel geschenken heeft gegeven, gaat iedereen terug naar huis.
Na een tijd gaat Merlijn in vermomming naar koning Arthur, die in kasteel Bedegraine verblijft, en vraagt om een geschenk. Arthur vraagt waarom hij hem een geschenk zou moeten geven, waarop Merlijn antwoordt dat hij dit beter kan doen, omdat er een grote schat in de grond moet zitten. Hij heeft van Merlijn gehoord waar die is. Ulfius en Bratias herkennen Merlijn en vertellen glimlachend aan koning Arthur wie deze man is. Arthur schaamt zich diep.
Intussen komt Lionors aan het hof, de dochter van graaf Sanam, en koning Arthur wordt verliefd. Hij verwekt een zoon bij haar, Borre genaamd, die later een van de ridders van de ronde tafel zal worden.
Dan komt het bericht dat koning Rience van Noord-Wales een oorlog is begonnen tegen koning Leodegrance van Camelerd, een van de getrouwen van koning Arthur. Met een groot leger weet hij koning Leodegrance te ontzetten. Daarna wordt koning Arthur onthaald op het kasteel van koning Leodegrance, waar hij diens dochter Guinevere ontmoet. Arthur wordt tot over zijn oren verliefd op haar.
Koning Rience sluit zich aan bij de eerder door koning Arthur verslagen koningen. Zij besluiten eerst de Saracenen uit hun eigen land te verdrijven en daarna hun eigen leger te versterken.
Koning Arthur is teruggegaan naar Carleon. Op een dag komt de vrouw van koning Lot van Orkney naar het hof, met haar vier zonen: Gawein, Gaheris, Agravain en Gareth. Arthur wordt verliefd op haar en verwekt Mordred bij haar. Wat hij niet weet, is dat de vrouw zijn zus is.
Op een dag, als Arthur op jacht gaat, ziet hij een groot hert. Hij geeft aan dat hij dit hert alleen wil jagen en gaat het achterna. Nadat hij het lange tijd heeft gevolgd, raakt zijn paard buiten adem en valt dood neer. Terwijl een dienstknecht een nieuw paard gaat halen, blijft hij bij een bron op hem wachten.

Na een tijdje hoort hij het geluid van wel dertig blaffende honden. Direct hierna ziet hij een vreemd beest naar de bron lopen, waar het wat drinkt. Het geluid uit de buik van het beest klinkt als het geluid dat Arthur eerder hoorde van de blaffende honden, maar als het beest drinkt, klinkt er geen geluid. Na gedronken te hebben, vertrekt het beest weer.
Even later komt er een ridder te voet naar Arthur en vraagt of hij het beest heeft gezien. De man geeft aan dat hij het al langer volgt, maar dat zijn paard onderweg dood is neergevallen. Arthur geeft aan dat hij het beest zojuist heeft zien passeren.
Op dat moment komt de dienstknecht van Arthur met een nieuw paard, als Pellinor, de ridder te voet, vraagt of hij het paard mag gebruiken om het beest te kunnen volgen. Wanneer Arthur aanbiedt het beest voor hem te volgen, geeft Pellinor aan dat alleen hij of een bloedverwant het beest kan vangen. Dan springt hij op het paard dat voor Arthur is bedoeld en wil de achtervolging inzetten, als Arthur hem dit wil beletten. Maar Pellinor geeft aan dat als Arthur erom wil vechten, hij hem bij de bron kan vinden, waarna hij vertrekt.
Dan komt Merlijn in de gedaante van een veertienjarige jongen bij Arthur. Tijdens het gesprek geeft de jongen aan dat Arthur bij Igraine is verwekt door Uther Pendragon. Arthur reageert verbaasd en wil weten hoe zo’n jongen dit kan weten. Hierna vertrekt de jongen en even later komt Merlijn in de gedaante van een oude man en zegt tijdens het gesprek dat de jongen gelijk heeft en dat God ontstemd is dat Arthur bij zijn zus heeft geslapen, en dat het kind dat daarbij is verwekt hem en alle ridders van zijn rijk zal vernietigen. Arthur reageert weer verbaasd, maar dan maakt Merlijn zich bekend.
Dan komt er een nieuw paard voor Arthur en rijden ze terug naar Carleon. Bij terugkomst vraagt Arthur direct aan Ector en Ulfius hoe hij verwekt is en zij bevestigen het verhaal van Merlijn, dat hij de zoon is van Igraine en Uther Pendragon. Arthur wil dan graag zijn moeder zien, die zo snel mogelijk komt in gezelschap van Morgan de Fee, waar ze worden herenigd door Merlijn.
Enige tijd later komt een schildknaap te paard bij het hof, die een dodelijk gewonde ridder bij zich heeft. Hij zegt dat er in het woud bij een bron een ridder zijn tent heeft opgeslagen. Deze ridder is de oorzaak van de verwondingen van de ridder. Griflet, een schildknaap van Arthur, smeekt hem of hij tot ridder kan worden geslagen, zodat hij de ridder kan wreken. Merlijn adviseert Arthur deze jongeman niet naar de ridder te laten gaan, omdat hij later een goede en dappere ridder zal worden. Arthur besluit hem dan tot ridder te slaan, maar vraagt een gunst: direct na het treffen met de ridder moet hij terugkeren en niet door blijven vechten.
Griflet gaat direct naar de ridder bij de bron en daagt hem uit. Deze weigert in eerste instantie vanwege de leeftijd van de jongen, maar die staat erop dat de tweekamp plaatsvindt. Hierop rijden de twee ridders met gestrekte lans op elkaar in, waarbij Griflet uit het zadel wordt gestoten en gewond op de grond blijft liggen. De ridder haalt de helm van zijn hoofd om hem lucht te geven, zet hem op zijn paard en laat deze teruglopen naar het hof, waar de jongen wordt verzorgd tot hij weer is opgeknapt.
Terwijl Griflet wordt verzorgd, komen twaalf boodschappers namens de keizer van Rome om een schatting te innen. Als Arthur hier niet aan voldoet, zal de keizer van Rome zijn land verwoesten. Arthur antwoordt dat een scherpe lans de enige schatting is die hij zal betalen en stuurt de mannen weer terug.
Hierna besluit Arthur naar de ridder bij de bron te gaan en hem uit te dagen. Onderweg spreekt hij Merlijn, die hem dit gevecht afraadt, omdat het zijn dood zal worden, maar Arthur is vastbesloten.
Bij de ridder aangekomen, die Pellinor blijkt te zijn, vraagt Arthur hem om af te zien van het tegenhouden van voorbijgangers, maar Pellinor geeft aan dat ze erom zullen strijden. Tot driemaal toe breken zij hun lansen op elkaars schild, waarna ze met het zwaard verdergaan. Beide mannen raken gewond, tot Pellinor het zwaard van Arthur in tweeën slaat. Arthur weigert zich over te geven, en als Pellinor de definitieve slag wil uitdelen, besluit Merlijn in te grijpen en brengt hem in een diepe slaap. Daarna neemt Merlijn Arthur mee naar een kluizenaar, die Arthur verzorgt.

Na drie dagen is Arthur voldoende opgeknapt en neemt Merlijn hem mee naar een meer. Midden in het meer ziet Arthur een arm met een zwaard in de hand. Ze zien een jonkvrouw, de Vrouwe van het Meer, over het water naar hen toekomen. Als ze bij Arthur en Merlijn is aangekomen, vraagt Arthur of hij het zwaard mag hebben, omdat zijn zwaard is gebroken. De Vrouwe van het Meer antwoordt dat Arthur het zwaard mag hebben in ruil voor een gunst waar ze later om zal vragen. Arthur stemt in met deze voorwaarde en mag het zwaard met een klaarliggende roeiboot gaan halen, samen met de bijbehorende schede.
Samen gaan Arthur en Merlijn met de boot naar het zwaard en als Arthur het zwaard pakt, verdwijnt de arm onder water, waarna ze terugroeien naar de wal en op weg gaan naar het hof. Merlijn vraagt wat Arthur het mooist vindt, het zwaard of de schede. Arthur vindt het zwaard het mooist, maar Merlijn zegt dat de schede belangrijker is. Zolang Arthur de schede bij zich draagt, zal hij geen bloed verliezen, hoe ernstig hij ook gewond is. Even later passeren ze een tent, die volgens Merlijn van Pellinor is. Hij heeft een gevecht geleverd met Egglame en is hem achterna gegaan nadat Egglame op de vlucht is geslagen.
Als Arthur weer thuis is, komt een boodschapper van koning Rience naar koning Arthur. Hij heeft in de tussentijd elf koningen verslagen en is nu koning van Noord-Wales en Ierland. Koning Rience heeft zijn mantel versierd met de elf baarden van de overwonnen koningen en heeft nog een plek over voor de baard van Arthur. Koning Arthur antwoordt dat Rience zijn baard maar moet komen halen, maar Arthur is er zeker van dat hij de zijne zal verliezen.
Een tijdje later hoort koning Arthur van Merlijn dat Mordred, het kind dat zijn dood zal worden, op 1 mei is geboren. Arthur besluit dan dat alle kinderen die op die dag zijn geboren naar hem gestuurd moeten worden. Als alle kinderen er zijn, ook Mordred, worden ze met een onbemand schip de zee opgestuurd. Het schip loopt op de klippen en vergaat, waarbij alle kinderen de dood vinden, op één na: Mordred. Mordred wordt gevonden door een man die hem opvoedt tot hij veertien is, waarna hij naar het hof van koning Arthur wordt gestuurd.
Bronnen
Sir Thomas Malory – de Morte d’Arthur
Aubrey Beardsley – Illustrations for Le Morte Darthur (afbeeldingen)
