Parzival
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.
Dit is het verhaal van Parzival, die door zijn moeder in de bossen, ver van het hof, wordt opgevoed. Uiteindelijk weet deze jongen de Visserkoning van zijn lijden te verlossen en wordt hij de nieuwe Graalkoning,
Deze samenvatting is in de versie van Wolfram von Eschenbach die het verhaal Conte du Graal van Chrétien des Troyes bewerkt heeft. In zijn tekst refereert Wolfram een aantal maal naar het oorspronkelijke werk, zeggende dat hij de opmerkingen van ene over het verhaal heeft verwerkt in zijn versie.
Wolfram heeft het verhaal rond 1210 geschreven. Later zal componist Richard Wagner zich op deze versie van het verhaal baseren wanneer hij zijn opera Parzival componeert.
Het verhaal
De geboorte van Feirefiz Anschevin
Wanneer koning Gandin sterft wordt zijn oudste zoon automatisch koning van het land. Gahmuret, de jongste zoon, besluit te vertrekken om ergens anders zijn geluk te beproeven. Zijn broer geeft hem 20 mannen, paarden en geld mee.

Op een dag treedt Gahmuret in dienst bij de burac, een vorst die in Baldac woont en over tweederde van de aarde zou regeren. Op dat moment kiest Gahmuret een ander familiewapen, nl. een anker op een groene ondergrond. In dienst van de baruc reist hij de wereld over en oogst veel roem voor zijn daden.
Op een dag reist hij de stad Zazamanc binnen en ziet dat het kasteel belegerd wordt door meerdere legers. Isenthart, de geliefde van prinses Belacane, die in het kasteel woont, is gedood tijdens een belegering van de stad. Zijn familie belegert daarom de stad, omdat zij menen dat de stad hen toebehoort, ondanks dat Isenthart en Belacane nog niet getrouwd waren. Een tweede leger belegerd de stad vanaf de andere kant.
Als Gahmuret dit hoort biedt hij de stad zijn hulp aan. Wanneer hij de Moorse prinses ontmoet worden beiden verliefd op elkaar.
Vanaf het moment dat Gahmuret met zijn mannen deelnemen aan de gevechten weten ze al snel de belangrijkste belagers te verslaan, waarna de overgebleven ridders trouw zweren aan Belacane.
Hierna bloeit de liefde tussen Gahmuret en Belacane verder op. Wanneer zijn twaalf weken zwanger is wil Gahmuret weer verder en laat haar achter. Zij bevalt van een zoon, die geboren wordt met twee kleuren: zwart van zijn moeder en wit van zijn vader. De jongen krijgt de naam: Feirefiz Anschevin.
De geboorte van Parzival
Gahmuret besluit zijn neef Kaylet, die koning van Spanje is, te volgen naar een toernooi in Waleis om hem te helpen. Ze treffen elkaar voor de stad Konvoleis. Het toernooi is georganiseerd door Herzoloyde, met als hoofdprijs een huwelijk met haar, waardoor de winnaar koning wordt van twee landen.
Kaylet is blij met de steun van Gahmuret omdat hij tot dat moment geen beste indruk heeft achtergelaten op het toernooi. Vanaf het moment dat Gahmuret – vechtend onder zijn eigen banier – hem ondersteunt keren zijn kansen op het toernooi. Maar terwijl Gahmuret de een na de andere tegenstander weet te overwinnen wordt Kaylet gevangen genomen. Tijdens het toernooi ziet Gahmuret dat de ridders uit zijn thuisland met de schilden ondersteboven vechten ten teken dat hun koning – de broer van Gahmuret – is overleden. Als hij zijn neef hiernaar wil vragen ontdekt hij dat deze gevangen is genomen.
Als het toernooi is afgelopen wordt Gahmuret tot winnaar uitgeroepen en mag trouwen met Herzoloyde. Gahmuret werpt tegen dat hij namens Kaylet aan het toernooi heeft deelgenomen en dat hij al met Belacane is getrouwd. Maar een rechter beslist dat ridders die met hun eigen banier deelnemen aan een toernooi dit op eigen titel doen. Ook een huwelijk tussen iemand die gedoopt is en een heiden ongeldig is. Hierna stemt Gahmuret in met het huwelijk op vooraarde dat hij de vrijheid krijgt om aan toernooien deel te nemen.

Een tijd later hoort hij dat de baruc is overwonnen, waarna hij op weg gaat om hem te ondersteunen. Na een half jaar droomt Herzoloyde dat haar iets ergs staat te wachten en die dag krijgt zij het nieuws dat Gahmuret door een onridderlijke list om het leven is gekomen. Door verdriet overmand overleven zij en haar ongeboren kind het ternauwernood, maar zij herpakt zich, vastbesloten dat het kind in leven moet blijven. Kort daarna wordt Parzival geboren.
De jeugd van Parzival
Na de geboorte van Parzival vertrekt Herzoloyde naar een bos, de eenzame wildernis van Soltane. Zij wil het kind ver van ridders en toernooien opvoeden. Zij verbiedt de mensen die met hen meegaan over deze onderwerpen met de jongen te praten. Hierdoor groeit Parzival op in totale onwetendheid over het leven en de regels aan het hof. Hij geniet van het leven in een bos, leert boogschieten en speerwerpen en wordt zo sterk als een beer.
Als Herzoloyde op een dag ziet dat Parzival naar de vogels luistert geeft zij haar mensen alle vogels te doden. Wanneer Parzival naar de reden waarom ze dit doen, begrijp zij dat ze een gebod van God overtreedt. Als Parzival vervolgens vraagt wie God is legt ze hem uit dat God het licht is en de duivel zwart en verteld hem over het geloof en de daden die hierbij horen.

Op een dag ziet Parzival drie ridders langsrijden. Vanwege hun schitterende uitstraling denkt hij met drie goden van doen te hebben en vraagt hen wie zij zijn. Een van de mannen legt uit dat zij geen goden maar ridders zijn en Gods oordeel volgen. Wanneer de – in de ogen van de ridders – simpele jongen vraagt hoe hij ridder kan worden antwoordt de man dat hij zich daarvoor bij koning Arthur moet melden.
Hierna rijden de mannen verder en rent Parzival naar zijn moeder om over de ridders te vertellen en zijn voornemen om door koning Arthur tot ridder te worden geslagen. Verdrietig dat haar plan is mislukt haar zoon anders op te voeden, bedenkt ze dat hij misschien niet tot ridder zal worden geslagen als hij zich vreemd gedraagt. Ze kleed hem daarom aan als nar en geeft hem tips. Zo moet hij iedereen die hij onderweg tegenkomt groeten en dat hij een ring van een vrouw moet zien te bemachtigen. Ook verteld ze hem dat hij koning is van twee landen, maar dat Lehelin deze met geweld heeft ingenomen. De volgende morgen vertrekt Parzival. Wanneer hij uit zicht is verdwenen valt Herzoloyde, door verdriet overmand, dood neer.

Opgewekt gaat Parzival op reis tot hij na een tijdje een tent ziet, waar een hertogin – Jeschune geheten – ligt te slapen. Hij gaat naar binnen en ziet dat zij een ring draagt. Hij kust haar en pakt de ring, samen met een broche. Dit doet hij zo onhandig en bruusk dat zij wakker wordt en schrikt van deze jongen die gekleed als nar inmiddels het eten dat in de tent staat naar binnen werkt. Zij heeft medelijden met de simpel uitziende jongen en vraagt hem snel te vertrekken voor haar man – hertog Olius de Lalander – terugkeert van de jacht en hem zeker zal doden.
Na haar gegroet te hebben vertrekt Parzival in de veronderstelling juist en ridderlijk te hebben gehandeld, maar wanneer de hertog terug is bij Jeschune is hij woedend. Hij ziet de sporen van Parzival in het gras naar de tent, de ontbrekende sieraden en het verdwenen eten en meent dat zijn vrouw een minnaar heeft en ontneemt haar alle luxe en wil niets meer van haar weten.
Onwetend van dit alles rijdt Parzival verder tot hij een vrouw hoort huilen. Hij gaat naar haar toe en ziet dat zij een dode man vasthoudt. Sigune, de vrouw, verteld dat haar man, Schionatulander geheten, is overleden tijdens een speergevecht. Zij vraagt wie deze wonderlijke jongen is en het blijkt dat zij neef en nicht zijn. Zij verteld hem meer over zijn afkomst en dat hij koning is over meerdere landen maar dat deze zijn veroverd door kwaadaardige heersers. De jongen wordt hier zo opstandig en strijdlustig van dat Sigune besluit hem een verkeerde kant op te sturen om hem te beschermen, waarna de jongen vertrekt.
Die avond komt hij bij een huis, waar hij in ruil voor de broche eten en onderdak krijgt. De volgende dag brengt de man hem naar de rand van de stad Nantes waar op dat moment koning Arthur verblijft. Daar vraagt Parzival de weg naar de koning aan een ridder die in het rood is gekleed, die hem de weg naar koning Arthur wijst en vraagt of Parzival een boodschap aan de koning wil overbrengen. De man is een zoon van Arthur’s tante en heeft volgens hem recht op het land Bertane. Hij was dit komen opeisen bij de koning maar in het vuur van zijn betoog heeft hij de beker van tafel gegrist en daarbij wijn gemorst op de jurk van koningin Guinevere waarna hij, met de beker nog in de hand, naar buiten is gelopen. Om niet voor lafaard te worden uitgemaakt daagt hij daarom een van de ridders aan het hof uit om de rijk versierde beker terug te komen halen.
Parzival belooft hem de boodschap over te brengen en rijdt naar koning Arthur waar hij – na de boodschap te hebben overgebracht – direct vraagt of de koning hem tot ridder wil slaan. Keye, de hofmaarschalk van de koning, roept dat Parzival de beker maar moet halen, dan heeft hij direct een harnas. Koning Arthur, die ziet dat de jongen staat te popelen om hier gehoor aan te geven, besluit hem de volgende dag tot ridder te slaan om hem te beschermen tegen de ridder. Dit tot grote teleurstelling van Parzival. Uiteindelijk zwicht Arthur en slaat hem tot ridder.
Vrouwe Cunnawara van Lalant, die nooit lacht maar dit weer zal kunnen als zij de persoon ziet die de hoogste prijs zal winnen, glimlach als zij deze vreemde jongen zijn vraag om tot ridder te worden geslagen hoort stellen. Als Keye dit ziet, begint hij haar te slaan omdat zij wel voor de nar glimlacht en niet voor alle beroemde ridders aan het hof. De andere ridders nemen het voor hem op en geven hem een pak ransel.

Nadat Parzival tot ridder is geslagen rijdt hij direct naar de rode ridder en eist van hem de beker en zijn harnas. De ridder is beledigd over zo’n geringe tegenstander en verkoopt Parzival een klap waardoor hij op de grond valt. Deze wordt zo boos dat hij zijn werpspies pakt en deze door een gat tussen helm en vizier van de rode ridder gooit, waardoor de spies het hoofd van de ridder doorboort en de man dood neervalt.
Parzival wil dan het harnas losmaken en zelf aandoen, maar heeft geen idee hoe hij het aan moet pakken. Iwanet, de page van koningin Guinevere, schiet hem te hulp en weet hem in het harnas te krijgen. Daarna vertrekt Parzival op het paard van de rode ridder.
Na de hele dag te hebben doorgereden komt hij bij het kasteel van koning Gurnemanz de Graharz. Deze ziet hem aankomen en is verbaasd als hij merkt hoe weinig deze ridder van het ridderschap en de wereld afweet. Hij merkt wel dat hij van nobele afkomst moet zijn en als Parzival om een slaapplaats vraagt staat hij dat toe. Nadat de verwondingen die Parzival heeft opgelopen tijdens het treffen met de rode ridder zijn verzorgd en zijn honger gestild valt hij als een blok in slaap.
De volgende morgen wordt Parzival uitgerust wakker. Wanneer hij even later weer bij de koning is, merkt deze dat de jongen ondanks zijn nobele voorkomen geen manieren kent en begint hem raad te geven. In de daarop volgende weken leert Parzival hoe hij zich ridderlijk moet gedragen en leert hij op een toernooiveld hoe hij met zijn wapens en schild om moet gaan. Als Parzival aangeeft dat hij wil vertrekken is het verdriet van de koning groot. Drie zoons van hem zijn al gesneuveld en voor zijn gevoel verliest hij een vierde zoon en de man van wie hij hoopte dat hij met zijn dochter Liaze zou trouwen.
Het beleg van Pelrapeire
Parzival vertrekt en rijdt de hele dag door tot hij in het koninkrijk Brobarz aankomt. Tegen de avond komt hij aan bij de stad Pelrapeire. Koning Tampenteire heeft na zijn dood de stad nagelaten aan zijn dochter. Om bij de stad te komen moet Parzival een brug over. Ondanks dat aan kant van de brug ongeveer zestig ridders hem sommeren terug te gaan loopt Parzival, die inmiddels is afgestapt van zijn paard, de brug over. De ridders trekken zich terug in de stad en sluiten de poort.
Als Parzival naar de gesloten poort rijdt ziet hij overal doden liggen. Niemand durft de poort open te doen, tot een meisje vraagt wat hij komt doen. Parzival antwoordt dat hij hen wil dienen als dat binnen zijn mogelijkheden ligt. Na dit antwoord gaat de poort open en de mensen daar ziet, begrijpt hij dat er hongersnood heerst. Hij wordt naar Condwir Amurs, de koningin, geleid die een nicht van Liaze blijkt te zijn. De broers van Liaze zijn bij het verdedigen van deze stad om het leven gekomen.
Als Parzival die nacht in bed ligt, komt Condwir Amurs bij hem en verteld dat na het overlijden van haar vader zij koningin is geworden van het koninkrijk. Koning Clamidé wil met haar trouwen wat zij heeft geweigerd, waarna hij – samen met zijn hofmaarschalk Kingrun haar land en haar burchten heeft belegerd en verwoest.
De volgende morgen staat Kingrun met zijn leger voor de poort. Parzival gaat naar hem toe en weet hem in een tweegevecht te overmeesteren. Parzival draagt hem op naar Vrouwe Cunnawara aan het hof van koning Arthur te gaan en haar zijn diensten aan te bieden. Als Keye later deze woorden aan Cunnawara hoort schaamt hij zich. Na het vertrek van Kingrun weet Parzival twee schepen met voedsel de stad in te krijgen en kunnen de inwoners weer eten.

Als koning Clamidé hoort van het verlies van zijn hofmaarschalk besluit hij zelf naar Pelrapeire te gaan en arriveert daar met een grote legermacht. Hij valt de stad aan met zijn eigen leger en het achtergebleven leger van Kingrun. Omdat zij weer hebben kunnen eten verdedigen de inwoners de stad fel en weten een aantal aanvallers gevangen te nemen. De gevangenen worden drie dagen goed verzorgd en krijgen dan weer hun vrijheid terug. Als Clamidé hoort van deze mensen dat er weer voldoende voedsel in de stad is besluit hij Parzival voor een tweekamp uit te dagen. Na een lang gevecht weet Parzival Clamidé te overwinnen en ook hij wordt naar het hof van koning Arthur gestuurd om zijn gelofte af te leggen voor Vrouwe Cunnawara en vraagt koning Arthur vergiffenis voor zijn daden. Als ze zien dat het koning Clamidé is die voor hen staat, vragen ze zich daar af wie de ridder is die deze sterke koning heeft weten te overwinnen. Keye schaamt zich voor zijn daden begaan tegen Vrouwe Cunnawara.
Ondertussen vindt in Pelrapeire het huwelijk plaats tussen Parzival en Condwir Amurs en wordt hij de koning van het land. Wanneer het land weer hersteld is van de oorlogen en de honger vraagt Parzival verlof om zijn moeder op te zoeken omdat hij niet weet hoe het haar vergaan is sinds zijn vertrek en gaat weer alleen op reis.
Parzival voor de eerste keer in de Graalburcht

Die avond komt Parzival aan bij een meer, waar hij een rijk geklede visser vraagt of deze een onderkomen voor de nacht weet. De man wijst hem de weg naar een kasteel even verderop, hij zal Parzival daar zelf ontvangen. Op voorspraak van de visser wordt Parzival binnengelaten in het kasteel. Hij merkt al snel dat er een verdrietige stemming heerst aan het hof. Nadat hij zich heeft opgefrist gaat hij naar de eetzaal waar zijn gastheer op hem wacht. Daar ziet hij honderd gedekte tafels en ziet de burchtheer op een draagbaar liggen omdat hij ziek is en zijn leven één lang sterven is. Op zijn uitnodiging gaat Parzival naast hem zitten.
Als iedereen plaats heeft genomen komt er een jongen binnen die een lans draagt waarlangs bloed drupt vanaf de punt langs de schacht naar beneden. Als de jongen de kamer rond is gelopen gaat hij weg en komen er feestelijk geklede jonge vrouwen binnen met een steen, kaarsen en twee vlijmscherpe messen om het eten voor de vorst mee te bereiden. Na de vrouwen komt Repanse de Schoye, de koningin, de zaal binnen en draagt de Graal bij zich. Deze Graal zorgt ervoor dat iedereen te eten krijgt wat hij het liefste eet. Parzival ziet dit en wil van alles vragen: over de ziekte van de koning en over de Graal, maar door zijn eerdere lessen van koning Gurnemanz de Graharz weet hij dat dit onbeleefd is en vraagt niets. Hij vraagt ook niets als een page binnenkomt met een kostbaar zwaard, die de gastheer aan hem schenkt.
Na het eten gaat Parzival slapen en als hij wakker wordt merkt hij dat het kasteel leeg is. Hij ziet de poort open staan en de sporen van vele paarden gaan naar buiten. In de veronderstelling dat de ridders naar een gevecht gaan besluit hij hen te helpen, maar nadat hij de poort is uitgereden wordt deze achter hem met een klap dichtgesmeten door een achtergebleven schildknaap, die hem verwijtend naroept dat hij de burchtheer een vraag had moeten stellen, dan zou hij grote roem hebben geoogst. Hierna verdwijnt de schildknaap en laat Parzival in verwarring achter, niet wetend wat hij verkeerd heeft gedaan.
Hij besluit de sporen van de ridders te volgen maar ziet al snel dat ze allemaal een andere kant op zijn gegaan en raakt het spoor kwijt. Dan hoort hij de stem van een bedroefde dame. Het blijkt zijn nicht Sigune te zijn die nog steeds in het bos zit met het dode, gebalsemde lichaam van de ridder. Als ze hoort dat Parzival in de Graalburcht is geweest wil ze weten of hij de vragen heeft gesteld, wat hij ontkent.
Zij legt hem uit dat de burcht Munsalvaesche wordt genoemd en als je ernaar op zoek gaat zul je hem niet vinden. Koning Frimutel heeft het na de dood van zijn vader Titurel gekregen. Koning Frimutel is gedood tijdens een speergevecht en laat vier kinderen na op wie nu een vloek rust. Drie leven in groot verdriet, de vierde leeft in armoede – hij doet dat om Gods wil, om zonde te boeten. Zijn naam is Trevrizent. Zijn broer Anfortas moet altijd leunen, hij kan rijden nog lopen, liggen noch staan. Hij is de heer van Munsalvaesche. Omdat Parzival geen vragen heeft gesteld heeft hij de vloek in stand gehouden. Sigune wil hem daarom niet meer zien, waarna Parzival vertrekt.
Even later ziet hij een vrouw rijden op een paard dat zo mager is dat de ribben er uitsteken. Het is een wonder dat het paard de vrouw kan dragen. De vrouw draagt een koord als gordel en haar hemd is gescheurd. Het is Vrouwe Jeschune, die zo wordt behandelt omdat Parzival haar de ring en broche heeft afgenomen.
Parzival besluit het onrecht ongedaan te maken. Al snel komt haar man, hertog Orilus de Lalander terug, waarna een tweegevecht begint die Parzival weet te winnen. Als Orilus niet gelooft dat het Parzival is die de sieraden heeft meegenomen, rijden ze naar de kluizenaarswoning van Trevrizent, waar bij een schrijn een speer staat, waarop Parzival zweert dat hij diegene was die uit onwetendheid de sieraden heeft meegenomen, waarna hij de ring teruggeeft. Orilus gelooft hem dan en herenigt zich met zijn vrouw. Van Parzival moeten ze ook naar het hof van koning Arthur om bij Vrouwe Cunnawara de gelofte af te leggen. Als ze daar zijn blijken zij en Orilus broer en zus te zijn. Wanneer Orilus hoort dat zij is geslagen zweert hij de persoon te straffen die dat heeft gedaan. Keye bedenkt dat het beter is als iemand anders hem bedient.
Parzival aan het hof van koning Arthur
Koning Arthur is benieuwd wie de ridder is die zoveel sterke ridders weet te overwinnen en naar zijn hof stuurt om hem eer te bewijzen en besluit er met zijn ridders op uit te gaan om deze man te vinden.

Die nacht ontsnapt een valk uit deze groep die zich in de buurt van Parzival bevindt. Deze komt juist op een open plek in het bos als hij ziet dat het heeft gesneeuwd. De ontsnapte valk valt een gans aan die zich op dat veld bevindt waardoor drie druppels bloed in de sneeuw vallen.
Als Parzival dit ziet moet hij aan Condwir Amurs denken. Hij blijft hier zo in gedachten naar staren dat het lijkt of hij slaapt en met zijn opgerichte lans ziet hij er uit alsof hij een speergevecht wil houden. Een passerende page van het hof ziet hem zo staan en rent terug om te zeggen dat er een ridder klaarstaat om te vechten.

Segramors vraagt toestemming om het gevecht aan te gaan en als hij die krijgt gaat hij op weg naar de ridder en daagt hem uit. Als het paard van Parzival zich omdraait en waardoor deze de druppels bloed niet meer kan zien, ziet hij een ridder met gestrekte lans op zich afkomen. Parzival richt zijn lans en stoot Segramors uit het zadel, waarna hij zich weer omdraait om de druppels bloed te kunnen zien waardoor hij weer in gedachten bij zijn vrouw is.
Als Segramors terugkeert aan het hof vraagt Keye of hij het mag proberen. Als hij bij Parzival komt reageert deze weer niet, waarna Keye hem een stomp geeft. Deze ontwaakt uit zijn trance en in het duel dat volgt werpt hij Keye met zo’n kracht uit het zadel dat deze zijn rechterarm en linkerbeen breekt en zijn paard dood neervalt.

Als derde mag Gawain het proberen en hij besluit ongewapend te gaan. Als hij Parzival ziet staan ontdekt hij waarom Parzival niets ziet of hoort en bedekt de bloedsporen. Hierdoor ontwaakt Parzival uit zijn verdoving en moet Gawain hem vertellen dat hij zojuist twee ridders heeft verslagen, waaronder Keye waardoor hij zijn eer tegenover Cunnawara heeft ingelost. Als Parzival dit hoort gaat hij mee met Gawain naar het tentenkamp waar koning Arthur en koningin Guinevere ook zijn..

Koning Arthur is blij Parzival te zien en organiseert een alternatieve tafelronde omdat de echte tafel in Nantes is achtergebleven. Tijdens de maaltijd komt er een vrouw, Cundrie geheten, naar Arthur toe en zegt dat er een ridder bij de ronde tafel zit, de zoon van Gahmuret, die dit niet verdient. Ze verteld dat hij in Munsalvaesche is geweest en daar een mooi zwaard heeft gekregen maar heeft verzuimd de verlossende vraag te stellen, waarna ze vertrekt.
Daarna komt een ridder de kring binnen en vraagt de koning of Gawain over veertig dagen tegen hem mag vechten, omdat deze zijn heer tijdens een begroeting heeft gedood, waar de koning toestemming voor geeft.
Na de maaltijd vraagt Clamidé aan Parzival of hij hem van zijn eed aan Cunnawara de Lalant wil ontslaan, zodat hij met haar kan trouwen, wat Parzival goed vindt. Hierna vertrekt Parzival, bedrukt door de woorden van Cundrie en besluit op zoek te gaan naar de Graal en de zieke visserskoning.
De lotgevallen van Gawain
Snel na Parzival vertrekt ook Gawain van het hof om naar zijn tweekamp te gaan. Na een paar dagen ziet hij een groot leger voorbijtrekken. Een passerende page vraagt hij wat er aan de hand is en van wie dat leger is.
De jongen verteld dat de vader van koning Meljanz een trouwe vazal heeft gevraagd om zijn zoon verder op te voeden na zijn dood. Deze vazal, koning Lyppaut geheten, beloofd het en zo gebeurt het ook. Deze koning heeft twee dochters, Obie en Obilot. Op een dag vraagt Meljanz Obie ten huwelijk, maar deze wijst hem hooghartig af omdat hij nog geen overwinningen op zijn naam heeft staan. Woedend verlaat Meljanz het kasteel en zweert haar en haar vader voor deze wandaad te laten boeten. De legers die Gawain ziet zijn op weg naar het kasteel van koning Lyppaut.
Gawain bedenkt dat hij naar een tweekamp moet en niets met deze ruzie te maken heeft en volgt het leger daarom op grote afstand om niet betrokken te raken. In de buurt van het kasteel besluit hij op afstand van de legers een slaapplaats voor zichzelf te maken. Obie en Obilot kijken naar de legers buiten het kasteel en zien ook Gawain met zijn gevolg bezig. Obie probeert op allerlei manieren Gawain zwart te maken tegenover haar moeder en jongere zusje Obilot. Zij vraagt burggraaf Scherules naar Gawain te gaan om iets van hem te kopen, maar als deze Gawain ziet en spreekt weet hij dat Gawain geen koopman is maar een ridder. Hij biedt Gawain onderdak aan in zijn huis, dat Gawain accepteert.
Als koning Lyppaut hoort dat zijn burggraaf onderdak biedt aan een ridder gaat hij naar hem toe en biedt zijn verontschuldigingen aan voor het gedrag van zijn oudste dochter en vraagt of Gawain voor hem aan de gevechten wil deelnemen. Gawain weigert dit, zeggende dat hij onderweg is naar een tweekamp en hier per ongeluk in verzeild is geraakt. Obilot hoort dat Gawain het verzoek afwijst en vraagt of zij het mag proberen. Zij weet Gawain over te halen, waarna hij uiteindelijk toestemt.
Tijdens de strijd die volgt weet Gawain veel ridders te verslaan en weet uiteindelijk ook koning Meljanz te verslaan en krijgt van hem de zekerheidsgelofte, waarmee de strijd ten einde is. Omdat Gawain in naam van Obilot heeft gevochten moet deze zijn gelofte bij haar afleggen, wat zij afwijst. Zij sommeert hem met haar zuster te trouwen zodat uiteindelijk iedereen tevreden is.
Achteraf hoort Gawain dat in het leger van Meljanz ook een rode ridder heeft meegevochten en begrijpt dat dit Parzival moet zijn geweest en is blij dat ze elkaar niet getroffen hebben tijdens de gevenschten.
Gawain en Antikone
Ne veel omzwervingen komt Gawain in Schanpfanzun aan, waar koning Vergulaht – een neef van Parzival – regeert. Hij treft de koning tijdens de valkenjacht, die hem doorstuurt naar zijn kasteel, waar zijn zus Antikone hem zal ontvangen. Later op de dag zal hij zich bij hen voegen.
Antikone ontvangt Gawain vriendelijk en naarmate de dag vordert worden ze vertrouwelijk met elkaar. Als ze even alleen zijn raakt Gawain de heup van Antikone aan. Juist op dat moment komt er iemand e kamer binnen en roept dat Gawain de zus van de koning verkracht en roept om versterking. Als ze zoveel gewapende mensen op zich af zien komen besluiten Antikone en Gawain te vluchten naar de toren waar ook haar slaapkamer is. Omdat ze ongewapend zijn verdedigen ze zichzelf met een schaakbord en schaakstukken die in die kamer staan.
Als koning Vergulaht terugkeert hopen beiden dat hij de strijd zal stoppen, maar hij begint de aanvallers aan te moedigen. Pas als burggraaf Kingrimursel – de man die Gawain bij koning Arthur heeft uitgedaagd en een vrijgeleide heeft geboden – binnenkomt weet hij de gemoederen tot bedaren te brengen.
Uiteindelijk wordt in een beraad overlegd over Gawain. Een van de raadgevers van de koning verteld dat hij die dag is overwonnen door een rode ridder en als opdracht een jaar lang moet zoeken naar het kasteel van de Graal. Als hem dit niet lukt moet hij zijn gelofte afleggen bij Condwir Amurs, de vrouw van Parzival. Omdat ze denken dat Gawain zo’n gevaarlijke zoektocht niet zal overleven besluit Vergulaht de tweekamp een jaar op te schorten en in dat jaar moet Gawain op zoek naar de Graal.
Parzival ontmoet Trevrizent
Parzival heeft inmiddels door vele landen gereisd en vele zeeën bevaren als hij op een dag is een bos een kluizenaarswoning ziet. Het is de woning van Sigune, zijn nicht, die haar geliefde Schionatulander heeft begraven en kluizenaar is geworden. Zij verteld dat Cundrie haar iedere zaterdagavond eten komt brengen van de Graal en dat zij hier de hele week genoeg aan heeft. Parzival verteld dat hij de hele wereld heeft afgereisd, maar dat hij geen spoor van de Graal of het kasteel heeft kunnen vinden. Sigune geeft hem het advies om de sporen van Cundrie te volgen. Parzival vindt dit een goed idee en gaat op weg.
Op een gegeven moment houdt het spoor op en begint Parzival te twijfelen hoe hij verder moet rijden als er een ridder naar hem toekomt. Deze daagt hem uit voor een gevecht omdat hij zich onrechtmatig bevindt in Munsalvaesche. Tijdens het gevecht weet Parzival de ridder van zijn paard te storen, waardoor deze de berg afrolt. Snel staat hij weer op en rent de andere bergwand op, terug naar zijn kasteel. Parzival, die door de aanval teveel vaart heeft valt ook naar beneden, maar weet zich vast te grijpen een een tak. Helaas overleeft zijn paard de val niet, waardoor Parzival op het paard van zijn tegenstander verder gaat, omdat hij bang is dat de man met versterking terug zal komen.
Hij komt even later op een besneeuwd veld waar een aantal mensen in grauwe kleding lopen. Een oude man, die er met zijn vrouw en twee dochters loopt, vraagt hem waarom hij op Goede Vrijdag in vol ornaat en bewapend rondrijdt. Parzival antwoord dat hij door zijn reizen de dagen kwijt is en denkt dat God hem heeft verlaten sinds hij in Munsalvaesche is geweest. De man raadt hem aan naar een heilig man even verderop te rijden, maar dat wijst Parzival af. Dan nodigt de man hem uit om bij hem iets te komen eten wat hij ook afwijst en rijdt verder. Dan overdenkt hij dat de man gelijk heeft, dat hij het is die God heeft verlaten sinds het debacle in Munsalvaesche en dat hij er beter aan doet God weer te omarmen. Hij gaat terug naar de oude man en verteld hem dit. Hij laat dan zijn teugels los en zegt dat zijn paard de richting mag bepalen waar ze heen gaan, waarna ze vertrekken.
Het paard brengt Parzival naar de heilige man. Hij wordt welkom geheten door Trevrizent, die hem vraagt af te stijgen en zijn harnas uit te doen. Dan herkent Parzival waar hij is, hij heeft hier ooit een afgelegd voor Orilus en een speer meegenomen. Als Parzival vraagt hoe lang dat geleden is krijgt hij als antwoord dat dit meer dan viereneenhalf jaar geleden is.
Trevrizent vraagt wat Parzival zoekt en die antwoord dat hij op zoek is naar de Graal, waarna hij het verhaal van het kasteel verteld aan zijn gast. Titurel is de eerste Graalkoning, die het aan zijn zoon Frimutel heeft overgedragen. Deze heeft als ridder zijn leven verloren waarna zijn vier zoons het hebben overgenomen. Maar Anfortas, de oudste zoon en huidige Graalkoning is in een gevecht gewond geraakt door een giftige pijlpunt waardoor hij veel pijn heeft en geen nageslacht kan krijgen. De reden dat hij nog leeft is omdat iedereen die de Graal ziet die week niet kan overlijden. Het enige dat hem kan redden is als iemand hem een vraag stelt over zijn pijn. Trevrizent zegt dat er ooit een ridder is geweest maar verzuimd heeft de vraag te stellen.
Dan vraagt Parzival over zijn gastheer meer over God kan vertellen, wat deze doet. Tijdens dit gesprek hoort Parzival dat Herzoloyde, zijn moeder, een zus is van Anfortas en Trevrizent. Uiteindelijk durft hij te bekennen dat hij de ridder is die verzuimd heeft de vraag te stellen. Uiteindelijk blijft Parzival veertien dagen bij zijn oom, waarin ze veel praten. Als hij vertrekt is dat met veel goede raad en nieuwe inzichten.
Gawain ontmoet Orgeluse
Nadat Gawain is vertrokken bij koning Vergulaht, komt hij op een ochtend een op veld waar een gevecht heeft plaatsgevonden. Hij ziet een vrouw die een gewonde ridder vasthoudt. Gawain weet zijn eerste kwetsuren te verlichten en vraagt wat er is gebeurt. De man antwoordt dat hij is aangevallen door een ridder uit Logroys.
Ondanks waarschuwingen gaat Gawain op zoek naar deze burcht. Vrij snel komt hij Orgeluse de Logroys tegen. Ondanks dat zij hem uitlacht en beledigt is Gawain onder de indruk van haar. Als hij meent in haar bijzijn te willen blijven moet hij haar paard maar halen, wat hij doet, waarna ze samen vertrekken. Onderweg ziet hij een plant staan waarvan hij weet dat deze de gewonde ridder verder kan genezen. Orgeluse lacht hem uit – ze is niet alleen met een ridder op pad, maar ook nog met een arts.
Als ze bij de gewonde ridder aankomen verzorgt Gawain hem met de plant en geeft hem het advies naar een hospitaaltent te gaan die hij vanmorgen is tegengekomen. Wanneer Gawain de vrouw op haar paard helpt, springt de man op het paard van Gawain, gevolgd door zijn vrouw. Dit tot grote hilariteit van Orgeluse. Even later komt de man terug en zegt dat hij het paard meeneemt als genoegdoening voor wat Gawain hem ooit heeft aangedaan. Dan herkend Gawain Urjans, die hij ooit gevangen heeft genomen nadat hij een vrouw heeft verkracht. Zijn uiteindelijk straf was dat hij vier weken met de jachthonden moest eten.
Orgeluse weet bij een bediende een paard voor Gawain te regelen dat zo zwak is dat hij er niet op durft te rijden. Naast het paard lopend volgt hij Orgeluse. Na een tijdje komen ze bij een kasteel waar ze een brede slotgracht moeten oversteken. Orgeluse laat zich door een veerman overzetten, maar verbiedt Gawain hetzelfde te doen.
Terwijl Gawain bedenkt hoe hij bij het kasteel kan komen, ziet hij Lishoys Gweljus, de ridder die eerder die dag met de gewonde ridder heeft gevochten, aankomen. Gawain gaat om zijn armzalige paard zitten en weet de aanstormende ridder uit het zadel te lichten. Na een lang gevecht op de grond weet hij hem te overmeesteren, maar Lishoys wil hem niet de zekerheidsgelofte geven, maar Gawain wil hem ook niet doden.
Hij besluit het paard van de man als prijs te nemen en ziet dan dat het zijn eigen paard is. Terwijl hij bij zijn paard staat weet Lishoys zijn zwaard op te rapen van de grond en volgt een tweede gevecht dat Gawain weer weet te winnen, maar ook dit keer wil de man zijn zekerheidsgelofte niet geven.
Dan komt de veerman naar Gawain en vraagt hem zijn paard. Het is de regel dat de overwinnaar van een gevecht zijn paard aan hem moet afstaan. Hiermee roept hij Gawain uit tot winnaar, maar deze weigert zijn net heroverde eigen paard aan hem te geven. Uiteindelijk biedt Gawain hem Lishoys aan, waar de veerman nog blijer mee is en vraagt of Gawain bij hem wil overnachten, wat deze dankbaar accepteert.
Gawain en het wonderbed
Als Gawain de volgende morgen wakker wordt ziet hij uit het raam het kasteel liggen en het valt hem op dat hij achter alle ramen vrouwen ziet. Als zijn gastheer binnenkomt vraagt hij naar de reden. Deze weigert hier antwoord op te geven, maar als Gawain door blijft vragen zicht hij en verteld dat deze vrouwen daar gevangen worden gehouden. Ze kunnen worden bevrijdt door op het ‘lit marveile’, het wonderbed, plaats te nemen en alle gebeurtenissen die daarna plaatsvinden te overleven.
Gawain besluit het te proberen. De veerman verteld hem dat hij zijn paard moet achterlaten bij de koopman die voor de poort zit en dan lopend verder moet. Dan komt hij al snel in de kamer met de beproevingen en als het hem lukt in leven te blijven is het kasteel met al zijn inwoners bevrijdt. Voor de zekerheid geeft hij zijn eigen dikke, ongebruikte schild mee.

Alles klopt zoals de veerman heeft gezegd; Gawain laat zijn paard achter bij de koopman en komt daarna al snel in de kamer met het bed, maar als hij erop plaats wil nemen rijdt het bed weg. Na een aantal pogingen besluit hij er van een afstand op te springen wat hem lukt. Maar dan probeert het bed hem uit alle macht van zich af te werpen en botst tegen alle muren. Gawain begint te bidden en direct stopt het bed met bewegen en komt precies in het midden van de kamer tot stilstand.
Maar dan ziet Gawain dat er vijfhonderd katapulten staan opgesteld die op hem zijn gericht en direct hun lading op hem afvuren. Als dit klaar is vuren vijfhonderd bogen hun pijlen op hem af. Dankzij het dikke schild van de veerman doorstaat hij dit goed, maar heeft hij niet kunnen voorkomen dat hij een flink aantal verwondingen heeft opgelopen.

Dan komt er een man de kamer in en zegt dat er nog een laatste beproeving is, waarna hij vertrekt. Snel daarna komt er een enorme, hongerige leeuw de kamer binnen waarna een gevecht begint die Gawain ternauwernood weet te winnen, maar daarbij zo gewond raakt dat hij voor dood op de dode leeuw valt.
Al snel komt er een vrouw de kamer binnen en als ze merkt dat Gawain nog leeft waarschuwt zij een van de gevangengenomen koninginnen en deze weet Gawain met allerlei hulpmiddelen weer langzaam te laten genezen.
Gawain wint het hart van Orgeluse
Als Gawain voldoende hersteld is op te staan gaat hij het kasteel verkennen. Hij beklimt een wenteltrap in een van de torens en komt in een kamer waarin hij een zuil ziet. Koningin Arnive, zijn verzorgster, en haar dochter Sangive komen bij hem en leggen uit dat je met deze zuil kunt zien wat er rondom het kasteel, tot zes mijl ver, kunt zien. Als hij weer in de zuil kijkt ziet hij zijn geliefde Orgeluse met een lijfwacht aankomen om hem uit te dagen. Gawain besluit het gevecht aan te gaan, ondanks dat hij nog erg verzwakt is en de protesten van Arnive en Sangive.
Ondanks deze verwondingen weet hij de lijfwacht te verslaan. Orgeluse, die hem nog altijd beschimpt, geeft hem toestemming voor een laatste opdracht om haar te winnen: het ophalen van een krans. Ze neemt hem mee naar een uitgesleten kloof in het landschap waar een rivier doorheen stroomt. Aan de overzijde van deze kloof staat de boom met de krans. Ternauwernood weet Gawain met zijn paard over deze kloof te springen en pakt de krans.

Direct komt er een ridder op hem af die zich voorstelt als koning Gramoflanz. Normaal zou hij het duel met Gawain aangaan vanwege het plukken van de krans, maar hij heeft gezworen alleen tegen twee ridders tegelijk te vechten. Er is één uitzondering op die regel en dat is als Gawain zijn tegenstander is, omdat volgens hem de vader van Gawain zijn vader heeft gedood tijdens een ontmoeting wil hij er met Gawain om duelleren.
Hij verteld dat hij ooit verliefd is geweest op Orgeluse maar dat zij hem keer op keer bespotte en afstandelijk heeft behandeld en hem haar liefde heeft geweigerd. Sindsdien proberen ze elkaar het leven zuur te maken. Inmiddels is hij verliefd op Itonje, de jongste zus van Gawain. Dan maakt Gawain zich bekend, waarna koning Gramoflanz vraagt of Gawain voor hem Itonje ten huwelijk wil vragen en geeft hem zijn ring. Vanwege zijn eed moet hij het duel met hem nog aangaan en ze spreken af elkaar te treffen over acht dagen in het bijzijn van koning Arthur.
Hierna gaat Gawain terug naar Orgeluse. Deze weet dat zij is verlost van koning Gramoflanz en schenk Gawain haar liefde. Zij verteld dat ze tegen alle aanbidders zo bot is geweest om hen te testen of zij sterk genoeg zijn om het tegen koning Gramoflanz op te nemen. Gawain antwoord dat hij het jammer vindt dat ze zo reageerde, maar is blij dat zijn liefde wordt beantwoordt door haar. Ook verteld hij haar dat koning Gramoflanz en hij over acht dagen met elkaar zullen duelleren met elkaar. Als ze terugrijden naar het kasteel vraagt hij haar om zijn naam niet bekend te maken tot de dag van het duel.
Eenmaal terug in het kasteel – nu samen met Orgeluse – stuurt hij een schildknaap met een verzoek over acht dagen aanwezig te zijn bij het duel naar koning Arthur. Deze is blij na al die jaren iets van hem te horen en belooft er op de afgesproken dag te zijn.
Voorbereidingen voor de tweekamp
In de periode tot het duel probeert Gawain zo goed mogelijk van zijn verwondingen te herstellen die hij op het bed heeft opgelopen, maar mede dankzij de verzorging van Orgeluse gaat dit voorspoedig.
Hij besluit een groot feest te geven voor alle mensen die zijn bevrijd. Tijdens dit feest krijgen Lishoys Gweljus en de schildknaap uit zijn laatste duel hun vrijheid terug. Na het eten zorgt hij ervoor dat hij naast Itonje, zijn jongste zusje die ook gevangen is geweest, komt te zitten. Die herkent hem niet omdat ze hem nog nooit heeft gezien. Hij vraagt haar via een omweg naar haar liefde voor koning Gramoflanz en als blijkt dat ook zij een grote liefde voor hem voelt geeft Gawain haar de ring van koning Gramoflanz en zegt dat deze haar ten huwelijk vraagt. Itonje is blij en wil dit huwelijk graag. Gawain belooft haar zo goed als hij kan te helpen.

Na een paar dagen arriveert koning Arthur met zijn leger bij het kasteel. Ook het leger van Logroys slaat zijn kampement op bij het kasteel. Omdat de legers elkaar niet kennen bekijken ze elkaar met argwaan. De volgende dag plaatsen Gawain en Orgeluse hun kampement tussen de twee legers. Koning Arthur en Guinevere zijn blij Gawain te zien en verwelkomen Orgeluse, die verteld dat het andere leger haar leger is.
Als iedereen is gearriveerd en onderdak heeft wil Gawain proberen of hij voldoende is hersteld voor het aanstaande duel en trekt zijn harnas aan en pakt zijn zwaard. Hij besluit een stukje te rijden om de spieren weer wat los te maken, zadelt zijn paard en gaat op weg. Al snel komt hij buiten een andere ridder tegen.
Gawain ontmoet Parzival
Gawain ziet de de onbekende ridder een krans van de boom van koning Gramoflanz bij zich heeft en denkt dat deze vroeger is gekomen voor het duel en valt de man aan. Er vallen rake klappen en de strijd gaat op en neer, waarbij beide ridders aan de winnende hand zijn.
Ondertussen is koning Gramoflanz met zijn leger aangekomen bij het kasteel. Boden van koning Arthur informeren wie hij is, waarop koning Gramoflanz zich bekend maakt een aangeeft klaar te zijn voor het duel. Als koning Arthur dit hoort stuurt hij boden op weg om Gawain te zoeken. Uiteindelijk vinden ze de vechtende mannen. Ze roepen Gawain op te stoppen met dit gevecht, omdat koning Gramoflanz op hem wacht. Als de tegenstander van Gawain zijn naam hoort stopt hij direct met vechten en maakt zich bekend als Parzival – beiden dachten tegen koning Gramoflanz te vechten en beiden schamen zich diep.
Intussen is ook koning Gramoflanz bij de groep gekomen en als hij Gawain in een gehavende conditie aantreft geeft hij hem respijt tot de volgende dag om voldoende te kunnen herstellen voor het duel tegen hem. Parzival vraagt of hij het duel mag overnemen, omdat ook hij een krans heeft geplukt, maar Gawain verbied hem dit.
De volgende morgen is koning Gramoflanz vroeg uit de veren en kleed zich aan en gaat alvast naar het terrein waar het duel zal plaatsvinden Hij treft daar Parzival die ook vroeg wakker is en volledig gewapend. In de veronderstelling dat hij Gawain tegenover zich heeft valt hij Parzival aan. Intussen komen er toeschouwers bij om het duel te bekijken. Gawain is intussen wakker geworden, gaat naar de mis en daarna op weg naar het duel. Als hij daar aankomt en de vechtenden ziet, gebied hij hen te stoppen. Dit keer is koning Gramoflanz gehavend uit het gevecht gekomen en dit keer geeft Gawain hem tot de volgende dag om te herstellen.
Itonje, de zus van Gawain weet inmiddels dat het haar broer is die het duel aan moet gaan met haar geliefde, zodat er altijd een van haar geliefden zijn eer zal verliezen en stapt naar koning Arthur en vraagt hem te bemiddelen. Deze is het met Itonje eens en overlegt met verschillende mensen uit beide kampen. Hij weet voor elkaar te krijgen dat zowel koning Gramoflanz, Gawain en Orgeluse hun strijdbijl begraven en zich met elkaar verzoenen.
Die dag is er een groot feest en worden veel huwelijken voltrokken. Parzival is bedroefd dat hij al zo lang zijn vrouw Condwir Amurs heeft moeten missen vanwege zijn zoektocht naar de Graal dat hij besluit stilletjes te vertrekken.
Parzival en Feirefiz
Parzival rijdt flink door tot hij bij een bos komt waar hij een rijk uitgedoste vreemdeling ziet. De vreemdeling is er met vijfentwintig legers die in een baai in boten op hem ligt te wachten tot hij terug is van zijn ritje. De twee mannen raken in gevecht met elkaar en hun strijd duurt lang en is heftig, waarbij hun kansen wisselen. Maar als Parzival zo hard uithaalt met zijn zwaard dat deze breekt stopt zijn tegenstander de strijd. Zijn tegenstander wil niet van een ongewapende man winnen.

Terwijl ze bijkomen van hun gevecht stellen ze zich aan elkaar voor en tot hun niet geringe verbazing blijken ze halfbroers te zijn. Feirefiz is naar Engeland gekomen voor avonturen en in de hoop zijn vader te zien en andere leden van zijn familie. Als Feirefiz hoort dat zijn vader is overleden is hij bedroefd, maar Parzival stelt voor dat ze samen terugrijden naar koning Arthur, waar meer bloedverwanten van hen zijn.
In de zuil in de torenkamer hebben een aantal mensen het gevecht tussen de halfbroers kunnen volgen en zien ook dat de twee mannen naar het kasteel komen waar ze iedereen waarschuwen. Als Parzival en Feirefiz daar aankomen worden ze met alle egards ontvangen. Als de aanwezigen horen wie deze vreemdeling is wordt er besloten om de volgende dag een ronde tafel op te stellen waar ook Feirefiz aan mag zitten.

Als iedereen de volgende dag heeft plaatsgenomen komt er een vrouw de kring binnen en vraagt toestemming haar verhaal te mogen doen. Zij richt tot Parzival, doet haar hoofdbedekking af waardoor Parzival ziet dat het Cundrie is die hem de vorige keer dat zij elkaar zagen heeft vervloekt. Zij trekt dit in en vraagt om vergiffenis. Daarna verteld ze dat op de Graal een tekst is verschenen dat Parzival, samen met zijn vrouw en zoon Lohengrin – die is geboren als een van een tweeling nadat Parzival is vertrokken – de heer wordt van de Graalburcht.
Als Parzival dit hoort barst hij in tranen uit. Hij mag een metgezel kiezen voor de reis die ze samen zullen maken. Feirefiz is de gelukkige die met hem mee naar Munsalvaesche mag. De volgende dag gaan ze gedrieën – v=na van iedereen afscheid te hebben genomen – op weg.
Parzival als Graalkoning
In Munsalvaesche heeft Anfortas nog altijd veel pijn. Hij vraagt zijn mensen om hem de Graal niet meer te laten zien zodat hij kan overlijden. Gelukkig leeft hij nog als Parzival aankomt. Als eerste gaat hij naar de Graal en bis hier drie keer voor de heilige drie-eenheid waarna hij zich omdraait naar Anfortas en hem vraagt: ‘oom, wat deert u?’. Direct is Anfortas genezen van zijn verwondingen.
Inmiddels is Condwir Amurs met hun tweeling Lohengrin en Kardeiz aangekomen op de plaats waar de drie druppels bloed in de sneeuw Parzival deden verlangen naar haar. Hij reist haar tegemoet en het is een gelukkig weerzien. Kardeiz wordt tot koning van hun koninkrijken benoemd en zal door vazallen verder worden opgevoed terwijl Condwir Amurs en Lohengrin meegaan naar Munsalvaesche.
Op de terugweg rijden ze langs de kluizenaarswoning van zijn nicht Sigune. Ze treffen haar dood aan terwijl ze in gebed was en plaatsen haar in hetzelfde graf als haar geliefde man Schionatulander.
Terug op Munsalvaesche wordt tijdens het eten de Graal weer rondgedragen door Repanse de Schoye, de zus van Anfortas. Feirefiz wordt direct verliefd op haar en begrijpt niet waar al het eten vandaan komt – als niet gedoopte is het voor hem niet mogelijk de Graal te zien. Hij besluit zich te laten dopen, zodat hij ook in het huwelijk kan treden met Repanse de Schoye.
Op de Graal verschijnt de tekst dat als een graalridder er op uit trekt hij zijn naam niet bekend mag maken. Hij moet direct terugkeren naar Munsalvaesche als men hierom vraagt.
Feirefiz vertrekt met Repanse de Schoye naar zijn koninkrijk. Ze krijgen een zoon die Johan heet, maar door iedereen priester Johannes wordt genoemd.
Later, als Lohengrin volwassen is, wordt deze geroepen om in het huwelijk te treden met de hertogin van Brabant. Hij arriveert in Antwerpen in een door zwanen voortgetrokken boot en wordt daarom ook wel de Zwaanridder genoemd. Samen krijgen ze vier kinderen, maar hij moet naar Munsalvaesche terugkeren als zijn vrouw hem naar zijn naam vraagt.
Bronnen
Wolfram von Eschenbach – Parzival, vertaald door Leonard Beuger
Alle afbeeldingen zijn afkomstig uit het Berner Parzival Handschrift uit 1467.
