Tristan en Isolde
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.
De oorsprong van de Tristanlegende moet worden gezocht bij de Picten, een Keltisch volk uit Noord-Schotland. De Keltische volkeren van Ierland, Wales, Cornwall en Bretagne hebben daarna bijgedragen aan de ontstaangeschiedenis van deze legende, die in eerste instantie alleen mondeling werd overgeleverd door beroepsvertellers. Later, in de 11e eeuw, wordt ze door meerdere mensen op schrift gesteld.
Eikhart van Oberg schrijft tussen 1170 en 1190 zijn “Tristant”, de enige compleet overgeleverde versie van de legende, die het verhaal dicht bij de oorspronkelijke bronnen houdt. Het grote succes heeft het verhaal te danken aan de versie van Luce del Gat, genaamd “L’histoire de Monseignur Tristan”, ook wel “Tristan en prose” genoemd.
Het verhaal

In Cornwall regeert koning Mark. Als Rivalen, de koning van Loönnois uit Bretagne, hoort dat koning Mark wordt aangevallen, besluit hij hem te hulp te schieten. Samen weten ze de tegenstander te verslaan. Als dank krijgt Rivalen van koning Mark toestemming om met zijn zus, Blanchefleur, te trouwen. Het huwelijk wordt voltrokken in de kapel op Tintagel, het kasteel van koning Mark.
Als Rivalen later hoort dat hij terug moet naar zijn land, omdat dit wordt aangevallen door hertog Morgan, keert hij snel met zijn zwangere vrouw terug. Hij vertrouwt Blanchefleur onder de hoede van zijn maarschalk Rohart. Lang wachten ze op de terugkeer van Rivalen, tot het bericht komt dat hij is omgekomen bij de gevechten. Drie dagen later bevalt Blanchefleur van een zoon, die ze de naam Tristan geeft, waarna ze sterft.
Omdat het kasteel nog altijd is omsingeld door de mannen van hertog Morgan, besluit Rohart de jongen door te laten gaan als zijn kind, omdat het anders zou worden gedood. Als Tristan zeven jaar is, wordt hij onder de hoede van Gorneval gesteld, die de jongen verder lesgeeft in omgangsmanieren en het omgaan met wapens in gevechten, maar ook leert hij hem de harp te bespelen en alles wat er te weten valt over de jacht.
Op een dag lokken kooplieden uit Noorwegen de jongen op hun boot, waarna ze vertrekken, Tristan meevoerend als buit waar ze veel aan denken te verdienen. Maar al snel komt het schip in zwaar weer gedurende acht dagen en acht nachten, tot de bemanning een kust ziet met veel uitstekende rotsen en klippen. Omdat ze denken dat de jongen hen ongeluk brengt, besluiten ze hem daar aan wal te zetten, waarna de storm gaat liggen en het schip wegvaart.
Met veel moeite weer Tristan aan land te komen en ziet dan dat hij in een groot bos is afgezet. Al snel ziet hij een groot hert naderen, achtervolgd door een jachtgezelschap dat het dier weet te doden. Als ze het dier willen slachten, laat Tristan hen stoppen en legt ze uit hoe ze dit beter kunnen doen. De aanvoerder van het gezelschap is onder de indruk en vraagt de jongen mee te gaan naar zijn meester, koning Mark.
Als deze Tristan ziet kan hij zijn ogen niet van de jongen afhouden. ’s Avonds is er een feest waar ook een zanger, die zich begeleid met een harp, aanwezig is. Tristan vraagt hem of hij een Bretons lied wil zingen en als dit uit is, vraagt de harpist of Tristan iets voor hen wil zingen. Groot is de verbazing als Tristan zichzelf begeleid op de harp. Na het feest vraagt koning Mark of Tristan bij hem in dienst wil komen.

Na lang op zoek te zijn geweest naar Tristan komt Rohart aan in Cornwall, bij koning Mark. Al snel ziet hij Tristan en legt koning Mark uit dat dit de zoon is van Rivalen en zijn zus Blanchefleur, waarna Tristan door de koning tot ridder wordt geslagen. Snel daarna keert Tristan terug naar huis, waar hij zijn land weet te bevrijden. Hij besluit dan dat Rohart zijn land moet besturen en dat hij zelf terugkeert naar zijn andere vader: koning Mark, samen met Gorneval.
Als Tristan terugkeert op Tintagel, is koning Mark ongerust. De koning van Ierland heeft ooit een schatting opgelegd. Het eerste jaar moet Cornwall driehonderd pond koper betalen, het tweede jaar driehonderd pond zilver en het derde jaar driehonderd pond goud. In het vierde jaar moeten er driehonderd knapen en driehonderd jonkvrouwen uit de edele geslachten van Cornwall gestuurd worden. Omdat koning Mark deze laatste schatting nooit heeft betaald, stuurt de koning van Ierland de Morholt, een reusachtige ridder en zwager van de Ierse koning, om het laatste deel te innen.
In het bijzijn van koning Mark vraagt de Morholt of er edelen zijn die het tegen hem op durven te nemen in een duel. Als niemand zich meldt, stapt Tristan naar voren. Iedereen probeert hem tegen te houden, maar uiteindelijk spreekt Tristan met zijn tegenstander af dat ze elkaar over drie dagen zullen treffen op een klein eilandje voor de kust.

Als Tristan bij aankomst op het eiland zijn boot wegduwt, vraagt de Morholt verbaasd waarom hij dat doet. Tristan antwoordt dat één schip voldoende is, omdat er maar één overlevende zal zijn, waarna hun gevecht begint. Af en toe horen ze op de wal een kreet van het eiland komen, tot het schip van de Morholt na lang wachten terugkeert. Groot is de angst van de inwoners van Cornwall, maar als ze Tristan herkennen met in zijn handen de twee zwaarden, is hun vreugde groot. Uit het zwaard van Tristan is een scherf achtergebleven in het hoofd van de Morholt – dat is de schatting die de Ieren mee mogen nemen naar huis. Eenmaal terug in het kasteel, buiten het zicht van de mensen, valt Tristan bewusteloos neer en dan pas ziet men zijn verwondingen.

In Ierland is iedereen teneergeslagen door de dood van de Morholt. Zijn nichtje Isolde met de gouden haren vindt de scherf van het zwaard van Tristan in het hoofd van haar oom en bergt het weg. Op Tintagel is Tristan erg ziek; hij is verwond door een giftige speer, waar alleen de koningin van Ierland en haar dochter Isolde met de gouden haren het tegengif van weten.

Tristan vraagt of ze hem in een boot willen leggen, zodat deze met de stroming meegevoerd wordt, zodat hij niemand tot last is in het kasteel. Uiteindelijk zwicht koning Mark en legt hij hem met zijn harp in een boot. Zeven dagen en zeven nachten drijft Tristan over zee en speelt af en toe op zijn harp, tot een paar vissers hem horen en besluiten hem mee te nemen. De plaats waar ze hem heenbrengen is het kasteel van de koning van Ierland. Als zijn dochter Isolde hem ziet, begint ze direct met de behandeling. Niemand van de ridders herkent hem, omdat hij zo is verzwakt. Als hij na veertig dagen bijna volledig is hersteld en de kans op herkenning is toegenomen, vlucht hij en keert hij terug naar Tintagel, het hof van koning Mark.
Koning Mark, die nog altijd ongetrouwd is en dus geen erfgenamen heeft, wil dat Tristan hem na zijn dood opvolgt, maar vier hovelingen zijn het hier niet mee eens en beginnen een lastercampagne tegen Tristan. Ze vragen koning Mark om te trouwen en voor een troonopvolger te zorgen. Tristan hoort de praatjes en besluit het idee te steunen dat koning Mark trouwt en zelf een nakomeling krijgt. Hij wil niet dat de praatjes tussen hem en zijn oom voor problemen gaan zorgen. Uiteindelijk zwicht koning Mark en belooft hij na veertig dagen de naam van zijn bruid bekend te maken.
Veertig dagen later weet koning Mark nog steeds niet wie zijn bruid moet worden als twee zwaluwen zijn kamer binnenvliegen en een lange gouden haar achterlaten. Als de mannen komen, zegt hij dat hij zal trouwen met de vrouw van wie de gouden haar is. De mannen weten dat ze zijn beetgenomen, maar Tristan zegt te weten van wie die haar is en de vrouw voor koning Mark te willen halen, al zal het een gevaarlijke reis worden.

Tristan gaat met Gorneval en honderd jonge ridders op weg naar Ierland, het land van Isolde met de gouden haren. Omdat het schip beladen is met allerhande koopwaar, denken de Ieren met kooplui te maken te hebben, waardoor ze in de haven weten aan te leggen.
Wanneer Tristan een plan bedenkt om het kasteel binnen te komen, hoort hij geschreeuw op de kade en vraagt een passerende vrouw wat voor geluid dat is. Ze antwoordt dat het van een draak komt die iedere dag een jonkvrouw komt halen bij de poort van het kasteel. Meerdere ridders hebben geprobeerd het dier te doden, maar werden zelf het slachtoffer. De koning heeft beloofd dat de ridder die het monster weet te doden zijn dochter, Isolde met de gouden haren, als bruid krijgt.

Tristan beseft dat zijn kans is om Isolde voor koning Mark mee te kunnen nemen en wapent zich en gaat met zijn paard op weg naar de draak. Aan vijf vluchtende ridders vraagt hij welke kant hij op moet en rijdt op hun aanwijzingen verder. Al snel treft hij de draak en begint het gevecht. Al zijn pogingen om het dier te verwonden lopen op niets vanwege het harde pantser van het dier. Dan doet de draak zijn bek open en spuwt vuur, waardoor het paard van Tristan dood neervalt. Als de draak zijn bek weer opent op opnieuw vuur te spuwen steekt Tristan zijn zwaard zover in zijn keel zodat hij het hart van de draak doormidden snijdt en het dier dood neervalt.
Tristan snijdt de tong uit de bek van het monster en gaat op zoek naar water. Uiteindelijk valt hij bewusteloos neer vanwege de giftige tong. Een van de ridders aan wie hij de weg heeft gevraagd is hem gevolgd en ziet de draak dood liggen, zonder dat Tristan in de buurt is. Hij snijdt de kop van het dier en gaat naar het paleis en zegt dat hij het dier heeft gedood en Isolde zijn bruid wordt.

Isolde kent de man als een lafaard en gelooft er niets van dat hij de draak heeft gedood en gaat op onderzoek uit. Al snel vindt ze Tristan en neemt hem mee naar het paleis, waar ze ook de tong van het monster vinden. Tristan komt bij en verteld hoe hij de draak heeft verslagen. Hij beloofd Isolde om de ridder die het hoofd van de draak heeft afgesneden uit te dagen met de tong als bewijs.
Opgetogen gaat Isolde de wapens van Tristan schoonmaken en ziet dan dat er een splinter ontbreekt aan het zwaard. Ze pakt het stukje dat ze heeft bewaard dat de Morholt heeft gedood en ziet dat het precies past in het zwaard. Ze beseft dan dat het Tristan is die ze verpleegt en wil hem doden met zijn eigen zwaard.
Tristan weet Isolde om te praten, immers: de Morholt heeft hem uitgedaagd en verloren in een eerlijk gevecht. Ook heeft hij de draak gedood die het land teisterde. Isolde heeft hem inmiddels twee keer van de dood gered, maar als ze liever met de verraderlijke ridder wil trouwen, moet ze hem maar doden. Hierop geeft Isolde zich gewonnen.

Als de ridder bij de koning van Ierland zijn dochter opeist, stapt Isolde naar voren en zegt dat zij de ridder kent die de draak heeft gedood en dat het niet deze ridder is die haar opeist, en vraagt haar vader om de ridder in vrede te ontvangen. Haar vader stemt hiermee in, waarop Tristan de zaal binnenkomt. Direct wordt hij herkend door enkele ridders die bij het duel met de Morholt waren, maar de koning belet hen Tristan iets aan te doen, omdat hij hem in vrede heeft ontvangen.
Tristan laat dan de tong van de draak zien, waarop de andere ridder zich terugtrekt. Ook zegt hij dat koning Mark met Isolde wil trouwen en er daardoor vrede komt tussen de twee volken. De koning van Ierland geeft Isolde dan aan Tristan om haar mee te nemen, zodat zij in het huwelijk kan treden met koning Mark. Isolde is woest, omdat zij dacht met Tristan te trouwen.
Isoldes moeder bemerkt de teleurstelling bij haar dochter en besluit een liefdesdrank te maken. Zij geeft de drank aan Brangwaine, die bediende, die ook meegaat, en vraagt haar de drank aan koning Mark en Isolde te geven op het moment dat zij zich terugtrekken voor de huwelijksnacht. Zij vraagt haar de drank tijdens de reis goed te verstoppen, omdat het een ramp zou zijn als anderen het drinken.

Tijdens de reis wordt Isolde almaar bozer op Tristan. Op het moment dat het schip tijdens een windstille periode onderweg moet aanleggen en de mannen aan wal gaan, gaat Tristan naar haar toe om met haar te praten. Op een gegeven moment vraagt hij aan een jong meisje om iets te drinken te zoeken. Na lang zoeken vindt het meisje de fles met toverdrank en schenkt die voor hen in. Als de bekers leeg zijn, komt Brangwaine binnen en ziet wat er is gebeurd. Isolde en Tristan kijken elkaar inmiddels met verliefde blik aan.
Gedurende de rest van de reis proberen Isolde en Tristan elkaar te ontlopen, omdat ze beseffen dat Isolde de bruid is voor koning Mark. Uiteindelijk wint hun liefde het en beminnen zij elkaar.

Snel daarna komen ze aan bij Tintagel, waar koning Mark hen al op staat te wachten. Achttien dagen later treden zij in het huwelijk, maar omdat Isolde Tristan al heeft bemind, neemt Brangwaine haar plaats in tijdens de huwelijksnacht. Koning Mark merkt niets van de verwisseling, omdat het donker is.
Maar ondanks dat Isolde nu koningin is en in weelde leeft, wordt ze ongerust. Ze is bang dat Brangwaine haar mond voorbij zal praten; zij is de enige die weet van de toverdrank en de verwisseling tijdens de huwelijksnacht. Daarom besluit ze haar te laten doden. Ze stuurt twee mannen op weg om dit uit te voeren. Brangwaine gaat met hen mee om kruiden te zoeken voor een toverdrank die Isolde nodig heeft. Maar als de mannen haar willen ombrengen, vraagt Brangwaine naar de reden. Ze zegt dat de enige misstap die zij heeft begaan het uitlenen van haar witte bruidshemd is, omdat Isolde die van haar kapot heeft gemaakt.
De mannen besluiten haar niet te doden, maar nemen als bewijs een tong van een dode hond mee als bewijs voor Isolde. Als Isolde hoort wat Brangwaine heeft gezegd, heeft ze spijt en is ze verdrietig dat ze haar heeft laten ombrengen. De mannen merken dit en zeggen dan dat ze nog in leven is, waarna ze haar gaan halen. Als de vrouwen elkaar zien, vraagt Isolde vergiffenis aan Brangwaine.
Maar de vier ridders die eerder al praatjes rondstrooiden over Tristan, hebben al snel door dat hij en Isolde elkaar regelmatig opzoeken en waarschuwen koning Mark. Deze wordt boos op de mannen, maar vraagt toch aan Tristan om te vertrekken uit het kasteel. Tristan neemt dan, samen met Gorneval, zijn intrek in het dorp en blijft in de buurt. Nu ze elkaar niet meer kunnen ontmoeten, kwijnen zowel Tristan als Isolde weg en zijn ze ongelukkig. Brangwaine bedenkt een manier waarop ze elkaar ’s nachts kunnen ontmoeten bij een pijnboom bij een bron achterin de paleistuin.
Op een nacht klimt Tristan over de paleismuur en laat wat houtsnippers in de beek vallen die langs de kamer van Isolde stroomt als teken dat hij op haar wacht. Al snel komt Isolde naar hem toe en hebben zij elkaar lief. Dit gebeurt zo een aantal nachten, tot de vier intriganten merken aan het humeur van Isolde dat ze Tristan weer ontmoet en gaan te rade bij de dwerg Frocin, de voorspeller. Frocin geeft het advies dat koning Mark twaalf dagen op jacht moet gaan, maar de eerste nacht moet hij in de pijnboom klimmen, zodat hij het bewijs zal zien van de liefde tussen Tristan en Isolde.

Een van de ridders stelt dit voor aan koning Mark. Liever had deze het niet gedaan, omdat hij de jongelingen vertrouwt, maar hij stemt toch in. Die avond, als koning Mark in de pijnboom verstopt zit, ziet hij al snel Tristan over de muur klimmen en dat hij houtsnippers in de beek gooit. Maar terwijl Tristan dit doet, ziet hij in de weerspiegeling van het water dat koning Mark in de boom zit. Al snel komt Isolde, maar als ze merkt dat Tristan niet naar haar toe komt lopen, weet ze dat er iets aan de hand is en al snel ziet ze in de weerspiegeling van het water koning Mark in de pijnboom zitten.
Ze beginnen dan een gesprek, waarin Tristan vraagt of ze voor hem een goed woordje bij de koning wil doen, maar zij geeft aan dat ze alleen staat in het kasteel tussen mensen die haar wantrouwen en bespieden. Koning Mark hoort hun gesprek en is nog meer overtuigd van hun onschuld.
Maar nog altijd proberen de vier hovelingen Tristan zwart te maken, nu in samenwerking met de dwerg Frocin. Ze gaan naar koning Mark en eisen dat hij Tristan verbant van zijn kasteel. Zij zullen het bewijs leveren van de ontrouw van Tristan. Koning Mark moet Tristan de volgende morgen met een brief naar koning Arthur sturen. Hij zal dan zeker proberen ’s nachts bij Isolde te komen om het te vertellen.

Tristan, Isolde en een aantal mannen slapen in een kamer bij elkaar. Iedereen verlaat de kamer, op Tristan en Isolde na, die liggen te slapen. Frocin strooit dan stiekem meel tussen hun bedden, maar Tristan heeft het gezien. Hij neemt daarom een grote sprong naar het bed van Isolde, maar wat hij niet weet, is dat een wond aan zijn voet is opengegaan en er daarom bloed in het bed van Isolde komt. Als hij weer naar zijn eigen bed springt, vallen er ook druppels bloed op de grond. Als vlak daarna de vier ridders met koning Mark de slaapkamer inkomen, zien ze het bloed en sommeert koning Mark om Tristan en Isolde gevangen te nemen.
De volgende morgen gaat koning Mark naar een plek waar hij altijd recht spreekt en laat een brandstapel aanleggen, waarna hij twee van zijn wachters opdracht geeft Tristan op te halen. Zijn handen zijn nog geboeid als hij met ze meegaat, maar als hoveling Dinas voorbijrijdt, snijdt hij de touwen door, waarna hij doorrijdt naar koning Mark om voor vrijlating van Tristan en Isolde te pleiten.

Tristan ziet een kapel langs de weg staan en vraagt of hij daar nog een laatste keer mag bidden. De wachters staan dit toe, waarna Tristan de kapel ingaat, doorloopt naar achteren en daar uit het raam springt. Hij hoopt op de rotsen de dood te vinden, maar komt wonder boven wonder terecht bij de voet van een grote rots. Gorneval, zijn trouwe dienaar, is weggegaan uit het kasteel, omdat hij er zonder Tristan niets meer te zoeken heeft. Hij ziet hem plotseling bij de rotsen en gaat naar hem toe, waarna ze samen het kreupelhout ingaan. Gorneval heeft het zwaard van Tristan meegenomen, zodat beide mannen gewapend zijn.

Als koning Mark hoort dat Tristan is ontkomen, is hij woest. Hij laat Isolde halen en veroordeelt haar tot de brandstapel. Maar een groep melaatsen vindt dat een te snelle dood en vraagt of zij Isolde mogen hebben, zodat zij een langzame en pijnlijke dood zal hebben. Koning Mark vindt het goed, waarna het groepje, met Isolde in hun midden, vertrekt. Maar de groep moet langs het kreupelhout, waar Tristan en Gorneval hen opwachten. De bevrijding van Isolde is een kleine moeite en gedrieën vluchten ze naar de bossen.
Iedere nacht slapen ze op een andere plek, bang als ze zijn om ontdekt te worden. Op een dag komen ze bij een kluis van broeder Ogrin, die vindt dat ze boete moeten doen voor hun liefde, maar zowel Tristan als Isolde menen dat ze dit niet hoeven, omdat het door de toverdrank komt. Op het kasteel besluiten ze Husdent, de hond van Tristan, los te laten, omdat hij sinds het vertrek van zijn baas niets meer heeft gegeten. Aanvankelijk proberen ze het dier te volgen, maar al snel geven ze het op, omdat het te ver is. Uiteindelijk weet de hond Tristan te vinden. In de periode daarna leert hij de hond om niet meer te blaffen als ze op jacht gaan, omdat dit hen zou kunnen verraden.
De zomer eindigt en een winter passeert. In de lente die volgt hoort Gorneval op een dag jachthonden, gevolgd door Guenelon, een van de vier verraders, en weet hem te doden. Hierdoor durven nog minder mensen het bos in te gaan.

Op een dag vindt een boswachter sporen van de vluchtelingen. Hij weet op die manier Tristan en Isolde te vinden, die op dat moment slapen. Hij licht koning Mark in, die hem volgt. Als hij ze ziet liggen, wil hij ze doden, maar dan ziet hij een zwaard tussen hen inliggen. Tristan heeft het daar neergelegd om direct een wapen bij zich te hebben, maar koning Mark ziet het als het algemeen bekende teken van hun kuisheid en is ontroerd. Hij verwisselt het zwaard voor zijn eigen zwaard en ruilt de ring van Isolde met zijn eigen ring, waarna hij vertrekt. Als Tristan en Isolde wakker worden, schrikken ze als ze merken dat koning Mark bij hen is geweest en vluchten ze nog dieper het bos in.
Al snel beseffen ze dat koning Mark hen heeft vergeven. Hij had de mogelijkheid hen te doden, maar heeft dit niet gedaan. Samen overleggen ze de nieuwe situatie en willen koning Mark hun plan voorleggen: Isolde keert terug naar het hof en Tristan gaat andere koningen overzee helpen in hun strijd tegen invallers.

Ze roepen hiervoor de hulp in van kluizenaar Ogrin en stellen een brief op voor koning Mark. ’s Nachts brengt Tristan deze brief bij de koning – zijn antwoord kan hij achterlaten aan één van de armen van het rode kruis, waarna Tristan snel teruggaat naar de kluis van Ogrin.
Als de koning de brief leest, is hij blij en antwoordt hij dat Isolde weer terug mag keren aan het hof als Tristan uit de buurt blijft. Ze spreken af dat Isolde drie dagen later zal terugkeren. In de tussentijd koopt Ogrin vorstelijke kleren voor Isolde, zodat zij zich weer kan vertonen, en ondertussen spreken Tristan en Isolde af dat ze elkaar blijven helpen als dat nodig is. Tristan krijgt een ring van Isolde als aandenken en als hij hulp nodig heeft, moet hij een bode sturen met deze ring. Isolde zal dan direct naar hem komen. Tristan geeft haar de hond Husdent, zodat ze aan hem kan denken. Vlak voor de afgesproken dag vraagt Isolde of Tristan nog een paar dagen bij boswachter Orri wil overnachten om er zeker van te zijn dat iedereen aan het hof zich aan zijn afspraken houdt. Daarna rijden ze naar de afgesproken plaats waar Isolde wordt opgenomen aan het hof en Tristan vertrekt.
Als de drie overgebleven dissidenten denken dat Tristan ver uit de buurt is, spreken ze koning Mark aan op het feit dat Isolde nooit een godsoordeel heeft laten doen over haar daden. Koning Mark is woest en stuurt de mannen weg. Eenmaal thuis merkt Isolde dat er iets ernstigs is voorgevallen en vraagt ernaar. Als ze hoort wat de mannen vragen, zegt ze dat ze zich vrijwillig aan een godsoordeel zal onderwerpen. Zij vraagt koning Mark of hij de drie dissidenten wil uitnodigen daarvoor. Ook moet hij koning Arthur, Gawain en honderd andere ridders uitnodigen, zodat niemand achteraf nog kritiek kan hebben. Ook stuurt ze een vertrouweling naar Tristan met de vraag of hij, onherkenbaar als pelgrim verkleed, aanwezig kan zijn bij de rivier.
Op de afgesproken dag is iedereen aanwezig en komt Isolde met een boot de rivier aanvaren. Ze vraagt de pelgrim haar van de boot te dragen, zodat haar kleding niet nat wordt. Vervolgens legt ze de eed af dat niemand anders dan koning Mark en de pelgrim die haar zojuist uit de boor heeft gedragen haar in haar armen hebben gedrukt. Daarna gaat ze – na gebeden te hebben – naar het vuur, en haalt met haar blote handen een gloeiend stuk ijzer uit het vuur, loopt er negen passen mee en gooit het dan weg. Dan toont ze haar handen die nog ongeschonden zijn en iedereen weet dat zij de waarheid heeft gesproken.
Nu Isolde onder bescherming staat van koning Arthur, is er geen reden meer voor Tristan om te blijven. Na drie dagen vertrekt hij in de avond met Gorneval op weg naar Wales. Als ze het kasteel passeren, klimt hij toch weer over de muur, ondanks protesten van Gorneval, en imiteert een nachtegaal. Isolde hoort het en begrijpt dat het Tristan is en gaat naar buiten. Dit herhaalt zich een aantal nachten.
Op een nacht worden ze gezien door een hoveling, die het doorvertelt aan de drie dissidenten. Die avond ziet Tristan Gondoine passeren, een van de ridders. Even later ziet hij Denoalen, een van de andere twee ridders, en weet hem te doden. Gondoine is inmiddels in het kasteel aangekomen, van waar hij vanuit een raam de kamer van Isolde kan zien, waar hij Tristan even later ziet binnenkomen. Maar Isolde ziet zijn schaduw en waarschuwt Tristan, die hem direct met een van zijn pijlen weet te doden. Dan besluiten ze dat het beter is dat Tristan snel vertrekt.
Tristan gaat naar Wales, het land van hertog Gilain. Maar ondanks alles blijft de smart Tristan kwellen. Hertog Gilain besluit zijn hondje Petit-Crú te laten halen, een wonderdier dat hij van een fee uit Avalon heeft gekregen. Als het belletje om zijn nek klingelt, vergeet iedereen zijn smart en zorgen, zelfs Tristan.

Tristan wil het graag aan Isolde cadeau doen, maar weet dat de eigenaar het hondje niet vrijwillig zal afstaan. Dus pakt hij het anders aan en vraagt aan de hertog wat hij ervoor over heeft als hij Urgan de Wildeman, die het land van de hertog teistert, zou doden, waarop de hertog aangeeft dat die persoon iets uit de eigendommen van de hertog mag kiezen, ongeacht wat het is. Na een lang gevecht weet Tristan Urgan te verslaan en vraagt, tot grote teleurstelling van hertog Gilain, het hondje en stuurt dit naar Brangwaine, die het aan Isolde geeft zonder aan de rest van het hof te laten weten dat het van Tristan komt. Als Isolde merkt dat het belletje ervoor zorgt dat zij niet meer verdrietig is, haalt zij dit van de nek van Petit-Crú en gooit het in zee; ze wil niet dat Tristan lijdt en zij niet.
Ook uit Wales vertrekt Tristan weer en hij zwerft twee jaar langs verschillende hoven, waar hij zijn diensten aanbiedt. Op een dag komt hij in Bretagne en treft daar een verwoest land aan. Van een kluizenaar hoort hij dat het land van hertog Hoël een rijk land was, tot graaf Riol het heeft verwoest, omdat hertog Hoël weigert zijn dochter uit te huwelijken aan graaf Riol. De volgende dag biedt Tristan zijn diensten aan bij hertog Hoël, die deze hulp graag aanneemt.

In de tijd die volgt valt Tristan, samen met Kaherdin – de zoon van hertog Hoël – kleine groepen van het leger van graaf Riol met succes aan, tot deze besluit met zijn hele leger naar het kasteel van hertog Hoël op te trekken, waar het tot een gevecht komt. Tristan en Kaherdin vechten mee, waarbij Kaherdin de broer van graaf Riol weet te doden. Die wil zich wreken, maar komt Tristan tegen. In een duel tussen deze twee weet Tristan graaf Riol te verslaan, waarna deze belooft alle schade in het land te laten herstellen.

Hertog Hoël is opgelucht en schenkt zijn dochter, Isolde met de blanke handen, aan Tristan, zodat zij kunnen trouwen. Tristan accepteert dit, maar als hij zijn harnas uittrekt en de ring van Isolde met de gouden haren ziet, beseft hij dat hij een fout heeft gemaakt.
Na een paar dagen treden Tristan en Isolde met de blanke handen in het huwelijk, maar in de huwelijksnacht raakt hij haar met geen vinger aan, met het excuus dat hij na een overwinning op een draak, de maagd Maria heeft beloofd dat, mocht hij ooit trouwen, hij het eerste jaar kuis zou leven.
Op een dag vertrekt het hof van hertog Hoël voor een jacht. Hierbij stapt het paard van Isolde met de blanke handen in een plas, waarbij het water tot onder haar rokken opspat. Isolde lacht en zegt dat het water frivoler is dan Tristan. Kaherdin hoort deze opmerking en vraagt Tristan om uitleg, waarop deze hem alles vertelt over zijn leven, Isolde met de gouden haren en de toverdrank.
Kaherdin besluit samen met Tristan naar Tintagel te gaan, samen met Gorneval en een schildknaap, om te zien of Isolde met de gouden haren nog altijd op Tristan wacht. Op Tintagel heeft Isolde met de gouden haren inmiddels gehoord dat Tristan in Bretagne is getrouwd. Na een voorspoedige reis komen de vier mannen aan in Cornwall, waar ze onderdak vinden bij Lidan, de oude vriend van Tristan. Na elkaar te hebben bijgepraat, vertrekt Lidan naar het hof, waar hij hoort dat koning Mark met zijn hofhouding drie dagen later op jacht zal gaan.
Met de ring van Isolde bij zich keert Dinas terug naar Tintagel en weet daarmee Isolde te spreken te krijgen. Hij vertelt haar dat Tristan haar ongelofelijk mist en dat hij zich in een hagedoornbos zal verstoppen, dat langs de route ligt die ze gaan volgen. Twee dagen later laten Tristan en Kaherdin hun paarden achter bij hun twee schildknapen en gaan het bos in. Op de weg waar Isolde zal passeren legt Tristan een hazelaartak neer, waar kamperfoelie zich omheen heeft geslingerd.

Op het moment dat Isolde passeert, hoort zij het gezang van een nachtegaal en een leeuwerik en ziet ze de tak op de grond liggen, en weet ze dat Tristan er is. Ze stapt af en zegt, terwijl ze haar hondje liefkoost, dat ze de nacht zal doorbrengen in kasteel Sint-Lubijn en vraagt de vogels daar vanavond te komen zingen.
Op dat moment ziet een stuk verderop een ridder, Bleheris genaamd, de schildknapen met de vier paarden staan en herkent Gorneval, en denkt dat de andere schildknaap Tristan is, en gaat naar hen toe. Wanneer de beide mannen Bleheris zien aankomen, gaan ze ervandoor, maar laten per ongeluk een paard achter dat Bleheris meeneemt.
Later treffen Isolde en Bleheris elkaar in kasteel Sint-Lubijn en hoort Isolde van hem dat hij Tristan heeft gezien. Wanneer Isolde hem niet gelooft, laat hij het paard zien dat de tekens van Tristan draagt. Hij zegt dat hij hen tot drie keer toe heeft geroepen, maar dat ze wegvluchten. Isolde is woest dat Tristan zichzelf niet verdedigt en op de vlucht slaat. Ze laat Perenis komen en vraagt of hij Tristan wil zoeken en dat hij die avond niet meer mag langskomen; een ridder die op de vlucht slaat wil ze niet meer zien. Als Perenis Tristan heeft gevonden en herhaalt wat Isolde heeft gezegd, legt deze uit wat er werkelijk is gebeurd. Als Isolde deze uitleg hoort, gelooft ze het niet.

De volgende dag verkleedt Tristan zich als een zieke bedelaar en weet hij in de buurt van Isolde te komen op het moment dat zij naar de kerk gaat. Zij herkent Tristan, ondanks zijn vermomming, en laat hem wegjagen. Maar als ze de volgende dag hoort dat Tristan met zijn schip is teruggegaan naar Bretagne, terwijl hij zo bedroefd is dat het lijkt of hij zijn verstand heeft verloren, begint ze aan zichzelf te twijfelen. Misschien klopt het verhaal van Perenis toch wel.
In Bretagne is iedereen blij de mannen weer te zien, maar Tristan is ongelukkig en kwijnt langzaam weg. Op een dag neemt hij het besluit om alleen terug te reizen naar Cornwall, naar Tintagel, om Isolde weer te zien, en vertrekt op een schip dat die kant op gaat, zonder het tegen de anderen te zeggen.
Daar aangekomen hoort hij dat koning Mark en Isolde in het kasteel zijn, maar de toegang wordt zwaar bewaakt. Hij besluit zich als een zot te kleden en te gedragen. Op die manier weet hij in het kasteel te komen, ook omdat hij met een andere stem praat. Koning Mark ziet hem lopen en omdat hij zijn gasten wil vermaken, nodigt hij hem binnen uit. Daar begint Tristan een kolderverhaal, waarin koning Mark Isolde maar aan hem moet geven. In het verhaal zitten veel details over Tristan en Isolde die alleen zij tweeën kunnen weten. Isolde hoort dit allemaal en luistert ongerust naar deze vreemde man.

Als koning Mark met zijn gasten vertrekt voor een jacht en Isolde zich terugtrekt in haar kamer, blijft Tristan alleen achter. Isolde bespreekt deze vreemde man met Brangwaine, die vermoedt dat het Tristan zelf kan zijn. Zij gaat naar hem toe, maar ook zij is overdonderd door alles wat hij van haar weet en gaat in verwarring terug naar Isolde. Tristan volgt haar de kamer van Isolde in, maar nog altijd twijfelen de vrouwen, ook omdat Tristan nog steeds met een vreemde stem praat. Uiteindelijk vraagt Tristan naar zijn hond Husdent en wanneer deze binnenkomt, is hij dolblij zijn oude baasje weer te zien. Dan is Isolde overtuigd dat ze de echte Tristan voor zich heeft.
Als zot verkleed kan Tristan nog een paar dagen achter elkaar bij Isolde naar binnen lopen, tot een paar mannen argwaan krijgen. Tristan besluit dan dat dit de laatste keer is dat hij naar haar toe gaat en vertelt haar zijn vermoeden dat de hovelingen iets doorkrijgen en dat hij daarom afscheid van haar moet nemen.
Terug in Bretagne gaat Tristan met Kaherdin mee, omdat baron Bedalis het land is binnengevallen. Tristan raakt daar gewond als hij in een hinderlaag loopt. Ondanks dat hij zeven aanvallers weet te doden, raakt hij toch gewond doordat hij wordt geraakt door een giftige punt van een lans. Hij weet terug te keren naar het paleis, maar de geneesheren kennen geen remedie tegen dit gif, waardoor Tristan meer en meer verzwakt.
Uiteindelijk voelt Tristan dat hij het niet zal overleven. In een vertrouwelijk gesprek met Kaherdin vraagt hij hem of hij Isolde met de gouden haren wil halen en geeft hem zijn ring. Als Isolde met hem mee terugkomt, moet hij een wit zeil hijsen; als Isolde niet op het schip is, moet hij een zwart zeil hijsen. Maar Isolde met de schone handen is woest en zint op wraak.

Kaherdin vaart in korte tijd naar Cornwall, en na het tonen van de ring gaat Isolde direct met hem mee. Onderweg komen ze in een storm terecht, die meerdere dagen duurt. Als de storm voorbij is, gaat de wind liggen en duurt de reis nog langer en ondertussen verzwakt Tristan steeds meer. Hij is zelf niet meer in staat om naar het schip uit te kijken. Uiteindelijk ziet Isolde met de schone handen het schip naderen, en als Tristan naar de kleur van het zeil vraagt, kan zij wraak nemen en antwoordt dat het zwarte zeil is gehesen. Tristan zucht en zegt driemaal: ‘Isolde, geliefde!’ en sterft.
Als Isolde met de gouden haren voet aan wal zet, treft ze de stad in rouw aan. Ze hoort dat Tristan is overleden en gaat naar zijn bed, waar ze naast hem gaat liggen, drukt haar mond op zijn mond in een laatste kus, en blaast haar laatste adem uit.

Wanneer koning Mark hoort van het overlijden van Tristan en Isolde, laat hij ze overbrengen naar Tintagel. Hij laat ze bij een kapel, links en rechts van de absis, begraven. Die nacht komt uit het graf van Tristan een groene doornenstruik op met geurende bloemen die neerdaalt in het graf van Isolde. Deze struik wordt drie keer weggehaald, tot koning Mark besluit dat de struik mag blijven staan.
Bronnen
- Joseph Bedier – Tristan en Isolde
- J.W.F. Werumeus Buning – De ware geschiedenis van Tristan en Isolde.Uit dit boek zijn de originele houtsneden uit een publicatie uit 1484 afkomstig.
