Holenduif – Colúmba óénas
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.




In het Verkade plaatjesalbum Blonde duinen wordt de kleine boschduif, zoals hij daar genoemd wordt, op de volgende manier door Jac. P. Thijsse beschreven:

Behalve aan eenden verleenen de konijnengaten ook gastvrijheid aan tapuiten, steenuiltjes en kleine boschduiven. De tapuiten hebben hun nest met de blauwe eitjes voorin ’t konijnenhol, zelden verder dan een halven meter het hol in, maar steenuilen en boschduiven gaan dieper. Je ontdekt ze ook alweer aan de sporen voor aan de ingang van het hol. Ik ga geen konijnenhol voorbij of ik kijk alijd eventjes heel oplettend naar het zand aan den ingang en als ik daar gekriewel van vogelvoetjes zie, dan weet ik al gauw, hoe laat het is. En wanneer er een stuk of wat groene erwten in ’t zand liggen, dan bestaat er niet de minste twijfel of daar huist een kleine boschduif.

In het plaatjesalbum Hoe heet die vogel? zijn jammer genoeg een aantal bladzijden afgescheurd. Daarom maar een klein stukje tekst. De afbeelding is gelukkig nog intact:

Volksnamen: Steenduif; Blauwduifje; Blauwe Boschduif; Kleine Boschduif
Bijna geheel blauwgrijs, hals met groene en purperen metaalglanzen, vleugeldekveeren en kleine slagpennen licht aschgrauw, op den vleugel afgebroken, zwarte dwarsbanden. Borst met wijnrooden glans, staart leikleurig, eindzoom bijna zwart. Iris bruin, snavel roodachtig, punt meer geelachtig, pooten rood.
