Koperwiek – Turdus iliacus

De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.

Het is november en je hoopt dat de komende winter weer veel vogels de tuin zullen bezoeken op zoek naar voedsel en probeert je fototoestel al uit, zodat alles klaar staat voor die mooie foto. Hoe leuk is het dan als er een model verschijnt.

Een Koperwiek is een doorganger in ons land, hij broedt hier niet, maar is op doorreis uit Skandinavië op weg naar landen rondom de Middellandse Zee. Ze passeren in grote groepen en dan kun je ze overal aantreffen waar voedsel is te halen.

De Koperwiek hoort bij de familie van de lijsters, maar is goed te herkennen aan de rode vlek onder zijn oksels, waar hij ook zijn naam aan te danken heeft. Verder de twee lichte oogstrepen, die andere lijstersoorten niet hebben.

In het Verkade plaatjesalbum Herfst, wordt de Koperwiek kort genoemd:

Wacht maar even. Zoo’n groote troep wordt altijd gevolgd door eenige achterblijvers en die zullen we eens goed opnemen. Daar zijn ze al. Nu opgepast. Kijk onder de vleugels. Ik had ’t wel gedacht. Een groote koperroode vlek blinkt er in ’t zonlicht; het zijn koperwieken.

In het tweede deel van het plaatjesalbum Hoe heet die vogel? staat de volgende tekst:

Volksnamen: Schatlijster, Oranjelijster, Fransche Lijster, Noorman.

Trekt in voor- en najaar in grooten getale door. Talrijke overwinteraar, vertoont zich meestal in troepen, vooral op weilanden, vaak in vereeniging met Spreeuwen.

Voedsel: Insecten, larven, slakken, wormen etc. ook wel bessen (hulst, vlier, liguster, meidoornbesseb etc.). In 1906 heeft een paartje getracht een broedsel groot te brengen, maar werd hierin gestoord door een kat.

Veldkenmerken: Even groot als zanglijster, te herkennen aan breede geelwitte streep boven de oogen en roestrode flanken en okselveeren. Leeft in troepen, vaak in vereeniging met Kramsvogel. Lokroep een fluisterend en zacht ‘siep-siep’; wordt vaak gehoord in beide trektijden gedurende den avond en nacht. Zang lijkt zeer veel op dien van Zanglijster, klinkt liefelijker, wordt in ons land maar zeer zelden gehoord. In het voorjaar babbelen ze echter op een spreeuwenmanier, vooral op zonnige dagen en in troepen vereenigd. Die ‘koorzang’, waarbij de vogels meestal in de toppen der nog kale boomtoppen zitten is een ingetogen en liefelijk gekweel, afgewisseld met fluitende ’truu-i’ geluidjes; een der prettigste dingen van het vroege voorjaar.

Trekgegevens: De eerste koperwieken verschijnen in den regel in het laatst van September of begin October, sterke doortrek in October, ook nog in November en December. Bij vorstinval opnieuw verplaatsingen. Voorjaarstrek vanaf half Februari of begin Maart tot in het laatst van April. Mei-vogels zijn zeldzaam.

Logo Ayame (iris)