Staartmees – Aegithalos caudatus

De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.

Van deze vogel kun je alleen maar blij worden. Meestal zijn er meerdere tegelijk – ze komen je tuin in en zoeken naar voedsel op allerlei plekken en net zo snel is de hele groep weer weg. Ze lijken op zo’n bolletje wol op een muts voor de winter met een lange staart, die echt opvallend is.

Een staartmeesje moet je koesteren! Ik gun iedereen dit vogeltje in de tuin om een saaie winterdag op te vrolijken.

In het Verkade plaatjesalbum Winter beschrijft Jac.P. Thijsse de Staartmees op de volgende manier:

Sta nog even stil. ik hoor wat: een slierend trillend geluid, vogeltjes, die elkaar ’t roepen, ze zullen ook wel in de elzen komen. Daar zijn ze al, die hebben witte wangen, hun lichaam is wit en zwart met wat rose en ’t meest valt in ’t oog de lange staart, die wel langer is dan de rest van ’t lichaam. Dit zijn staartmeesjes. Als pijltjes schieten ze door de lucht en als ze om de takken draaien, dan beschrijft hun lange staart een kring van belang.

En nu is het opeens rondom ons vol leven. Die staartmeesjes vormden de voorhoede van een heele troep, die ons aan alle zijden omgeeft. Je ziet ze niet aankomen als een regiment soldaten, maar ze zijn opeens overal.

In deel 2 van het plaatjesalbum Hoe heet die vogel? van Jan.P. Strijbos met een aquarel van Sjoerd Kuperus komt de Staartmees voor.

Streeknamen: Langstaartje. Ossenkopje, Ossenkneu, Doodshoofdje en Pijlstaartje, IJsbeer en Moessien.

Niet zeer talrijke broedvogel, voornamelijk in boschrijke streken, vaak in het najaar rondzwervende, in gezelschap van andere meezen; is overigens standvogel.
(…) Staart duidelijk langer dan het lichaam; dit is wel het beste kenmerk. Wordt veel in gezelschap van andere Meezen gezien. Vlucht is snorrend en gewoonlijk van struik tot struik, waarbij ze voortdurend hun lokroep ’tjèrrt tjèrrt’ laten hooren, waarin vooral de laatste t opvallend is.

Logo Ayame (iris)