Konpuku-ji-tempel in Kyoto
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.

In 864 bouwde de Boeddhistische priester An’e deze Boeddhistische tempel. In de eeuwen daarna werd de tempel verwaarloosd, tot Tesshu, een priester van een nabijgelegen tempel het rond 1688 laat restaureren.
De bekende haikudichter Basho, die in die tijd rondtrekt in het gebied rondom Kyoto, bezoekt zijn vriend Tesshu en logeert in een hut op het terrein van de tempel. De hut zal later bekend worden als Basho-an.
Her vermoeden bestaat dat Basho in die tijd één haiku heeft geschreven in deze tempel:
Niets is zo zalig als in je eentje wonen. ‘Vindt een gast een halve dag rust, dan verliest zijn gastheer een halve dag,’ zegt Choshoji – een uitspraak waarin Sodo zich heel goed kan vinden. Toen ik alleen in een tempel logeerde, schreef ik daar het volgende gedicht:
Bedroefd als ik ben,
maak me nog eenzamer,
koekoek!
Na de herbouw van de tempel door Tesshu blijft deze intact, maar de hut waar Basho verbleef raakt in verval en op die manier treft Buson, een latere haikudichter het als volgt aan:
Tegen de zuidwesthelling van de Hieiberg, in het dorpje Ichijoji, ligt een zenklooster dat officieel bekendstaat als de Konpukutempel, maar de mensen uit de buurt spreken van ‘Basho-kluis’. Halverwege de helling, op twintig passen van de stenen tempeltrap zie je een berg aarde – naar verluidt is dat alles wat er van basho’s hut is overgebleven.

Met een paar vrienden besluit Buson het op te knappen en zal er regelmatig haiku-bijeenkomsten houden voor hem en zijn vrienden. Op de speciale uitgave van de Konpuku-ji-tempel op de afbeelding is een van de haiku’s die er in die tijd door Buson zijn gemaakt te lezen;
耳目肺腸ここに玉巻くはせを庵
ji moku kai chyou koko ni tamamaku bashou an
lichaam en ziel
de nieuwe bladeren
bij de Basho-hut (vert. HW)
Een aantal andere haiku’s die Buson hier heeft geschreven tijdens de haikusessies met zijn vrienden en leerlingen:
mitabi nakite kikoezu narinu shika no koe
Driemaal te horen
dan blijft het stil:
de roep van een hert
Shika nagara San-eimon ni iru hi kana
Een hert blijft staan –
de ondergaande zon valt
door de Bergschaduwpoort.
ware mo shi shite hi ni hotorisemu kareobana
wanneer ik sterf
begraaf me bij het monument
tussen het verdorde pampagras (vert.HW)
Uiteindelijk zal Buson – zoals in de laatste haiku is te lezen, begraven worden achter de Basho-hut, samen met een aantal andere haikudichters.
Een aantal eeuwen later zal ik met de bus vanuit het centrum naar een van de buitenwijken van Kyoto vertrekken om daar deze tempel te bezoeken. In de tijd van Basho en Buson was de stad nog ver weg, maar inmiddels ligt het aan de rand van een van de buitenwijken van de stad.
De bus zit vol als we vertrekken, maar langzamerhand wordt deze leger, tot we, na ongeveer een uur te hebben gereden, bij een filiaal van McDonalds uitstappen. Daarna nog 10 minuten door een buitenwijk lopen en we treffen een kleine, stille tempel aan. De beheerders zijn verbaasd, maar enthousiast, dat toeristen uit Nederland deze lange reis hebben ondernomen en daarbij hun tempel bezoeken.
Het regent die dag, maar als je op de veranda zit en de tuin inkijkt is het er stil en je luistert naar de regen. Links zie je op de helling de herbouwde Basho-hut, met daarachter de graven van Buson met andere haikudichters – een uitgelezen plaats.
Buson’s graf –
in de stilte van Basho’s hut
verre kinderstemmen
Bronnen:
- Jos Vos – Matsuo Basho: verzamelde haiku’s
- Jos Vos – Yosa Buson: een mandje aarde
- Informatie van de tempel
Alle aangehaalde teksten komen van de publicaties van Jos Vos, tenzij anders vermeld.
