Gamma-uil (Autographa gamma)
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.

Deze vlinder is moeilijk te vinden. Meestal zit hij ergens in een heg verstopt en zelfs als je weet dat hij ergens zit kun je hem moeilijk vinden vanwege de kleuren. Maar geduld wordt beloond.
De Gamma-uil is onder meerdere namen bekend:
- Gamma-uil
- Pistooltje
- Gamma-vlinder
Bij de wetenschappelijke namen zijn er zelfs nog meer, te weten:
- Autographa gamma
- Plusia gamma
- Phytometra gamma
- Autographa messmeri
- Autographa voelkeri

In het boekje Vlinderwereld wordt de Gamma-Vlinder of Pistooltje zoals hij daar wordt genoemd, als volgt beschreven:

Van begin Juni tot September, soms zelfs tot in October kan men dezen G a m m a – v l i n d e r veelvuldig vinden, zoowel ’s avonds op een straatlantaarn aanvliegend, als overdag, na eerst onder een blad verborgen te hebben gezeten, honig uit de bloemen zuigend, vaak zonder daarop te gaan zitten, doch met de vleugels slaande alleen met de voorpooten zich steunend. En ook in huis vertoont hij zich veel, dan maar al te dikwijls om aan zijn lastig snorren rondom de lamp een einde te maken, of om te verhinderen dat de gordijnen met zijn stof bezoedeld worden, tot een smadelijken dood en een vuilnisblik als lijkbaar verwezen.
En toch is het zoo’n mooi diertje, met zijn zeer lange dunne sprieten, fraaie, een weinig opgerichte tasters en den flinken langen zuiger. De geheele vlinder is blinkend, bronskleurig, de achtervleugels met een breeden donkeren zoom voorzien, waartegen de witte franje zoo mooi afsteekt, en de voorvleugels met een duidelijk gelobden binnen- en een gegolfden achterrand. Die vleugels zijn donker gevlamd, hier een daar met iets paars door het brons gemengd en daarop valt scherp in het oog dat eigenaardige wit zilverkleurige, soms ook een weinig in ’t goud glanzende teeken, dat zoowel in de oude als in de nieuwe wereld, want ook in Noord-Amerika komt hij voor, aan deze Plusia zijn naam heeft gegeven. Het is de Grieksche letter gamma, met vooral duidelijk als van dik opgelegd zilver, de onderste haal, die echter, als bij een behoorlijk symmetrisch dier te verwachten is, op den rechtervleugel naar rechts is gericht, zoodat het teeken daar eigenlijk geen letter Gamma meer is, zoomin als een y, waar het overigens ook op gelijkt, en dat den naam Y p s i l o n – u i l verklaart. Om in dat teeken een P i s t o o l t j e te zien, is er echter nog al wat verbeelding noodzakelijk. Boven de opening van de ‘Gamma’ ziet men de hier wat langwerpige ronde vlek, en verder naar buiten de niervlek, doch beide zijn donker en vallen niet zeer in ’t oog.
Er is behalve de Plusia gamma en de reeds vroeger besproken Gouduiltjes van hetzelfde geslacht, ook een Plusia jota, die met de Grieksche letter en een stip er onder versierd is en een ander de Plusia concha, die, om ook geletterd te zijn een loggende C op zijn vleugels draagt, doch beide zijn in ons land zeer zeldzaam, vooral de laatste.
De rupsen, klein van kop en met slechts 12 in plaats van 16 pooten, zoodat zij tot de spanrupsen naderen, zijn sterk ingesnoerd tusschen de leden, grasgroen van kleur, witgestippeld en met witte lengtelijnen voorzien. Ze leven niet op gras maar op planten als klaver en andere peulvruchten, boekweit, koolzaad en meer Cruciferen, ook wel op vlas en op beetwortels en doen wel eens groote schade. Want hun aantal kan soms verbazend groot zijn en voor het in stand houden der soort zoowel als van het individu is uitstekend gezorgd; jaarlijks verschijnen er meestal wel drie generaties en zoowel eieren en rupsen als poppen en vlinders kunnen overwinteren.

In het Verkade plaatjesalbum Zomer wordt het Pistooltje, zoals de vlinder daar wordt genoemd, even kort beschreven:

En breng nu den stadsmensch eens in den avond naar de kamperfoelie. De zon is net ondergegaan. Nachtegalen, roodborstjes, zanglijsters, merels zingen om ’t schoonst. De eerste ster vertoont zich aan den hemel. Dit is ’t oogenblik, waarop de kamperfoeliebloem zich opent en zijn verrukkelijke geuren in ’t rond spreidt, die van alle zijden de vlinders lokken: groote prachtige pijlstaartvlinders en het alomtegenwoordige grijze pistooltje.

Ook in het boekje Vlinderatlas wordt de Gammavlinder beschreven:

Deze zeer gewone vlinder is de Gammavlinder (Plusia gamma) of het Pistooltje, zoo betiteld om de zilveren Grieksche letter g of ‘gamma’, op de voorvleugels. Niet zelden maakt hij zijn naam van nachtvlinder tot schande, door op klaarlichten dag rond te zwieren met overdreven drukte en vleugelgesnor, tot in den zonneschijn toe.
Zoo gewoon als de vlinder is, zoo lastig is soms de r u p s te vinden. Zij houdt zich gaarne op in klavervelden en leeft verder op allerlei lage planten, doovenetels, enz. Haar kleur is blauwachtig groen, met 6 geelwitte rugstrepen en geelachtioge, rechte zijlijnen. In een dun wit spinsel verandert zij in een zwartbruine p o p, die een knopvormig en stijfbehaard achterlijfseinde heeft.
