Citroenvlinder – Gonepteryx rhamni

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni

Citroentjes slaan onze tuin meestal over – letterlijk. Kennelijk heb ik niets in de tuin wat ze aantrekt, want ik zie ze bij de buren de heg overkomen en over de heg bij de andere buren weer verdwijnen. Deze was zo vriendelijk om even te poseren voor één enkele foto.

Nederlandse namen

  • Citroenvlinder
  • Citroentje

Wetenschappelijke namen

  • Gonepteryx rhamni (Linnaeus, 1758)
  • Rhodocera rhamni

 

In het Verkade-album Lente is een afbeelding opgenomen die gemaakt is door Jan Voerman Jr. met begeleidende tekst door Jac. P. Thijsse:

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni

Op de zonnige zandpaden koesteren zich de bonte vlinders: het gele citroentje, een enkele atalanta met haar rode ordelint, de dagpauwoog met zijn vier bonte vlekken en de koningsmantel, donkerpurper, met goud gezoomd. Den heelen winter door hebben ze verborgen gezeten in hoeken en gaten, verstijfd, verdoofd en die prachtige schoenlappers leken toen niet meer dan lapjes vuil, want ze zitten met de vleugels opgeklapt, zoodat alleen de dof gekleurde onderzijde en niet de bonte bovenkant te zien is. Maar nu is alle leed geleden, en zooals ze nu zitten in de zonneplekken op den boschgrond, lijken ze een nieuw soort van zeer bijzondere lentebloemen.

 

Ook in de Vlinderatlas met tekst van E.J.V.M. Hoogeveen en vlindertekeningen van W. Hubert staat de citroenvlinder beschreven:

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni

Een echte voorjaarsverschijning is het Citroentje die zich al vroeg, in Maart vaak, laat zien. Zelfs vertoonen zich vlinders die overwinterd hebben, op een mooien zonnigen dag in januari! Dit is echter het geval, waar veel Vuilboomen (Rhamnus) groeien. Naar deze struik is ook de tweede naam: ‘Rhamni’. Soms vliegen de vlinders snel en hoog, maar vaak toch zóó, dat ze met het vlindernet makkelijk te verschalken zijn. In Holland zijn zij uiterst zeldzaam; in andere privincies veelvuldig, vooral in boschrijke plaatsen.
De r u p s is dofgroen, met witte zwakke zijstreep; in Mei en juni te vinden op Wegedoorn en Vuilboom.
Geeft men iemand een takje van Vuilboom met deze rups er op, in handen, dan is het voor hem vaak zeer lastig het dier te onderkennen: zóó vloeien de lijnen en kleuren van blad en rups ineen. Ook de vlinders zelven weten zich goed te verschuilen tusschen de bladeren; het ♂ even goed als het ♀ dat een groenachtig witte kleur bezit. Want in rust lijkt de achtervleugel zeer sterk door vorm en kleur op het Rhamnus-loof.

 

In het tweede deel van De insecten door Dr. G. Kruseman Jr. staat het volgende over de citroenvlinder:

Tot slot der Pieridae, willen we nog het ‘citroentje’, Gonepteryx rhamni, bespreken. Dit is een zeer merkwaardige vlinder, want ze leeft het grootste deel van het jaar als imago. De vlinders komen half Juli uit de pop en leven tot het volgend jaar Mei, of zelfs Juni.
De rups leeft op de vuilboom; daar deze soort in het polderland uiterst zeldzaam is, is de vlinder daar dan ook een weinig geziene gast. De citroentjes zijn goede vliegers,z e leven lang en kunnen dus vanuit het Gooi en andere Frangula-rijke streken gemakkelijk het polderland bereiken, waar we ze dan ook regelmatig zien vliegen. Men moet hierbij bedenken, dat ook hier en daar in de moerassen van ons polderland vuilbomen groeien.