J. van Tooren

Anna Maria Mulder - Swanenburg de Veye wordt geboren op 20 mei 1900 in Rangoon, de voormalige hoofdstad van Myanmar, waar haar vader vertegenwoordiger is voor verschillende Nederlandse banken en daarnaast ook consul van Italië is.

Als zij twee maanden oud is gaat het gezin terug naar Nederland vanwege de slechte gezondheid van Anna en haar moeder.

Na vijf jaar vertrekken de ouders weer naar Rangoon en blijft Anna met haar twee jaar oudere broer achter bij een streng orthodoxe familie, waar ze het niet naar haar zin heeft.
Uiteindelijk zullen haar ouders vier jaar wegblijven, voor ze met een in Rangoon geboren jonger zusje terugkeren naar Nederland om er voorgoed te komen wonen.

Na de lagere school gaat Anna naar de HBS en vanaf haar dertiende naar het Gymnasium, waar ze kennis maakt met verschillende talen, waaronder Grieks en Latijn, wat haar interesse heeft.

Omdat zij denkt dat ze met een taalstudie alleen voor de klas kan staan, besluit ze rechten te gaan studeren in Leiden waarna ze korte tijd advocaat wordt, maar al snel komt ze bij Philips op de sociaal-economische afdeling terecht. Daar ontmoet ze haar man en in 1929 trouwen ze. Samen krijgen ze één dochter.

Al voor haar huwelijk schrijft Anna gedichten en wordt haar werk onder het pseudoniem J. van Tooren gepubliceerd:

Van haar hand verschijnt er bij de bekende kinderboekenuitgeverij ‘Kluitman’ een boekje met gedichten. Het opent met een gedicht over het meisje Annetje, de rest van de gedichten – voor kinderen van 4-8 jaar – gaan over de belevenissen van dieren.

Bij elkaar staan er 23 gedichten van verschillende lengte in dit boekje, waarvoor ze ook het pseudoniem ‘J. van Tooren’ gebruikt.

Zij was altijd in de weer met het leren van vreemde talen. Als voorzitter van de oudheidkundige vereniging Ex Orient Lux heeft zij veel met oud-Egyptisch te maken, waarop zij besluit de hiërogliefen te gaan bestuderen. Haar slapeloosheid bezorgde haar voldoende studietijd. Zo is zij ook Sanskriet gaan studeren.

Op Sinterklaasavond 1959 krijgt zij van haar man het boek A net of fireflies, met vertalingen van Japanse haiku door Harold Stewart:

Nadat ze de boeken van Blyth had gelezen werd het haar duidelijk dat ze Japans moest gaan leren. Zij koopt een Japanse grammatica en begint dit te bestuderen en begint na enige tijd met haar vertalingen van de haiku’s.

Mede dankzij de boeken van Blyth weet ze het Japans onder de knie te krijgen en op zaterdag 16 juni 1962 – iets meer dan twee jaar na haar kennismaking met haiku – verschijnen er voor het eerst vertalingen van haar hand over de lente in het Eindhoven’s Dagblad. De reacties zijn positief en zij mag ook voor de andere seizoenen gedichten aanleveren, die per seizoen worden gepubliceerd.

Aangespoord door dit eerste succes besluit ze uitgeverij Meulenhoff aan te schrijven om een boek met Nederlandstalige haiku uit te geven. Bij Meulenhoff durven ze het niet direct aan om met iemand in zee te gaan die zichzelf Japans heeft geleerd. Zij besluit daarom professor Frits Vos, hoogleraar in de Japanse en Koreaanse letterkunde te benaderen met de vraag of hij een voorwoord wil schrijven voor haar:

Uiteindelijk zal professor Vos, die het meer van linguïstische kant dan van literaire kant bekijkt, haar twee uur lang aanvallen om haar te testen, maar uiteindelijk geeft hij zijn fiat voor de uitgave bij Meulenhoff en schrijft er zelfs een voorwoord bij.

Uiteindelijk zal de eerste oplage in 1973 verschijnen en maakt Nederland kennis met de haiku. Zijzelf is verbaasd over het enthousiasme waarmee het boek wordt ontvangen:

Als gevraagd wordt naar haar lievelingshaiku is dit het antwoord:

Later zal zij nog een bundel uitgeven met vertalingen van senryû, getiteld ‘De Waterwilgen’.

Haar eerste tanka-uitgave verscheen bij uitgeverij Slib, met kalligrafieën van Mevrouw Vos. Uiteindelijk komt er bij uitgeverij Meulenhoff in 1983 nog een bundel met daarin vertalingen van haar geliefde tanka, getiteld: Tanka, het lied van Japan.

Er komen tentoonstellingen en uitgaven van kunstenaars naar aanleiding van haar vertalingen, zoals De wortelrooier met houtsneden van Noor Smals.

Ze begint ook zelf haiku en tanka te schrijven en is lid van de kern Eindhoven. Meulenhoff zal in 1981 een bundel uitgeven met werk van haar hand, getiteld: Oogwenken.

Zij overlijdt op 14 augustus 1991 te Eindhoven.

Een selectie uit de bundel Oogwenken:

Na haar overlijden heeft Simon Buschman een bundel samengesteld met daarin 48 tanka’s van J. van Tooren, aangevuld met 48 tanka van hemzelf. Hieronder een selectie uit deze bundel, getiteld: Hoog uit het blauw.

Bronnen:

  • Een door haarzelf geschreven biografie, 3 februari 1989
  • Een verbeterde proefdruk van een interview met Jos van Hest uit 1990.
  • Het Parool, 20 december 1985. Een interview met Matthijs van Nieuwkerk
  • Rotterdams Nieuwsblad, 28 juli 1984. Een interview met Cor Docter
  • Van Annetje, versjes van J. van Tooren, uitgegeven door Gebr. Kluitman
  • A net of fireflies, door Harold Stewart, uitgegeven door Charles E. Tuttle Co. Inc. ISBN: 0-8048-0421-4
  • De wortelrooier, met houtsneden van Noor Smals. Uitgeverij Vriendenlust Nijmegen 1984. ISBN: 90 70551 11 X
  • Eerste keus, een uitgave van Haikukern Eindhoven, mei 1985
  • Hoog uit het blauw – tanka, door J. van Tooren en Smon Buschman, uitgever Meulenhoff 1995. ISBN: 90 290 4812 3
  • Regenbogen, een uitgave van Haiku kern Eindhoven, januari 2004
Logo Ayame (iris)