Kleine vos – Aglais urticae

Kleine vos

De vlinder is onder twee namen bekend, namelijk:

  • Kleine vos
  • Kleine aurelia

En ook bij de wetenschappelijke namen heb ik er twee kunnen vinden, te weten:

  • Aglais urticae (Linnaeus, 1758)
  • Vanessa urticae

 

Jac.P. Thijsse ziet in het Verkade plaatjesalbum Lente uit 1906, dat de kleine vos een van de eerste vlinders is die je in het voorjaar tegen kunt komen:

Kleine vos

Er zijn ook vlinders van den winter, vreemde geheimzinnige dieren, maar de echte vlinder van het voorjaar is het bontgekleurde klein vosje. Die heeft ook een fijn lentegevoel en komt uit zijn schuilhoek wel te voorschijn, nog voor de zanglijster zingt. Dikwijls moet hij dan smadelijk den terugtocht blazen, maar als de merel gaat zingen, dan staan zijn kansen al beter en dan is hij er ook zeker van, dat hij op de bloemen van het klein hoefblad smakelijk zijn bekomst kan eten.

 

Mijn foto is op 24 september genomen, dus de vlinder is gedurende lange tijd te zien in de tuin. Volgens het boekje Dagvlinders van de Benelux is de vliegtijd van begin juni tot begin oktober, en na de overwintering tot eind april. De eitjes worden in april vooral op de grote brandnetel afgezet en kan drie generaties per jaar voortbrengen.

Soms zie je meer details van een vlinder wanneer je leest welke details bij een soort horen. In het plaatjesalbum Van rupsen en vlinders uit 1938 door Dr. H. Engel staat de de kleine vos een ‘zwarte band en blauwe maantjes’ heeft. Dit was me daarvoor niet opgevallen.

Kleine vos

Vanessa utricae. L. De kleine vos, is een helderzwart, geel en geelrood getekende vlinder. De achterrand der vleugels is gegolfd, met zwarte band en blauwe maantjes. De vlinder leeft van Juni tot het vroege voorjaar en wordt zelfs op een warme winterdag naar buiten gelokt. Vlps. 4-5 cm.
De rups is grijs of zwartachtig met gele lengtelijnen en leeft op verschillende Brandnetelsoorten. De pop is zwart, met gouden puntjes.

 

In het tweede deel van De insecten vertaald door Dr. G. Kruseman Jr. staat de volgende tekst:

Voor velen zullen de Nymphalidae wel de eerste rupsen zijn, welke men gaat kweeken. In dat geval zal het waarschijnlijk de kleine vos zijn, die hen in handen valt. De zwarte rupsen met gele strepen leven gezellig bijeen op brandnetel. Als jongen zocht ik ze altijd op de brandnetels, die achter onze moestuin langs de sloot groeiden. Er ging geen zomer voorbij of er zaten daar dikke klodders rupsen, die de brandnetels kaal vraten. Het loont zeer de moeite om ze te kweeken en het is heusch wel de blaren en de jeuk van de brandnetelbladeren waard, want behalve dat de vlinders buitengewoon mooi zijn, zijn de poppen ook bijzonder fraai met prachtige gouden vlekken, bovendien is het verpoppen altijd weer een adembenemend staaltje van acrobatiek om waar te nemen.
Stelt U voor: op een goede morgen beginnen Uw rupsen tegen de kap van de kweekkast of het gaas van de flesch te spinnen. Daarna haken ze zich stevig met de naschuivers vast en gaan met de kop omlaag hangen. Ze krimpen in, zooals alle poprijpe rupsen doen. Na zekere tijd barst de rupsenhuid open en de pop komt te voorschijn. Langzaam aan schuift ze uit de rupsenhuid; steeds verder komt ze er uit.
Elk oogenblik verwacht U, dat de pop, welke niet de beschikking heeft over bewegelijke ledematen, zal vallen. Plotseling haalt ze nu ook nog de ‘staart’ uit de rupsenhuid te voorschijn, die nu geheel leeg is. Het lijkt een ondeelbaar oogenblik of ze in de lucht zweeft en dan haakt zij zich bliksemsnel in het zijdenspinsel naast de naschuivers vast. Het is gelukt!