Om er te zijn

Schiermonnikoog

Het eiland mondt uit
in een afgelegen plek –
met palenballet.

de zeilboten voor anker
in cadans met de golfslag

Het is er nu weer:
dat stroeve zand, van ver weg
bezonken geuren.

zand en zeewind bedekken
wat het getij achterlaat

De uren dat we
– buiten alles om – keken
naar de vogeltrek.

de stilte die we vonden
in de luwte van de duinen

Simon Buschman (1,3,5)
Henk van der Werff (2,4,6)

Bovenstaande renga is gemaakt naar aanleiding van de foto.

Tuingasten – Staartmees

Staartmees

Gehuld in een wolk van tsjirp-klanken, rollend als een erwt in een scheidsrechtersfluitje, komt bovendien een club staartmezen aanzetten, bleek bevederde pingpongballetjes met een zwarte steel. Maar wat je hoort krijg je lang niet in dezelfde mate te zien. Zo klein, zo beweeglijk.
Altijd in vereniging, toch ieder op zichzelf, zo trekken staartmezen over de wereld. Altijd opgewekt, altijd in gesprek. En volkomen onverstoorbaar. Ze geven je het gevoel van een boom tussen de bomen – dat ze elk moment op je kunnen neerstrijken om mouw, kraag en hoofd op eetbaarheidjes te inspecteren, dat het stom toeval is dat je wordt overgeslagen.

Ik denk wel eens dat de natuur bedoeld is om ons een plezier te doen. Vooral bij staartmezen.

 
 

Uit: Ruim duizend dagen werk van Koos van Zomeren
Foto: Henk van der Werff

Zwitserland

Samen met een collega rij ik naar Zwitserland. Het was de bedoeling met het vliegtuig te gaan, maar onze vlucht werd geannuleerd. Jammer is het wel, ik had gehoopt de bergen uit de lucht te kunnen zien, maar in plaats daarvan rijden we Zwitserland binnen als het donker is.

Ook de volgende dag brengen we vooral binnen door. Als het even kan zoek ik een raam op in de hoop toch iets te zien van de bergen die goed verstopt achter de stad liggen.

kantoorairco
de berglucht wordt gezuiverd
binnen geblazen

Aan het begin van de avond lukt het me pas de omgeving eens goed te bekijken. Er komt een Zwitser naast me staan die over de omgeving begint te vertellen.
“Ziet u de berg daar links, daar is nog een James Bondfilm met Sean Connery opgenomen. En op die berg daar woonden vroeger veel filmsterren. En daar, die hoge met de gletsjers was vroeger nog mooier toen de gletsjers groter en imposanter waren”.

Ik kijk en luister, maar geniet vooral van het uitzicht. De berg met de gletsjers torent imposant boven de andere bergtoppen uit en in de heldere lucht is de eerste kou van het jaar voelbaar.

valavond
de bevroren bergtop
vangt het laatste licht

De volgende dag rijden we naar huis terug en neem ik een kleine oogst aan indrukken mee. Terwijl mijn collega rijdt, kijk ik naar buiten en zie een grote vogel langs de auto vliegen, op weg naar de bergen. Zijn gevorkte staart is onmiskenbaar – een rode wouw!

How lucky

Vink

Foto: Henk van der Werff

how lucky –
just outside my window
a flock of finges

Mike Duffy

Vinken zijn mooie vogels. Ze zijn alleen wat schuwer dan de mussen of mezen. Bij ons in de tuin blijven ze op gepaste afstand van het huis en komen zelden of nooit op de voederplank. Liever scharrelen ze wat rond in het gras of het plaatsje achter in de tuin.

Ze zijn vaak ook eerder weg dan de andere vogels als er onraad dreigt. Als je ze een keer vlak voor je raam ziet lopen is dat een buitenkans om ze eens rustig te bekijken.

Daar wordt ik nou gelukkig van – een groepje vinken op het terras en een haiku die dat weet te vangen.

Met zonder jas

zomers van toen
fietsbanden gedrapeerd
om lantaarnpalen

blokken om de pedalen
twee zusjes samen één fiets

tussen de spaken
een speelkaart aan een knijper –
maar niet op maandag

eerst een flinke mep
dan rennen van jas naar jas
een straat zonder zuto’s

met zonder jas naar buiten
tot de lantaarns gaan branden

een oud brillenglas
en een stukje schoenveter
de zomerzon brandt

Henk van der Werff (1,3,5)
Veronica Stutvoet (2,4,6)