Benagil

Volgens de bladen en ansichtkaarten die we tegenkomen mogen we één bezienswaardigheid niet missen in het gebied waar we op vakantie zijn. Gehoorzaam als we zijn varen we nu met een bootje rondom een rotswand en komen uit op een klein strandje in een grot die verlicht is door een opening in het plafond.

Volgens de stuurman van onze boot kun je hier alleen over water komen, wat lijkt te kloppen, omdat de paar mensen die aanwezig zijn er met kano’s zijn gekomen. Jongeren lopen wat heen en weer over het strandje en zijn in de weer met hun vaartuigen.

Vogels zijn niet gebonden aan vaartuigen, zwaluwen zwieren door alle gaten en kieren naar binnen en duiven kijken vanuit hun nesten in de rotswand op ons neer.

Aangezien we een programma hebben af te werken kunnen we niet te lang blijven en varen we naar een volgende grot. Zoals het een goed toerist betaamt heb ik nog een extra foto van deze plek te maken voor het geval er nog niet genoeg van zijn.

lange sluitertijd
een onrustige deining
schudt wat met de boot

De foto die hier is gemaakt is op 11 mei 2019 geplaatst.

 
 
 

twee minuten stil –
een kind op vaders schouders
kijkt naar de duiven

 
 
 

Vesuvius

Ongedurig beent de chauffeur die ons vlak onder de top van de Vesuvius heeft gebracht heen en weer. Het was de bedoeling dat we binnen een uur heen en terug naar de top van de vulkaan zouden lopen, maar door zijn gebrekkige Engels zijn dit er twee geworden.

Als hij door heeft dat de groep laat terug zal komen bij het busje, wordt hij zenuwachtig, want hij moet nog een andere groep naar boven brengen.

Als eindelijk de laatste van de groep terugkeert sommeert hij iedereen om plaats te nemen en rijdt met war doodsverachting het stuk terug, de vulkaan af.
Vlak voor haarspeldbochten haalt hij bussen in, rijdt rakelings langs afgronden en remt op het allerlaatste moment. Zelfs de aanwezige Italianen in het busje – die toch wel wat gewend zijn – worden er stil van.

Vesuvius –
op het dashboard van de bus
de madonna

Uit: Vuursteen winter 2017

Ademwolkjes

Ik loop als klein kind buiten in wat later bekend zou worden als de barre winter waarin Reinier Paping de zwaarste Elfstedentocht ooit won. Omdat het zo koud is, hangen de lakens van de buurvrouw als planken stijf bevroren aan de waslijn. Verbaasd kijk ik ernaar. Als ik er een wegduw naar de zijkant lijkt het net een tent te worden tussen de lakens.

Als ik een punt beetpak om een laken weg te trekken, breekt die af. Verbaasd kijk ik naar het bevroren stukje stof in mijn handen. Omdat ik het niet geloof probeer ik het nog een keer.
In de verte begint er iemand te roepen.

ademwolkjes
kinderen spelen
dat ze roken

Uit: Vuursteen zomer 2018