Renga 5.6 – Zonder een waarom I
in de middagzon
een sliert processierupsen –
onderweg naar iets
als de dag dooft, een merel
eindeloos improviserend
dan na nachtvogelzang
en de maan die eeuwenlang
voorgaat – nu wassend
ook vannacht weer laat de vloed
schelpen achter op het strand
leeg – niemand heeft weet
van de vrucht en het verloop;
is er geen waarom?
altijd rusteloos zoekend
gierzwaluwen op de trek
van ver gekomen
maar eveneens: niets van daar
doet er hier nog toe
eerst één, dan twee, dan velen
– niets meer bij zich dan zichzelf
Simon Buschman
Henk van der Werff
