Sir Gawain en de groene ridder
De afbeeldingen kunnen worden vergroot door hierop te klikken. Om terug te keren naar de tekst, klik nogmaals.
Het verhaal van Sir Gawain en de groene ridder is rond het jaar 1380 geschreven door een onbekende dichter uit de West Midlands. Van dit verhaal is één manuscript overgeleverd, dat zich in het British Museum bevindt.
Het verhaal

Tijdens een van Arthurs hoffeesten verschijnt er een zonderlinge, reusachtige ridder, die geheel in het groen is gekleed. Hij daagt de aanwezige ridders uit om hem een bijlslag toe te dienen, op voorwaarde dat hij een jaar later deze bijlslag mag retourneren. Gawain is de enige die de uitdaging aandurft en slaat de groene ridder het hoofd af. De uitdager valt echter niet dood neer, maar pakt zijn hoofd op en zegt tegen Gawain dat hij hem na een jaar moet zoeken bij de groene kapel.
Tien maanden later gaat Gawain op weg naar de groene kapel voor zijn afspraak met de Groene Ridder. Na een lange tocht vol gevaren komt hij bij een prachtig kasteel, waar hij gastvrij wordt ontvangen door een edelman, diens mooie vrouw en een oude dame. Gawain kan tot de afgesproken dag op het kasteel verblijven, want de groene kapel blijkt in de buurt te zijn. De edelman doet Gawain een voorstel: hij zal hem de volgende dag zijn jachtbuit schenken, op voorwaarde dat Gawain hem in ruil daarvoor zal geven wat hij op het kasteel verworven heeft. Gawain gaat met dit voorstel akkoord.
Wanneer de edelman de volgende morgen op jacht gaat, bezoekt zijn mooie vrouw Gawains slaapkamer, die zich slapende houdt. Zijn vrouw kruipt bij hem in bed en probeert hem te verleiden. Gawain weet haar op een nette, ridderlijke manier de kamer uit te werken. Als afscheid krijgt hij een kus van haar. Als de edelman terugkeert van de jacht, ruilen hij en Gawain volgens afspraak wat zij die dag hebben verworven. Gawain krijgt het hertenvlees en die geeft de edelman een kus terug. Zij bevestigen daarna opnieuw hun afspraak.

De volgende morgen herhalen zich de gebeurtenissen. De edelman gaat op jacht en zijn vrouw probeert Gawain opnieuw te verleiden. Opnieuw weerstaat Gawain de vrouw op een ridderlijke manier en krijgt hij dit keer twee kussen als afscheid. Aan het einde van die dag ontvangt Gawain het vlees van een wild zwijn, dat de edelman met veel moeite heeft gedood, en hij geeft de edelman twee kussen die hij van de vrouw van de edelman heeft gekregen.
De derde dag vangt de edelman een vos. Weer weerstaat Gawain de vrouw, maar dit keer krijgt hij naast drie kussen ook een gordel van groene zijde die hem onkwetsbaar zal maken als hij naar de groene kapel gaat. Bij het ruilen van de verworvenheden behoudt Gawain, tegen de afspraak in, de gordel die hem, naar hij meent, het leven kan redden als hij de Groene Ridder zal ontmoeten, maar hij moet beloven het geheim te houden.
De volgende dag brengt een gids Gawain naar de groene kapel, waar de groene ridder hem opwacht met een pas geslepen bijl. Gawain biedt hem zijn nek aan. De groene ridder houdt bij de eerste twee bijlslagen in vlak voor hij de nek van Gawain zal raken. De derde maal brengt hij Gawain een ondiepe snede toe.
De verklaring voor deze drie slagen wordt door de Groene Ridder, die Gawains gastheer blijkt te zijn, direct gegeven: de eerste twee ingehouden bijlslagen waren voor de eerste twee dagen waarop Gawain de edelman eerlijk zijn verworvenheden heeft gegeven, de derde slag met de ondiepe snede, omdat Gawain niet oprecht is geweest en de groene gordel niet heeft gegeven.
Hierna maakt de Groene Ridder zich bekend als Bertilak de Hautdesert. Hij verklaart te hebben gehandeld in opdracht van Morgan le Fay, de oude dame op het kasteel, die met deze uitdaging de reputatie van Arthurs hof op de proef heeft gesteld. Gawain draagt de groene gordel daarna altijd als herinnering aan zijn tekortkomingen.
Bron:
Brian Stone – Sir Gawain and the green knight
