Koning Arthur; Morte d’Arthur

Een van de eersten die uitgebreid de geschiedenis van Koning Arthur op schrift stelt, is Galfredus van Monmouth (Geoffrey of Monmouth) omstreeks 1136. Het verhaal is gebaseerd op enkele gebeurtenissen uit eind 5e, begin 6e eeuw, waarin een legeraanvoerder de Saksen voor langere tijd uit Engeland verjaagt.
Al rond het jaar 800 is de figuur van Arthur bekend. Nennius beschrijft in de Historia Brittanum, hoe Arthur twaalf veldslagen heeft gewonnen, waaronder de veldslag tegen de Saksen. In de laatste slag bij Mons Badonis zou Arthur in één aanval 960 vijanden hebben gedood. Dit geeft aan dat er toen al legendevorming rond Arthur is.
Nadat de Franse dichter Chrétien de Troyes in ca. 1190 in zijn Conte du Graal ou Perceval de Graal introduceert, geeft hij kort daarna een passende voorgeschiedenis. Hij verbindt Joseph d’Arimathea en Merlin met koning Arthur. Dit zal de basis worden voor de latere koning Arthur verhalen. Robert de Boron introduceert ook het verhaal van het zwaard in het aambeeld.
Gedurende de eeuwen die volgen, ontstaan er varianties op het verhaal, tot Sir Thomas Malory in 1485 zijn Morte d’Arthur schrijft. Hierin begint en eindigt het verhaal met de geboorte, de kroning en de dood van koning Arthur. In de tussenliggende verhalen zijn verschillende middeleeuwse ridderverhalen opgenomen, waarin koning Arthur de verbindende factor is.
In totaal bestaat Morte d’Arthur uit 21 boeken, ieder boek uit meerdere hoofdstukken. Hieronder komt uiteindelijk een link naar elk boek met een samenvatting.
In 1892 geeft uitgever J.M. Dent het boek Morte d’Arthur uit en laat er door Aubrey Beardsley afbeeldingen bij maken. Deze afbeeldingen zijn bij de samenvattingen te zien. Zo is er voor elk hoofdstuk een kleine afbeelding gemaakt, maar zijn er ook prenten over het verhaal te zien.
Boek I: De geboorte van Arthur, de kroning en de eerste oorlogen.
